Met een permanente regeling wil het demissionaire kabinet voorkomen dat bedrijven in het geval van grote crises hun personeel moeten ontslaan of zelf in financiële problemen komen. De regeling gaat gelden voor zowel pandemieën als oorlogen.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over pensioenen en sociale zekerheid.
Door een permanente regeling in de wet te verankeren, hoeft er in de toekomst niet meer voor elke crisis een afzonderlijke regeling te komen. De reikwijdte daarvan is groter dan alleen pandemieën. Zo kan de regeling ook worden gebruikt in het geval van uitzonderlijke weersomstandigheden, rampen, uitval van vitale infrastructuur of oorlogen.
Bij dat laatste kan het ook gaan om de gevolgen van sancties die door een ander land worden opgelegd aan Nederland. Een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken noemt als voorbeeld Russische tegensancties die soms gehele sectoren troffen.
Het initiatief voor de permanente regeling kwam nog van het vorige kabinet. Toenmalig minister van Sociale Zaken Karien van Gennip (CDA) wilde de situatie, die zich voordeed tijdens de coronacrisis, in de toekomst voorkomen. Omdat veel sectoren van de een op de andere dag vrijwel geheel stil kwamen te staan, moest toen in allerijl een noodregeling worden opgetuigd. Dat had effect, maar er ging ook veel mis. Zo werd er aan sommige bedrijven te veel compensatie uitgekeerd. Dat geldt moest vervolgens dat weer moest worden terugbetaald.
Demissionair minister van Sociale Zaken Mariëlle Paul (VVD), die sinds enkele weken op die post zit na het vertrek van NSC uit het kabinet, heeft de wet waarin de permanente regeling is verankerd vrijdag voor advies naar de Raad van State gestuurd. Een belangrijke voorwaarde is dat bedrijven voor minimaal twee maanden ten minste 20 procent van het werk verliezen door omstandigheden die buiten hun schuld liggen en te maken hebben met een crisissituatie.
Gebeurt zoiets en voldoen de bedrijven aan de voorwaarden, dan hebben zij als de wet eenmaal ingaat twee keuzes. Ze kunnen ervoor kiezen om hun personeel binnen het bedrijf te herplaatsen. Zij kunnen hun werknemers dan tijdelijk inzetten om ander werk te doen dan waarvoor zij oorspronkelijk zijn aangenomen.
Een andere optie is dat werkgevers hun personeel 10 procent minder loon betalen over de uren dat zij niet werken. Doen zij dit, dan krijgen de werkgevers 65 procent van de niet gewerkte uren vergoed door de overheid. Het overige deel betalen zij zelf. Het idee daarachter is dat de overheid, werkgevers en werknemers de lasten dragen om door de crisis te komen.
De steun is niet eindeloos. De regeling kan voor maximaal zes maanden worden gebruikt. Is er tegen die tijd geen oplossing, dan moeten werkgevers zelf kijken naar een oplossing en is ontslag dus niet langer uitgesloten.
Dat neemt niet weg dat de regeling wel degelijk wat ruimte biedt aan zowel werkgevers als werknemers, denkt demissionair minister Paul. Zonder steunmaatregel zouden bedrijven mogelijk sneller personeel moeten laten gaan om een faillissement te voorkomen. ‘Met deze wet krijgen werkgevers mogelijkheden om banen te behouden.’
Het is nog wel even wachten tot bedrijven er in crises daadwerkelijk op kunnen terugvallen. Na het advies van de Raad van State moet de wet nog langs de Eerste en Tweede Kamer. Naar verwachting zal die pas ingaan in 2028.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant