Home

Woningbouwsubsidie zorgt niet voor snellere bouw: 'Gaat om veel publiek geld'

De Woningbouwimpuls, een subsidie waar bijna 1,4 miljard euro mee is gemoeid, zorgt niet voor snellere woningbouw. Waarschijnlijk ook niet voor meer woningen, blijkt uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Demissionair minister Mona Keijzer is het niet eens met de conclusies.

Inmiddels is bijna 1,4 miljard euro aan subsidie uitgegeven via de Woningbouwimpuls. Dit gebeurde in zes verschillende rondes, van 2020 tot en met 2024. Voor een volgende ronde, in het najaar van 2025, is 120 miljoen euro gereserveerd. Maar tot nu toe zijn de resultaten teleurstellend.

De Woningbouwimpuls is "het belangrijkste financiële instrument" van de minister van Volkshuisvesting om woningbouw te stimuleren, schrijft de Algemene Rekenkamer. De woningbouw in Nederland haalt al jaren niet het gewenste doel van 100.000 woningen. De subsidie moest zorgen voor sneller, meer en betaalbaarder bouwen.

Sneller bouwen is in ieder geval niet gelukt, concludeert de Rekenkamer. Drie kwart van de projecten uit de eerste drie ronden is vertraagd - iets meer dan vergelijkbare projecten die geen subsidie kregen. Meestal duurt de vertraging zo'n twee jaar.

Het is "hoogst twijfelachtig" of de Woningbouwimpuls leidt tot meer woningen, zegt vicevoorzitter Ewout Irrgang van de Rekenkamer. Alle projecten die volgens de regeling een bijdrage kregen, gingen door. Dat kan aantonen dat er effect was. Maar het kan ook zo zijn dat deze projecten simpelweg ten koste gingen van projecten die geen bijdrage kregen. Het daadwerkelijke effect van de subsidie is daarom "moeilijk te bepalen".

Wel zorgde de Woningbouwimpuls voor meer betaalbare woningen. Projecten die subsidie kregen, hadden een hoger percentage betaalbare woningen dan projecten die geen subsidie kregen. "Als dat het enige doel was, dan zou deze subsidie een zinvol instrument zijn", zegt Irrgang.

Maar ook bij de behaalde doelstelling van betaalbaarheid plaatst de Rekenkamer een kanttekening. Want er zijn "nauwelijks concrete maatregelen genomen om de betaalbaarheid op de lange termijn te garanderen".

De overheid wil de woningbouw op gang helpen. Maar bij het verzinnen van de Woningbouwimpuls is de woningmarkt volgens de Rekenkamer niet goed geanalyseerd.

"De echte vraag is natuurlijk waarom het niet lukt om sneller en meer te bouwen", zegt Irrgang. "Een op de drie bouwprojecten is bijvoorbeeld vertraagd door procedures die langs de Raad van State moeten. Dat los je niet op met een subsidie."

Demissionair minister Keijzer (Volkshuisvesting) is het niet eens met de conclusies en de manier van onderzoeken. Ze geeft aan "overtuigd te zijn" dat de Woningbouwimpuls "zorgt voor versnelling en meer woningen". Ze zegt dat de subsidie "een belangrijk onderdeel is én blijft van het pakket aan maatregelen om gemeenten te helpen bij hun financiële opgave om 100.000 woningen per jaar te bouwen, waarvan twee derde betaalbaar".

De argumenten van de minister "hebben ons niet overtuigd", zegt Irrgang. "Het gaat om veel publiek geld. Dan moet je de resultaten goed kunnen verantwoorden. Het doel van de minister om voor meer en betaalbare woningen te zorgen staat niet ter discussie. Maar wij hopen dat de regering en het parlement nog eens goed nadenken over hoe ze dat doel willen bereiken. Wat ons betreft is deze subsidie geen behulpzaam middel."

Overigens waren er boven op de bijna 1,4 miljard euro aan uitgaven voor de Woningbouwimpuls nog andere uitgaven, zoals een Startbouwimpuls en uitgaven voor ouderenhuisvesting. In totaal was het budget bijna 2,3 miljard euro. Maar de effectiviteit van de toegevoegde uitgaven heeft de Rekenkamer niet onderzocht.

Irrgang benadrukt dat dit al de tweede keer is dat de Rekenkamer deze subsidie onderzoekt. De vorige keer, in 2022, toen de opzet van de subsidie bekend was maar de resultaten nog niet, kwam de toezichthouder al tot ongeveer dezelfde conclusies. Met die conclusies is volgens de Rekenkamer weinig gedaan.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next