Home

Russische intimidaties drukken Europa met de neus op de feiten: wegkijken kan niet meer

Het is een kwestie van tijd voordat Ruslands schaduwoorlog ook onze grenzen bereikt. Dat dwingt tot zelfreflectie én actie.

Hoewel de intensiteit van de Russische agressie tegen Oekraïne alleen maar is toegenomen (wat gelukkig niet gezegd kan worden van haar effectiviteit), is deze oorlog door een mengeling van verdringing en gewenning voor veel Europeanen naar de achtergrond verschoven. Een deel van de ‘Europese familie’ lijkt eraan gewend dat verderop in de straat een huis in lichterlaaie staat, waaruit je soms de echo van een gesmoorde noodkreet hoort. Anderen zullen het probleem wel oplossen, voordat de vlammen ons huis bereiken.

Maar recente Russische schendingen van het Poolse en Estse luchtruim trokken wel aandacht. Hetzelfde geldt voor de recente verstoring van het luchtverkeer door grote drones van onbekende herkomst bij Deense vliegvelden. Een ‘aanval’ waarvan premier Mette Frederiksen de dader niet kon noemen. Wel stelde ze dat ‘één land de primaire vijand is van Europa, en dat is Rusland. (...) Rusland doet wat zij kan om Europa te destabiliseren – op directe wijze met oorlog, indirect met hybride aanvallen.’

Een van de aantrekkelijke aspecten van hybride oorlogvoering is dat zolang je landen saboteert en maatschappijen ontwricht zonder dat dit direct te bewijzen valt, je alles kunt ontkennen. Dat is des te effectiever als je democratische rechtsstaten aanvalt, waarin schuld moet worden bewezen. En nóg effectiever als je in die landen al jaren desinformatiecampagnes voert om maatschappelijke conflicten aan te wakkeren en de waarheid te laten verdwijnen in een mistige wolk van complottheorieën.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Zoals de gezaghebbende Franse veiligheidsexpert François Heisbourg het deze week verwoordde: ‘De Denen leven nu in deze bijzondere wereld waarin ze niet in oorlog zijn, maar in oorlog zouden kunnen zijn.’ De Haagse politiek lijkt ondertussen met andere zaken bezig te zijn, en voornamelijk zichzelf. Ten onrechte. Nederland is qua steun aan Oekraïne vergelijkbaar met Denemarken, terwijl onze civiele infrastructuur met de Rotterdamse haven en Schiphol, minstens zo belangrijk is als de Deense. Zijn wij er klaar voor?

Los van de vraag of individuele acties wel of niet toegeschreven kunnen worden aan Rusland, is het patroon van sabotage-acties te land, ter zee en in de lucht inmiddels zo omvangrijk dat het Europese landen dwingt tot reflectie én actie – reflectie over de aard van hun conflict met Rusland, en actie om de sabotage van infrastructuur een halt toe te roepen.

Analisten noemen twee hoofddoelen van de Russische hybride oorlogvoering en intimidatie tegen Europese landen: ten eerste het zaaien van angst en ondermijnen van Europese steun aan Oekraïne, ten tweede het testen van de resterende Amerikaanse betrokkenheid bij Europese veiligheid. Als het daarmee slecht gesteld is, zal Rusland zeker verder gaan.

De steeds verdergaande Russische acties drukken Europese landen met de neus op de feiten: zij hebben te maken met een groot buurland dat drijft op een revanchistische, neo-imperialistische ideologie die honderdduizenden mensenlevens opoffert aan de glorie van de Russische natie – met een economie die inmiddels bijna geheel in dienst staat van het creëren van een onverslaanbare oorlogsmachine.

Het is iets om bij stil te staan, voordat je de gordijnen dichttrekt om het brandende huis verderop in de straat niet meer te hoeven zien.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next