Tarwekamp Een deel van de zwaar beschadigde woningen aan de Haagse Tarwekamp, eind vorig jaar getroffen door een explosie, is bijna hersteld. Maar veel bewoners willen helemaal niet terug. „Wie zegt dat het veilig is?”
Aniket Samanta woonde met zijn vrouw en baby in het deels ingestorte woningblok aan de Tarwekamp in Den Haag.
Op de galerij vallen ze elkaar in de armen. „Wat fijn om je weer te zien”, zegt de gepensioneerde man. „Ja, maar het is wel heftig om hier terug te zijn”, antwoordt de jonge moeder. Achter haar lopen verhuizers naar binnen met dozen die via de verhuislift omhoogkomen. Over een week keert de vrouw terug in haar woning, samen met haar man en kinderen. Hun huis was maandenlang onbewoonbaar. „Ik zie er tegenop, maar ik heb geen keus.”
De vrouw, die liever anoniem blijft, „ik heb al genoeg aan mijn hoofd”, heeft een huis aan de Tarwekamp in de Haagse wijk Mariahoeve. Het complex, met achttien maisonnettewoningen en achttien bedrijfspanden, werd op 7 december 2024 getroffen door een enorme explosie en brand. Daarbij kwamen zes mensen om het leven en raakten vier mensen gewond. Een deel van het jarenzestigcomplex, allemaal koopwoningen, werd volledig verwoest; een ander deel liep zware schade op. Niemand kon er nog wonen of werken.
De politie hield kort na de ramp vier mannen aan. Volgens justitie goten de verdachten zo’n tweehonderd liter benzine door een bruidsmodezaak, een van de bedrijfspanden onder de woningen, en staken die met vuurwerk in lichterlaaie. Het zou gaan om een wraakactie van een van de verdachten tegen zijn ex-partner, de eigenaresse van de winkel. De inhoudelijke behandeling van de rechtszaak staat gepland voor 2026.
Zeven woningen en de winkels eronder zijn weggevaagd. Hoe lang het duurt voordat die worden teruggebouwd, is nog onduidelijk. De elf huizen die nog overeind staan, worden hersteld; de zes aan de linkerkant zijn bijna klaar.
Dat betekent dat na negen maanden de eerste bewoners terugkeren. NRC sprak met zeven van hen. Veel bewoners worstelen met psychische klachten, ze hebben stress, nachtmerries en financiële zorgen. Niet iedereen wil met naam in de krant. „Geen behoefte aan”, zegt de een. De gepensioneerde man is bang voor de daders. „Je weet niet waar ze nog meer toe in staat zijn.” Sommige mensen willen helemaal niet praten. „Ik wil het achter me laten”, zegt een vrouw.
De jonge moeder gaat er eind deze maand weer wonen, net als haar buurman rechts. Haar buurvrouw links verhuisde vorige maand al. Op haar balkon staat een geïmproviseerde tent van zeil waaronder de halve huisraad ligt. „De muren zaten ineens weer vol scheuren”, weet de buurman. „De aannemers moesten erbij om ze te herstellen, dus moest er van alles naar buiten.”
Tarwekamp-bewoner Iwan Wind, rechts in gesprek met een buurman.
Op de galerij lopen timmermannen, loodgieters en elektriciens af en aan. De gepensioneerde man wil als enige graag terug. „Het is een fijne buurt.” Hij laat zijn woning van binnen zien: leeg, wit en pas gestuct, er hangt de typische geur van nat gips en vocht. In de slaapkamer wijst hij naar de inmiddels gladgestreken muur, waarin de brandweer destijds gaten boorde om het huis ernaast te blussen. De man woont hier twintig jaar en kent alle bewoners. Hij vertelt over hun leed, „veel mensen zijn emotioneel”, en over de schade aan de huizen: muren vol scheuren, kromgetrokken schuifpuien, gebroken ramen. Het bluswater liet overal sporen na. Eén woning zat van boven tot onder onder de schimmel. „Je ruikt het nog.”
Ook de bedrijfspanden hebben schade. Toch openen ook daar de eerste ondernemers hun deuren: binnenkort gaat Ingo’s wijnwinkel open, en de tandarts op de hoek ontvangt al enige tijd patiënten. Langzaam keert iets van het gewone leven terug. Maar of het ooit weer wordt zoals vroeger? De jonge vrouw weet het niet. Zij en haar kinderen van negen en vijf jaar hebben het nog steeds zwaar, zegt ze. „Vooral de oudste, die heeft alles heel bewust meegemaakt. De knal, het vuur, het geluid van gillende mensen. Mijn dochter vindt het heel spannend straks weer op haar kamertje te moeten slapen.” De moeder en de kinderen krijgen nog steeds trauma-therapie. Haar man niet, „die richt zich op zijn werk”.
Op de plek van de verdwenen woningen staan nu circa 160 zandzakken in een grote betonnen bak, zodat het grondwater niet omhoog komt. Hier moeten straks nieuwe woningen verrijzen. Dat kan nog een paar jaar duren. Aan het einde van de galerij, waar eerder de verwoeste huizen stonden, zijn de binnenmuren van de laatste woning aan de buitenkant verstevigd met isolatieplaten. Aan de overkant, waar nog vijf huizen staan, houden zware stalen steunpalen de gevel overeind.
Aniket Samanta (37) woonde in dat rijtje, samen met zijn vrouw en baby. Deze vijf woningen zijn waarschijnlijk begin volgend jaar opgeknapt. „Maar we willen niet terug. Wie zegt dat het veilig is?” Iwan Wind (50), die vlak naast Samanta woonde, denkt er hetzelfde over. „We slapen straks met ons hoofd tegen een muur die overeind wordt gehouden met palen.”
Maar belangrijker nog: iedereen kampt met trauma’s, zeggen de mannen. Samanta: „Mijn vrouw heeft maandenlang niet geslapen, nog steeds schrikt ze bij een hard geluid.” Hij vertelt dat ze meerdere trauma-sessies heeft gehad. „Ik ben bang dat als we terug gaan, de angsten weer terugkomen.”
Hetzelfde geldt voor Wind, zijn vrouw en hun twee kinderen van 19 en 23. „We zitten er al maanden doorheen”, zegt hij. „Mijn vrouw slaapt slecht, de kinderen zijn emotioneel en hebben stress. Ze krijgen EMDR-therapie om de beelden van die avond te verwerken.” Vanaf de bank in zijn tijdelijke huurwoning in Nootdorp vertelt Wind dat hij twintig jaar aan de Tarwekamp woonde. „We hebben daar alles opgebouwd, de kinderen zijn er groot geworden, we kenden iedereen. Nu zijn er mensen overleden, de huizen zijn stuk.”
Wind kan zijn tranen niet bedwingen. Vlak voor de ramp hadden hij en zijn vrouw nog Sinterklaas gevierd bij de buren, vertelt hij. Een ouder echtpaar. De man kwam om bij de explosie, de vrouw is nog aan het revalideren en kan waarschijnlijk niet meer terug. „Het raakt me diep, het besef dat zij er niet meer wonen. Het huis voelt niet meer als dezelfde plek.”
Zandzakken op de plek van de door de explosie verdwenen woningen.
Veel geïnterviewden zeggen: we willen niet terug, we zijn te getraumatiseerd. Maar ze hebben geen keus. Twee huizen aanhouden is onbetaalbaar. En de woningen verkopen, is geen optie. Die huizen zijn nu veel minder waard. „Wie wil daar nu wonen?”, vraagt Samanta zich af. „Niemand”, zegt Wind. „Het is daar een bouwput. De zandzakken, de steunpalen, er is geen trap naar de galerij, het portiek is verdwenen, de kelderboxen zijn weg. Het zal nog jaren duren voordat het hier weer aantrekkelijk is voor nieuwe bewoners.”
De overlevenden van de ramp kregen allemaal een tijdelijke huurwoning toegewezen. Sommige gezinnen verhuisden meerdere keren omdat er geen woningen waren waar ze permanent konden wonen, anderen vonden zelf onderdak in de particuliere sector, zoals Wind. Die legt uit dat de opstal- en inboedelverzekering de huur vergoedt, twee jaar lang, of tot de oude woning officieel weer bewoonbaar wordt verklaard. Voor wie nog jaren moet wachten op nieuwbouw, stopt de vergoeding te vroeg. „Dat wordt een financiële ramp.”
De Haagse gemeenteraad stemde donderdag in met een voorstel van de partij Hart voor Den Haag om de mogelijkheid van een noodfonds voor de slachtoffers te onderzoeken. Fractievoorzitter Richard de Mos wil dat het fonds niet alleen financiële steun biedt, maar ook psychische hulp dekt. „Mensen zouden geen dubbele huur moeten hoeven betalen, of terug moeten naar een huis terwijl ze nog getraumatiseerd zijn. Ook het verlies aan woningwaarde en de kosten voor therapie zouden vergoed moeten worden. Het is onacceptabel dat bewoners zoveel zelf moeten dragen voor iets waar ze niets aan konden doen.”
Niet iedereen is slechter af. Albert Brussee (79) vertelt via de telefoon dat het goed met hem gaat. Hij woonde 35 jaar aan de Tarwekamp, vlak boven de bruidswinkel. Zijn woning is ingestort maar hij wist zich die nacht ternauwernood te redden. Inmiddels woont hij in Apeldoorn, in de buurt van familie. „Ik had het geluk dat mijn huis al was afbetaald. Ik heb dus geen dubbele lasten. Met het geld van de verzekering kan ik hier voorlopig blijven wonen.” Van een trauma wil hij niet spreken. „Ik ben dankbaar dat ik nog leef, en met elan leef ik nu een nieuw leven.”
Aniket Samanta in zijn woning aan de Tarwekamp.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC