Nergens ter wereld is de humanitaire nood volgens de VN zo hoog als in het door oorlog verscheurde Soedan. In een van de weinige nog werkende ziekenhuizen in Zuid-Darfur ziet de Nederlandse arts Fleur Smit wat de gevolgen zijn van deze ‘onzichtbare oorlog’. Voor de Volkskrant houdt ze een dagboek bij.
Door Joost Bastmeijer
Fotografie Fleur Smit
‘We rijden naar het ziekenhuis. Onze werkweek begint op zondag – in het islamitische Soedan valt het weekend op vrijdag en zaterdag. Onderweg zien we overal jonge soldaten, sommigen zijn minderjarig. Ze horen bij allerlei verschillende milities, die samen deel uitmaken van het paramilitaire leger, de Rapid Support Forces (RSF). Zij hebben het hier in Nyala voor het zeggen.
‘De rit naar het ziekenhuis duurt zo’n tien minuten, en komt vandaag langs vier controleposten met gewapende soldaten. Omdat ik werk voor Artsen zonder Grenzen – ons logo staat groot op onze terreinwagen gedrukt – mogen we doorrijden. Soms zwaaien de soldaten, en dan zwaai ik maar terug.’
Fleur Smit (29) werkt sinds 2024 voor Artsen zonder Grenzen. Als gespecialiseerde ‘arts Internationale gezondheidszorg’ (wat vroeger ‘tropenarts’ werd genoemd) werkt ze op de kinderafdelingen, bij gynaecologie en verloskunde en in de operatiekamers van een ziekenhuis in de Soedanese stad Nyala, de hoofdstad van Zuid-Darfur.
‘In het ziekenhuis komt een verzwakte vrouw van 17 jaar binnen. Ze heeft cholera: haar lichaam is slap, door de uitdroging zijn haar ogen ingezakt. Haar familieleden vertellen dat ze drie dagen hebben gereisd om het ziekenhuis te bereiken. Bij onze controles merken we dat de vrouw ook verkracht is. Het wordt niet duidelijk door wie, al weten we dat de daders van seksueel geweld in meer dan de helft van de gevallen soldaten zijn. Onze pogingen om de vrouw te helpen mogen niet baten; ze overlijdt terwijl we aan haar bed staan.’
Op het terrein van het ziekenhuis is een openluchtwachtkamer en (daar waar de rij staat) een apotheek.
‘Door de burgeroorlog die nu al meer dan twee jaar woedt, is het Soedanese gezondheidssysteem in elkaar gestort. In het ziekenhuis dat we ondersteunen zien we elke dag de gevolgen van de oorlog: eten is slecht verkrijgbaar en seksueel geweld tegen vrouwen komt veel voor. Een cholera-uitbraak heeft de route van de oorlog gevolgd en is nu in Darfur aangekomen.
‘Midden augustus kwamen er tot wel 90 cholerapatiënten per dag binnen. Onze behandelcentra in en rondom Nyala behandelden van 25 augustus tot en met 19 september 5.242 patiënten, 258 van hen stierven. Dat er zoveel mensen aan cholera overlijden, is lastig te verkroppen. De behandeling is namelijk eenvoudig, maar door de toegenomen vraag zijn de benodigde middelen moeilijk te krijgen.
Soedan gaat al ruim een jaar gebukt onder de ergste cholera-uitbraak in jaren. Deze infectieziekte wordt veroorzaakt door het eten of drinken van vervuild voedsel of water. Volgens het ministerie van Volksgezondheid zijn er al meer dan 2.500 mensen aan cholera gestorven.
De werkkamer van Fleur Smit.
‘Op onze spoedeisende hulp voor kinderen komt een jongen van 7 jaar met suikerziekte binnen. Hij heeft een ernstig tekort aan insuline. We zien al gauw dat zijn lichaam ontregeld is door ketoacidose, verzuring van het bloed. Dat komt doordat zijn lichaam te veel vet verbrandt. Suikerpatiënten als hij kunnen hieraan overlijden. De jongen moet eigenlijk dagelijks insuline toegediend krijgen.
‘In Nyala is alleen dagelijkse insuline beschikbaar voor soldaten. We kunnen de jongen helpen, maar de kans is groot dat hij hierna een nieuwe ketoacidose krijgt. Zijn familie en hij blijven daarom voor de zekerheid op straat wonen, in de buurt van het ziekenhuis. ’
‘’s Avonds in ons guesthouse horen we geweerschoten. Zijn het ruziënde soldaten, een aanval? Of is het een happy shooting, zoals mijn collega’s het noemen – waarbij mensen met hun wapens uit blijdschap in de lucht schieten? Het antwoord krijgen we niet.’
In Soedan brak in april 2023 een bloedige oorlog uit tussen het regeringsleger en de Rapid Support Forces (RSF). Het oosten wordt nu gecontroleerd door het Soedanese leger, onder leiding van generaal Abdel Fattah al-Burhan.
Het dak en het uitzicht van het guesthouse van Artsen Zonder Grenzen.
‘Ik word geregeld wakker door overvliegende vrachtvliegtuigen, die op de nabijgelegen luchthaven van de RSF landen. Deze vluchten bevatten spullen voor de paramilitairen, maar sommige goederen worden doorverkocht op de markten van Nyala. Veel van die producten, zoals de ketchup die wij soms kopen, komen uit de Verenigde Arabische Emiraten.’
‘‘Kijk hoe moedig ze is’, grapt een collega als ik op de bijrijdersstoel voor in de terreinwagen ga zitten. ‘Ze gaat op de gunshot spot zitten!’ Op dit soort plekken is humor je trouwste metgezel.
‘Als ondersteunend arts loop ik mee op alle afdelingen van het ziekenhuis. Vandaag ben ik aan het werk op de afdeling verloskunde, waar het zoals altijd erg druk is. Gemiddeld doen we hier zo’n 27 bevallingen per dag.’
‘Er wordt een jonge vrouw van 17 jaar binnengebracht, die thuis is bevallen van haar eerste kind. De vrouw heeft een ‘omgekeerde baarmoeder’, waardoor een deel van haar baarmoeder uit de vagina naar buiten komt.
‘Een traditionele verloskundige heeft de complicaties bij de bevalling geprobeerd op te lossen, maar heeft de situatie helaas verergerd – de vrouw heeft meerdere ontstoken wonden. Wonder boven wonder verkeert ze nog niet in kritieke toestand, maar ze moet wel snel geholpen worden.
De verloskamer van het ziekenhuis.
‘Bij dit soort gevallen onderdruk ik de neiging om over de keuzes van de jonge vrouw te oordelen. In tijden van oorlog is de toegang tot zorg hier extreem slecht, en zijn er bijna geen medicijnen of verzorgingsmaterialen.’
Sinds de uitbraak van de oorlog in april 2023 zijn naar schatting honderdduizenden mensen omgekomen. Meer dan 4 miljoen mensen vluchtten naar buurlanden als Zuid-Soedan, Tsjaad en Egypte. Meer dan 10 miljoen mensen zijn ontheemd.
‘Aan het einde van de dag lopen we met een deel van het team een rondje door de buurt bij ons verblijf. In zo’n beetje elk huis dat we zien zitten kogelgaten, sommige gebouwen zijn deels verwoest door bombardementen.’
Collega’s van Artsen zonder Grenzen en lokaal personeel maken een ommetje door de buurt.
‘Vandaag gaan we aan de slag met de jaarplanning. Het is de bedoeling dat de veertig lokale artsen van de kinderafdelingen die wij ondersteunen de regie over het ziekenhuis overnemen. Artsen Zonder Grenzen ondersteunt het lokale systeem, zodat wij Nyala kunnen verlaten zodra het hier beter gaat. Maar zonder vrede in zicht en met de enorme medische behoeften zal dat nog wel even duren.’
Een projectbijeenkomst op de binnenplaats van het ziekenhuis.
‘Bij het opstellen van de planning wordt pijnlijk duidelijk dat de artsen willen dat Artsen zonder Grenzen de medische activiteiten uitbreidt. Ze vragen of we we meer eerstelijns-klinieken kunnen opzetten en klinieken kunnen oprichten voor onder meer vrouwenbesnijdenis en suikerziekte.
‘Ik snap hun argumenten goed; het water staat hun aan de lippen. Dat komt ook doordat er in Darfur maar weinig andere ngo’s aanwezig zijn. Maar op dit moment kunnen we de zorg niet opschalen, dus moeten we keuzes maken. We maken plannen voor het opzetten van een noodhulpteam.’
‘Ik werk ’s middags in het guesthouse verder aan de planning. Ons verblijf trilt kort op zijn grondvesten; zo’n 400 meter verderop ontploft een drone. De klap is enorm. We haasten ons naar de bunker, voor het geval er een tweede aanval volgt. Dat is gelukkig niet het geval.’
Tijdens een luchtbombardement schuilt het personeel in een bunker.
‘Wanneer het veiliger is, nemen we de auto terug naar het ziekenhuis. Er zijn 24 zwaargewonden binnengebracht, vier van hen zijn bij aankomst overleden. Het gaat er chaotisch aan toe, en er is veel bemoeienis van de RSF.
‘Het is eigenlijk de bedoeling dat gewonde RSF-soldaten naar een ziekenhuis worden gebracht dat uitsluitend voor soldaten is gebouwd. Maar nu er zoveel gewonden zijn, nemen ze ook een deel van onze spoedeisende hulp over.
‘Bij een mass casualty event als dit wordt de SEH overspoeld met mensen, die overal in plassen bloed op de grond liggen. Door de aanwezigheid van al die soldaten is de sfeer gespannen; ze zijn onberekenbaar, waardoor we voorzichtig te werk moeten gaan.
‘Er zijn zoveel RSF-soldaten binnen, dat we het ziekenhuis tijdelijk moeten verlaten. Het veiligheidsteam van Artsen zonder Grenzen komt langs om de situatie in te schatten. Pas als zij zeggen dat we weer veilig ons werk kunnen doen, keren we terug.’
De operatiekamer van het ziekenhuis. In Nyala zijn alle ambulances gereserveerd voor soldaten.
‘Ik kan het weekend ruiken. Tijdens een bezoek aan de kinderafdeling besluit ik om mezelf te wegen. Ik ben benieuwd naar mijn gewicht; ik ben nu een paar weken hier en ben al een paar keer ziek geweest. De lokale arts kijkt mij aan en zegt: ‘ah, je bent afgevallen! Welkom in Darfur, dokter’. We lachen er maar om.’
‘Het is druk op de spoedeisende hulp, een Soedanese arts staat onder hoogspanning. Er zijn problemen met de generator, waardoor er weinig zuurstof beschikbaar is. Op de afdeling verkeert een 6-jarig meisje met een aangeboren hartafwijking in kritieke toestand. Ze haalt snel en kort adem en is veel te dun. Haar bezorgde ouders zitten op haar bed, en prevelen zachtjes gebeden.
‘Het zuurstofgehalte in haar bloed is laag, daarom besluiten we haar aan te sluiten op de enige beschikbare zuurstofcilinder. Dan krijgt een 8-jarig jongetje met malaria in het bed naast haar plots een hartstilstand. Tijdens het reanimeren komen we voor een dilemma te staan: wie sluiten we aan op de zuurstoftank?
‘Gelukkig schiet het zuurstofgehalte van het jongetje omhoog; na een reanimatie van 20 minuten, haalt het jongetje weer zelfstandig adem. Voor ik vertrek, maak ik met de lokale artsen en verpleging een plan voor de nacht. Na het weekend kom ik erachter dat beide kinderen alsnog zijn overleden.’
‘Eenmaal terug in ons guesthouse merk ik dat ik aangeslagen ben door de situatie. We hebben te weinig middelen om goede zorg te kunnen bieden, waardoor kinderen overlijden. Het is pijnlijk dat er zo weinig aandacht is voor de oorlog in Soedan, want daardoor komt er te weinig geld deze kant op. Andere ngo’s zijn hier nauwelijks actief, de toegang tot zorg is pijnlijk minimaal.
‘Soedanezen worden aan hun lot overgelaten. Toch geeft het voldoening om hier als arts te werken. Samen met Soedanese artsen maken we een groot verschil, en redden we levens.
‘Hoe meer ik een band opbouw met mijn collega’s, hoe meer ik me realiseer hoe bevoorrecht ik ben. Ik zal straks weer vertrekken, wat het mentaal wat behapbaarder maakt. Maar het voelt ook oneerlijk. Want voor de burgers, maar ook voor mijn collega-artsen, is deze blijvende, intense en uitzichtloze situatie al meer dan twee jaar de dagelijkse realiteit.’
Het is niet voor het eerst dat er in Soedan oorlog heerst. Al sinds de oprichting van de Republiek Soedan, in 1956, is het land ernstig verdeeld. Het noorden is overwegend Arabisch en islamitisch, en in het zuiden leeft een overwegend Afrikaanse, christelijke en animistische bevolking.
De Soedanese burgeroorlog wordt vaak een ‘vergeten oorlog’ genoemd. Deels komt dat doordat het land slecht toegankelijk is voor journalisten. Ondanks herhaaldelijke verzoeken heeft de Volkskrant vooralsnog geen accreditatie gekregen om het land te bezoeken. Het handjevol journalisten dat wel toegang krijgt, komt vrijwel nooit in Darfur, waar de RSF het voor het zeggen heeft. Verhalen over de humanitaire situatie in steden als Nyala (de hoofdstad van Zuid-Darfur) blijven daardoor systematisch onderbelicht.
Bij een droneaanval op een moskee in de Soedanese stad El Fasher zijn zeker 75 doden gevallen. Dat melden lokale hulpverleners. De stad is al achttien maanden omsingeld door de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF).
Source: Volkskrant