Nee, zijn oude band Talking Heads komt echt niet meer bij elkaar, zegt David Byrne. In het hier en nu is immers genoeg moois te beleven: zijn eigen nieuwe album vol hoopgevende liedjes, maar ook de tips die hij als gids dit weekend met ons deelt.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.
‘Zo, dat hebben we meteen maar gehad’, zegt David Byrne (73), waarna hij begint te lachen. Een beetje nerveus, grinnikend zoals hij dat het hele gesprek regelmatig zal doen. Niet zozeer om wat hij zegt, want zo geestig is de opmerking dat hij zich niet kan voorstellen dat zijn vroegere band Talking Heads ooit weer muziek gaat maken niet. Het lijkt er gedurende het gesprek in een vergaderzaaltje van een luxe hotel in het Londense Mayfair eerder op dat Byrne steeds moet lachen om de dingen die hij niet zegt, maar voor zichzelf houdt.
Een soort binnenpretjes, alsof hij ter plekke iets bedenkt wat hij op het laatste moment inslikt. ‘Ik ben altijd weer een beetje nerveus in dit soort situaties’, zegt Byrne later in het gesprek. ‘Niet gespannen of zo, maar meer onzeker. Is het duidelijk wat ik zeg? Klopt het wel?’
‘Na al die jaren vind ik interviews niet meer moeilijk, anders zou ik ze niet doen. Het is meer dat ik de situatie altijd een beetje verwarrend vind. Ik zit hier om uitleg te geven over wat ik gemaakt heb en wat mijn plannen zijn. De vragen komen iedere interviewronde een beetje op hetzelfde neer en toch zijn mijn antwoorden steeds net iets anders dan ik ze in mijn hoofd had. Het zijn slechts de formuleringen hoor. De inhoud klopt. Hoop ik.’
Het is natuurlijk ook een wat abrupte binnenkomer. In plaats van het gesprek te beginnen over zijn nieuwe album Who Is the Sky?, zijn eerste in zeven jaar, moet hij alweer uitleggen waarom Talking Heads voor hem verleden tijd is. Maar wie je ook vertelt dat je met David Byrne gaat praten, ook al is het voor de derde keer en weet je het antwoord al, iedereen zegt: vraag even of Talking Heads weer bij elkaar komt.
‘Nee. Ik ben ten eerste niet zo nostalgisch ingesteld en dat is toch waar het met zo’n reünie om draait’, zegt hij. ‘Het publiek heeft een beeld van hoe het vroeger was. En ik weet zeker dat we daar nooit aan kunnen voldoen. We zijn allemaal veertig jaar ouder en ik wil niet doen alsof het nog 1984 is. Al was het maar omdat ik het veel te leuk vind zoals het nu is.
‘Natuurlijk ben ik trots op de muziek die we met Talking Heads gemaakt hebben, maar als ik onze oude liedjes wil spelen dan kan dat gewoon met de band die ik nu heb. Daar heb ik Chris, Jerry en Tina niet voor nodig.’
Chris Frantz, Jerry Harrison en Tina Weymouth, de andere drie Talking Heads, waren niet zo lang geleden samen met Byrne te zien ter promotie van de opgepoetste versie van de concertfilm Stop Making Sense, in 1984 geregisseerd door Jonathan Demme. Wat vele fans toch even hoop gaf dat de vier weer iets samen gingen doen. ‘We zijn allemaal nog even blij met die film, en het was ook goed om elkaar weer te spreken. Maar daarna ging ik gewoon weer terug naar waar ik mee bezig was.’
Byrne was bezig met Who Is The Sky?, zijn nieuwe album dat vol staat met opgewekte, speelse liedjes. Een kwalificatie waarin Byrne zich wel kan vinden. ‘Zoals iedereen word ook ik al tijden wakker met veel zorgen over de wereld om ons heen. Ik klik het nieuws aan of kijk op mijn telefoon en het is altijd weer schrikken. Ik wilde iets opbeurends maken. Liedjes die hoop geven zonder naïef te klinken. Lekker samen alle ellende van ons af zingen, zoiets.’
Byrne nam het album op samen met het Ghost Train Orchestra, een bestaande band die hem ook zal begeleiden tijdens de wereldtournee die begin volgend jaar Amsterdam zal aandoen.
Zijn vorige tournee, die volgde op het album American Utopia (2018) en door Spike Lee werd verfilmd, was een immens succes, mede dankzij het feit dat de muzikanten mobiel waren en drummers, gitaristen en toetsenisten met hun instrument door elkaar liepen.
‘Ik kan nu niet meer terug naar gewoon in een statische band spelen met muzikanten op stoeltjes achter drums of toetsen. Mensen verwachten terecht dat ik nu weer een stap verder ga. We zullen weer met z’n allen rondlopen en muziek maken, maar visueel zal het hopelijk nog iets uitdagender worden.’
Maar, zo stelt Byrne voor, laten we het over andere kunstenaars of artiesten hebben. Was dat niet waar je nu voor gekomen bent?’
‘Ook mijn smaak werd gevormd door de muziek waar ik als 15- of 16-jarige fan van was. Zoals bij de meesten van mijn leeftijd was dat muziek van The Beatles. Iedere plaat was weer heel anders dan wat je van ze gewend was.
‘Dat gold ook voor James Brown. Bij The Beatles begreep ik nog wel wat ze wilden, maar James Brown kwam echt van een andere planeet. Ik weet nog dat ik Cold Sweat voor het eerst hoorde en volledig uit het veld geslagen werd. Geen van de muzikanten speelde de melodie, die ontstond pas door het samenspel. Zo knap.
‘Hier ontstond de funk, maar dat is een analyse achteraf. James Brown liet je dansen, zonder dat je wist hoe dat moest. Nog altijd begrijp ik niet precies wat hij doet, en hoe dit nummer tot stand kwam, maar na een paar maten vergeet ik dat en geef ik me over aan de muziek.’
‘Ik luister veel naar recente muziek. Tips van vrienden of albums waar ik over lees op internet of in kranten. Ja, jullie doen je werk echt niet voor niks hoor, haha.
‘Mag ik even op mijn iPhone kijken? Ik maak graag playlists met recente muziek. O kijk, Sevdaliza, die komt toch bij jullie vandaan? Ja, Iraans-Nederlands, ik vind dat een geweldige zangeres, maar ben nu even aan het scrollen naar iets anders.
‘Lido Pimienta ja, een Colombiaanse zangeres die met de Canadese violist Owen Pallett dit jaar een mooi album uitbracht dat ik graag wil aanbevelen. Op dit La Bellezza hoor je Colombiaanse volksmuziek vermengd met modern klassiek waar Pallett zo goed in is. Die combinatie van stijlen fascineert me eindeloos.
‘Ik ben ooit platenlabel Luaka Bop begonnen om dit soort producties uit te brengen. Maar ik heb me een paar jaar geleden teruggetrokken, omdat ik de hele dag met administratie bezig was, waar mijn kwaliteiten niet liggen, geloof ik. Maar ook zonder mij brengt dat label geweldige muziek uit, zoals Annie & The Caldwells, die nieuwe disco en oude gospel samenvoegen. Heerlijk.’
‘Ik heb een wat afwijkend kijkgedrag, denk ik. Ik kan vaak enthousiast aan series beginnen, maar echt bingen zit er niet in omdat ik snel verveeld raak. Maar ik luister goed naar waar vrienden mee aankomen en soms zit er wel iets bij dat me bevalt. Zoals Andor, een Star Wars-serie.
‘Mijn probleem is behalve te weinig tijd ook dat ik absoluut niet tegen films of scènes kan waar ik van moet schrikken. Moordzaken? Prima, maar ik kan er echt niet tegen als er ineens een moordenaar in beeld springt die begint te schieten. Dus vallen er veel films en series af.
‘Ik ben meer iemand van de drama’s. Zoals I’m Still Here, zoals deze Braziliaanse film van Walter Salles in het Engels heet. Het speelt zich af tijdens de Braziliaanse dictatuur in 1971, en is helaas nu weer heel actueel. Want het gaat helemaal niet goed daar en misschien dat de film daarom zoveel indruk maakte.’
‘Ik ga vaak met de zoon van mijn nieuwe verloofde naar de bioscoop. Bij voorkeur naar films die ik als adolescent zelf zag en die toen indruk op me maakten. Ik ben altijd fan van Fellini geweest, al was die in de jaren zeventig ook wel erg in de mode. Minder voor de hand liggend is het werk van de Georgische regisseur Sergej Paradzjanov, wiens werk in de Sovjettijd nog weleens verboden werd. Hijzelf belandde nogal eens in het gevang, maar ging als hij werd vrijgelaten weer gewoon door met filmen.
‘De films van Paradzjanov draaien om Georgische mythes en tradities, en zijn nooit eenduidig. Ik denk dat ze met de jaren aan zeggingskracht hebben gewonnen. Films als Shadows of Forgotten Ancestors (1965) of The Color of Pomegranates (1969) zijn in veel opzichten tijdloos. Je leert er ook veel van over de Russische geschiedenis.’
‘Ik werk aan een boek over vergeten zaken of dingen die weer terugkomen. De eerste versie is af, maar ik wil er nog niet veel over zeggen. Straks zegt mijn uitgever: ‘David, dit is niks’, en moet ik alles anders doen.
‘Maar een van de laatste boeken die ik voor mijn onderzoek las, was Ignorance van de Britse historicus Peter Burke. Een heel leesbare geschiedenis van allerlei zaken die we door de eeuwen heen niet wilden zien of wegstopten. Het gaat tot aan de klimaatverandering. Iets waarvan veel politici en anderen die het slecht uitkomt gewoon zeggen dat het niet bestaat. Het klimaat verandert niet, zeggen zij, we hoeven ons gedrag helemaal niet aan te passen. Zo je kop in het zand steken, daar zijn in de geschiedenis veel voorbeelden van geweest die Burke zeer smakelijk oplepelt.’
‘Zal ik het maar bekennen: sinds een paar jaar zit ik in een boekenclub. Ik fluister het bijna, want vind het toch een beetje raar. Maar het blijkt een goede manier om fictie te blijven lezen. Dat is wat ik met een stel vrienden heb afgesproken. We kiezen romans uit de 20ste eeuw. Best gek, want er zitten klassiekers tussen als Giovanni’s Room van James Baldwin die we allemaal nooit gelezen hebben. Voor iedereen, ook voor mij, is die club een soort inhaalslag.
‘Ik las vroeger veel fictie, Tolkien, sciencefiction en fantasy. Maar weinig wat voor echte literatuur doorgaat. Ik weet niet of Dashiell Hammett literatuur is, maar ik heb erg genoten van Red Harvest. Een misdaadroman die me deed terugdenken aan Raymond Chandler, een schrijver die ik anders dan Hammett vroeger wel gelezen heb.
Ik vind het heerlijk om dit soort ontdekkingen te doen, en blijf dan vaak bij een auteur hangen, totdat we weer een volgend boek behandelen.’
‘Ik ben een liefhebber van kunst en voor New Yorkers als ik is die stad natuurlijk een goudmijn. Er is altijd wel ergens een mooie expositie te zien. Maar eerlijk gezegd volg ik het niet meer zo heel erg. Dat verandert wel weer, ik heb van die periodes dat ik precies weet waar welke expositie te zien is, om dan weer even genoeg te hebben van musea.
‘Waar ik onlangs zeer van genoten heb was een tentoonstelling over Franz Kafka, toevallig een literaire schrijver die ik al kende voordat we onze boekenclub begonnen. Ik stelde me hem voor als een solitaire, serieuze in zichzelf gekeerde man.
‘Maar op deze tentoonstelling kwam hij in beeld als een zeer sportief heerschap dat graag met z’n vrienden ging skiën, bergen beklom en lol maakte. Een lachende Kafka? Dat was iets wat ik me voordat ik die tentoonstelling bezocht niet kon voorstellen.’
‘Wat mijn favoriete stad is, daar hoef ik geen seconde over na te denken. Ik ben sinds enkele jaren echt verliefd op Mexico-Stad. De stad heeft de laatste twintig, dertig jaar dan ook een metamorfose ondergaan. Het bruist van de creativiteit en waar het vroeger best een gevaarlijke stad was, is ook de sfeer behoorlijk opgeknapt.
‘En ze hebben in het verkeer plek voor fietsen ingeruimd, dan heb je mij als fietsliefhebber sowieso al gewonnen. Ik meet de beschaving van een stad nu eenmaal ook af aan de fietsgelegenheid.
‘En dan natuurlijk het eten. De Mexicaanse keuken is ook mijn favoriete keuken. Al is de Indiase een wel heel sterke tweede keuze. Ze hebben ook wel wat gemeen. De stevig gekruide sauzen bijvoorbeeld, waarin vlees en vis het best gegaard kunnen worden. Mijn favoriete mole, zoals de Mexicaanse sauzen heten, is die met chocola. Tijdens de pandemie heb ik me in zowel de Indiase als Mexicaanse keuken verdiept en ik denk dat ik nu een aardige mole in de vingers heb.’
‘Ja, ik weet het. Ik heb altijd de mond vol van fietsen. Dat het zo gezond voor je is en de beste manier is om de stad te verkennen. Dat vind ik ook nog steeds, maar ik ben nu 73 en als ik ’s avonds om tien uur thuis in Manhattan zit en naar een concert wil in Brooklyn, wat vaak gebeurt, dan ga ik niet meer dat hele eind fietsen.
‘Heen gaat nog wel, maar na een paar drankjes ook nog terug, is me te vermoeiend. Dan biedt zo’n e-bike echt uitkomst. Natuurlijk fiets ik gewoon nog de hele stad door, ook hier in Londen pak ik altijd zo’n stadsfiets. Maar voor de toch wat ouderen onder ons is zo’n elektrische fiets echt een uitkomst.’
14 mei 1952 Geboren in Dumberton, Schotland.
1960 Verhuist via Canada naar het Amerikaanse Arbutus, Maryland.
1973 Begint met drummer Chris Frantz de band The Artistics.
1975 Naar New York. Samen met Tina Weymouth (bas) eerste optreden als Talking Heads in juni.
1977 Jerry Harrison (toetsen) komt erbij. ’77: het eerste album van Talking Heads verschijnt met de hit Psycho Killer.
1980 Album Remain In Light.
1981 Maakt met Brian Eno album My Life In The Bush Of Ghosts.
1984 Concertregistratie (regie: Jonathan Demme) en soundtrack Stop Making Sense.
1989 Eerste solo-album Rei Momo.
1990 Richt platenlabel Luaka Bop op.
1991 Talking Heads officieel uit elkaar.
2003 Envisioning Emotional Epistemological Information, een visueel project gemaakt met Powerpoint als medium.
2012 Boek How Music Works.
2018 Concertregistratie American Utopia, geregisseerd door Spike Lee.
2025 Who Is the Sky? is verschenen bij Matador Records.
15 en 16 februari 2026 treedt Byrne op in Afas Live, Amsterdam met Ghost Train Orchestra.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant