Home

De onkreukbare Johan de Witt is een voorbeeld voor alle tijden − en zeker voor de politici van nu

Hedendaagse politici spiegelen zich zelden aan grote voorbeelden uit het verleden. Toch zouden ze eens naar Johan de Witt moeten kijken. Precies 400 jaar na zijn geboorte valt er nog veel te leren van de stoïcijnse staatsman.

is kunsthistoricus

Het is verkiezingstijd. Krampachtig proberen de lijsttrekkers om te gaan met de gebruikelijke spagaat: enerzijds laten zien dat je een ‘authentieke’ vrouw of man bent die net als iedereen gewoon boodschappen doet bij de Aldi, en dus weet wat er in het volk omgaat.

En anderzijds laten zien dat je níét van de straat of het erf bent, dat je je talen spreekt, dat je weleens een boek leest, dat je bereisd en erudiet genoeg bent om straks, als het erop aankomt, met de groten der aarde aan tafel te gaan zitten, de Macrons, de Von der Leyens, de Trumps.

Die twee imago’s zijn onderling onverzoenbaar. Het stemvolk houdt niet van intellectuelen met grandioze visies en ‘dure woorden’, maar het trapt er ook niet in als de lijsttrekker opeens hippe sneakers aantrekt en zich laat zien op Lowlands of Zwarte Cross.

Reputaties veranderen continu. In deze rubriek kijken we hoe de betekenis van denkers en kunstwerken, van schrijvers en hun personages kantelt en evolueert.

Al te vaak dwingt die spagaat de lijsttrekker tot het eerste imago, het volkse, want niets verlamt een campagne meer dan te worden gezien als arrogant.

Kan dat anders? Johan de Witt (1625-1672) kon het. Voor hem lag de oplossing in de klassieke filosofie.

De belangrijkste politicus aller tijden

24 september was zijn vierhonderdste geboortedag. Johan de Witt is wellicht de belangrijkste Nederlandse politicus aller tijden, maar zijn carrière wordt doorgaans in maar drie of vier regels afgedaan. Eén: briljante bestuurder die tussen 1650 en 1672 vrijwel in z’n eentje de Republiek leidde. Twee: verkeek zich op het samenspannen van de gekroonde hoofden van zijn tijd én op de dwaze verslaving van het volk aan het idee van ‘de sterke man’, in dit geval een prins van Oranje.

En dus drie: die vergissing leidde tot het Rampjaar en zijn gruwelijke lynchdood in de straten van Den Haag. Aan dat laatste wordt nog weleens een meewarig ‘hoogmoed komt voor de val’ toegevoegd.

Er wordt te weinig aandacht besteed aan de buitengewoon vooruitstrevende opvattingen over staat en regering die De Witt uitdroeg. ‘De Ware Vrijheid’, werd dat genoemd: de totstandkoming van een federatieve republiek zonder erfelijke heerser, een samenleving van vrije burgers, beschermd door een kleine, helder gestructureerde overheid, die weer handelde op basis van zuivere rede en een objectief, koel beoordelingsvermogen. De heren gedelegeerden in de Staten-Generaal beslisten. Raadpensionaris De Witt, formeel alleen de secretaris van de vergadering, was de spin in het web van de administratie, maar nooit meer dan een dienaar van de staat.

Stoïcijns

Dat klinkt oud-Romeins, en dat was het ook. De Witt en zijn broer Cornelis (1623-1672) waren erin opgevoed, voorbestemd voor een carrière in het landsbestuur. Hun opleiding had ze doordrenkt van klassieke stoïcijnse waarden, kalmte, standvastigheid, gematigdheid. Het leven moest gedomineerd door prudentia, het verstandige inzicht dat aan handelen voorafgaat, en het streven naar virtus, de deugd, die in de woorden van Seneca ‘niemand uitsluit, voor iedereen openstaat, iedereen toelaat, iedereen uitnodigt’: slaven en koningen, heersers en dienaren.

Deze stoïcijnse leer voorzag de jonge bestuurders van een ‘mentaal schild’ tegen emoties en bedreigingen. Niets bracht ze uit hun evenwicht. Johan schreef, in 1657: ‘Het ligt in mijn aard en gewoonte om mij bij belangrijke zaken tijdig alles op zijn allerergst voor te stellen, om dan met minder schrik en des te meer vastberadenheid op de voorvallen te reageren met de vereiste besluiten en maatregelen.’

Wellicht was ook Cato de Jongere voor Johan de Witt een voorbeeld. Ook een man die van jongs af was voorbestemd voor hoge ambten, die stug-stoïcijns vasthield aan zijn eigen morele standaarden, ook als hem dat de kop zou kunnen kosten. Waar Cato zich principieel had opgesteld tegen Caesar na de samenzwering van Catilina, daar trad De Witt even radicaal op tegen de Oranjes na de staatsgreep door Willem II in 1650. Na diens dood manoeuvreerde De Witt de zeven provincies naar het Eeuwig Edict, waarmee de Oranjes ‘voor altijd’ van bewind over de Nederlanden werden uitgesloten: ‘In een vrije Republiek heeft niemand door geboorte enig recht tot hoge ambten.’

Onkreukbare dienaar

Johan de Witt bewaakte zorgvuldig het imago van de onkreukbare dienaar van de Staten, die nimmer geschenken aannam, zich nooit door simpele emoties liet leiden, die de zekerheid van de wiskunde hoger schatte dan de grilligheid van het gevoel. Zo trad hij ook op: altijd rationeel, altijd op zoek naar de verstandigste oplossing, altijd in staat om in die kruiwagen vol kikkers, die de Republiek was, consistent beleid te ontwikkelen. Hij werkte dag en nacht, schreef 25 duizend brieven, en als hij klaar was op het Binnenhof liep hij naar huis, gewoon, als iedere andere burger.

In 1665 maakte Artus Quellinus zijn borstbeeld in marmer. Het staat nu in het Rijksmuseum. Tijdens zijn leven werd het in zijn huis in Den Haag in de hal opgesteld. Dat vertoon paste De Witt eigenlijk slecht, maar Quellinus trof hem zoals de Romeinse beeldhouwers ooit de consuls, senatoren en keizers hadden afgebeeld, met veritas: de harde waarheid van haakneus, puisten en rimpels.

In die waarheid openbaarde zich de drager van de publieke zaak, sober, zakelijk, nuchter, praktisch, toegewijd, de neutrale manager van de landelijke politiek. Een voorbeeld voor alle tijden – zeker voor die van vandaag. Het borstbeeld was tegelijkertijd de uitdrukking van een hogere politieke intuïtie, het ideaal van een open samenleving zonder willekeur of tirannie, iets waarvoor De Witt zijn leven heeft gegeven.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next