Home

Toen ik de paskamer uitstapte, hield ik rekening met een arrestatieteam. Er stond: een kind

Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant

Boeken kopen doe ik graag, broeken kopen niet.

(Scheelt maar één letter, zou een beginnend columnist schrijven, namelijk de letter r, toch zijn de verschillen aanzienlijk, een broek heb je bijvoorbeeld zo uit, maar over een boek doe je soms wel twee weken. Te veel uitleg, lezers hebben haast, die willen weten waarom niet. Ach, ik koop gewoon liever boeken, maar soms heb je een stofomslag nodig.)

Ik naar de We.

‘Ga nou niet weer naar de We.’

Sinds we iets hebben, probeert mijn vriendin Jet een wig tussen mij en de We te drijven. Ze is een snob. Ze vindt de We saai.

Saai staat mij nou eenmaal leuk. Eén keer ben ik naar een boetiek gegaan en liet me voor 400 euro een wollen kriebeltrui aansmeren. ‘Die trui’, zei mijn schoonmoeder, ‘past je niet.’

Het bleek een aanzegging. De eerste keer dat ik hem waste, kwam hij de machine uit als een kinderkamizooltje.

‘Ik zoek iets saais’, zei ik tegen de verkoopster. Onzin, ik zei juist niks, dat is zo mooi aan de We, je kunt zonder ontluikende vriendschappen met tien broeken in vijf kleuren en twee maten een paskamer inschieten.

Er volgde langdurige, kreunende bedrijvigheid achter mijn gordijntje. Om nieuwe saaie broeken te kunnen vergelijken met de oude saaie die ik draag, doe ik altijd mijn riem om, trek mijn schoenen aan, en vul mijn broekzakken met mijn sleutels en mijn portefeuille.

‘En dan ga je voor de spiegel staan en kijk je of je haar goed zit.’

Zeker. En als het slecht zit, nok ik af. Eigenlijk kom ik mijn kapsel testen.

Afijn, toen ik de paskamer uitstapte, hield ik rekening met een arrestatieteam. Er stond: een kind. Volleerd nam ze met haar ene arm de afgekeurde broeken aan en drapeerde de saaiste over de andere. Honderdvijftig jaar geleden, dacht ik vertederd, zat jij aan een weefgetouw.

Voldaan wandelde ik naar huis. Drie nieuwe boeken, mijmerde ik opgetogen, het leken wel broeken, ik kon me niet herinneren zo goed geslaagd te zijn, wat was er mis met broeken ko –

Ik kon mijn huissleutel niet vinden. Zat niet in mijn boekzak. Nerveus lachend fouilleerde ik mezelf. Geen sleutels. Hoofdschuddend om zoveel verstrooidheid, haalde ik mijn nieuwe broeken uit mijn We-tas en visiteerde de zakken.

Nein.

Zie je wel, daarom koop ik graag broeken in plaats van boeken. Terug naar de We, snelwandelen, ondertussen bellen.

Een kinderstemmetje beweerde geen sleutels te hebben gevonden, niks in de pashokjes, als onze klanten sleutels vinden, brengen ze die wel naar de kassa.

‘Zitten ze niet in een boek?’

Toen ik weer in de We was, maakten zij en de andere minderjarigen een ontleesde indruk. Kil en ongeïnteresseerd lieten ze me een uur langs de broekenkasten dwalen, zakken checkend tot ik een ons woog. Vondel hadden ze zeer zeker een kopje koffie aangeboden.

Toen ik voor de derde keer alle broeken was afgegaan, kwam er een kind naar me toe. Ze gingen sluiten. Terwijl ik vertwijfeld zakken bleef rollen, dreef het me nors naar de uitgang.

‘Ze moeten gestolen zijn’, zei ik. Het kind liet het rolluik neerdalen, en zei door het geratel heen dat ze niet konden weten waar ik woonde.

Het wachtte even. ‘Of ze hebben u gevolgd, natuurlijk. Fijne avond.’

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next