Ondanks alle politieke meningsverschillen heeft het kabinet vrijdag het nieuwe bestemmingsplan voor Nederland in 2050 gepresenteerd. Het meest opvallend: het Rijk zet in op een sterke groei van de regio’s Groningen-Assen, Twente en Zuid-Limburg.
is politiek verslaggever van de Volkskrant.
Hoewel het er van een afstand soms uitziet alsof politici in Den Haag alleen nog maar ruziënd met elkaar over straat gaan, is er één feit waarover iedereen het wel eens is: dat er beter moet worden nagedacht over de verdeling van de schaarse ruimte in Nederland.
Met inmiddels 18 miljoen inwoners – groeiend naar 20 miljoen in het jaar 2050 – is er simpelweg een plan nodig waar iedereen kan gaan wonen en werken. En dan moet er ook nog ruimte zijn voor economische activiteiten, energieopwekking, landbouw, natuur, water en defensie.
Een legertje ambtenaren van de Rijksoverheid heeft daarom de afgelopen jaren gewerkt aan een nieuw bestemmingsplan voor Nederland in 2050, met een ‘doorkijk’ naar 2100. Daarin staat hoe Nederland de komende jaren zal worden ingedeeld, rekening houdend met allerlei activiteiten die om ruimte vragen.
‘De ruimte is schaars en die kunnen we maar één keer goed verdelen’, zegt verantwoordelijk minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening vrijdag in een toelichting. ‘Het Rijk neemt hierin de regie zodat we ook in de toekomst in een prettig land kunnen leven.’
Volgens Keijzer heeft zij de afgelopen maanden met werkelijk met elk denkbaar ministerie, van Economische Zaken tot Defensie en Landbouw, gekeken welke wensen er zijn. Daaruit is één samenhangend plan voortgekomen, dat antwoord geeft op de vraag: waar moet nou wat worden gebouwd?
Het meest opvallend zijn de drie nieuwe groeiregio’s die de Rijksoverheid aanwijst. In de regio’s Groningen-Assen, Twente en Zuid-Limburg wil het Rijk een ‘schaalsprong initiëren’. Dat betekent dat de overheid wil gaan faciliteren dat daar zowel de bevolking als de economie enorm kan gaan groeien. Bijna explosief dus, als we de Nota Ruimte moeten geloven.
In de praktijk betekent dit grootschalige woningbouw in deze grensregio’s, de aanleg van meer voorzieningen en het stimuleren van de regionale economie. De overheid ziet de bestaande groei-initiatieven die er al zijn vanuit steden, bedrijven, universiteiten en kennisinstellingen nadrukkelijk als ‘vertrekpunt’ om de regio’s verder te laten doorgroeien.
Zo wordt er vol lof gesproken over de aanleg van de Nedersaksenlijn (de toekomstige treinverbinding tussen Groningen en Enschede) en de Lelylijn (de verbinding tussen Noord-Nederland en Lelystad). Dit is opvallend, want tot nu toe werd er in politiek Den Haag juist volop gediscussieerd over nut en noodzaak van de aanleg van deze trajecten. De ambitie voor deze groeiregio’s blijkt inmiddels echter nog groter. De Rijksoverheid benadrukt dat deze regio’s niet alleen beter moeten worden aangesloten op de nationale infrastructuur, maar ook op de infrastructuur in Duitsland en België.
De aanwezigheid van veel internationale studenten in de grensregio’s noemt de overheid bovendien als een manier om de ‘vitaliteit en aantrekkingskracht’ van de regio’s te versterken. Ook dat is opvallend, want het huidige kabinet heeft eerder juist bepleit dat het goed zou zijn om het aantal internationale studenten te beperken en het Nederlands als voertaal te stimuleren.
Ook de Zuidelijk Randstad ziet er over een kwart eeuw wat de overheid betreft anders uit dan nu. Vooral de regio rondom Rotterdam en Den Haag moeten worden ‘getransformeerd’. Hier sluiten de bestaande woon- en werkomstandigheden volgens het Rijk momenteel onvoldoende aan bij de wensen van de 21ste eeuw. Ook de infrastructuur loopt achter en moet ‘toekomstbestendig’ worden gemaakt.
Om deze modernisering te realiseren, is een ingrijpende ‘herontwikkeling’ nodig, ‘zodat deze regio kan doorgroeien en weer functioneert op het niveau dat past bij de status van de grootste metropoolregio van ons land’, staat in de Nota Ruimte.
Exacte plannen moeten worden uitgewerkt, maar het Rijk wijst onder meer op de mogelijkheid van de ‘verdere integratie van de Rotterdamse en Haagse conglomeraten door het versterken van regionale verbindingen’. Er blijft weliswaar ruimte voor een soort ‘landschapspark’ en ‘groene ruimtes’ tussen de steden in, maar verder schetst het Rijk toch vooral het beeld van steden en dorpen die min of meer aan elkaar gaan groeien. Daartussen komen dan razendsnelle onderlinge groene verbindingen.
In de metropoolregio’s Amsterdam, Utrecht en Eindhoven wil het Rijk de reeds bestaande sterke groei verder ‘accommoderen’. De overheid ziet ‘de groei van deze regio’s als onmisbaar voor het in stand houden van het Nederlandse verdienvermogen op lange termijn’.
Maar de verdere groei van deze metropoolregio zal moeten gebeuren ‘in balans met de kwaliteit van de leefomgeving’, stelt het Rijk nadrukkelijk. De druk op de ruimte is hier ‘simpelweg zo groot’ dat niet meer voor alles meer plek is. ‘En zeker niet op de wijze waarop we gewend waren.’
De woningen en bedrijfslocaties die erbij komen, zullen efficiënt moeten worden ingepast. Vermoedelijk bedoelt het Rijk hier dat er vooral de hoogte in zal moeten worden gebouwd, of hier en daar straatjes of wijkjes erbij. Heel veel groei in de breedte is echter niet meer mogelijk. De woningen en bedrijfslocaties die erbij komen, moeten bovendien vooral in de categorie ‘betaalbaar’ gaan vallen. Het Rijk zal daarin proberen te faciliteren.
In de stedelijke gebieden net buiten de metropoolregio’s, zoals Zwolle, Arnhem-Nijmegen, Brabant, en Noord- en Midden-Limburg, is wel nog wat meer ruimte. Deze gebieden mogen beheerst doorgroeien, waarbij vooral de groei in werkgelegenheid vanuit het Rijk zal worden gestimuleerd.
In andere regio’s, zoals Noord-Holland, Friesland en de Achterhoek, voorziet de overheid een ‘minder omvangrijke economische ontwikkeling en bevolkingsgroei’. Maar daar is wel behoefte aan het verbeteren van de bestaande woon- en werkvoorzieningen. Het Rijk wil hier dus inzetten op het ‘versterken’ van de bestaande lokale faciliteiten.
Dat betekent niet dat deze regio’s stilstaan. Integendeel, met 20 miljoen inwoners op komst en veel extra andere activiteiten is elke vierkante centimeter in het land nodig. In een stad als Den Helder bijvoorbeeld, waar in het centrum nu behoorlijk wat winkels leegstaan, verwacht het Rijk dat de boel gaat aantrekken. Defensie zal in elk geval gaan groeien, wat ook zijn weerslag zal hebben op de al aanwezige marine in Den Helder. De verwachting is dat de vraag naar woningen en winkels daar zal toenemen.
Het nieuwe bestemmingsplan wordt vanaf vrijdagmiddag ter inzage gelegd, zodat iedereen erop kan reageren. Dat mogen burgers zijn, maar ook gemeenten, provincies en andere lagere overheden. Keijzer hoopt dat ze er samen uitkomen, maar in uiterste nood kan het Rijk de plannen doordrukken. ‘We discussiëren al heel lang over waar wat moet komen. Hopelijk is dit het antwoord op die vraag.’
Dat het nieuwe bestemmingsplan voor Nederland in 2025 er is gekomen, is al een prestatie op zich, want de laatste Nota Ruimte dateert uit 1991. Daarna vonden politici dat Nederland wel zo’n beetje af was: ze vonden het niet meer zo bij de tijd passen dat de overheid op landelijk niveau de ruimte zou verdelen. Dat zouden provincies, gemeenten of de markt voortaan zelf wel regelen.
Inmiddels is het kabinet teruggekomen van die gedachte. Onder leiding van de vorige minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Hugo de Jonge (CDA), pakte de overheid de regie op de volkshuisvesting als eerste terug. Nu doet minister Mona Keijzer (BBB) dat niet alleen voor woningbouw, maar eigenlijk voor de hele ruimtelijke inrichting van Nederland.
Er zijn tot nu toe vier Nota’s Ruimtelijke Ordening uitgekomen, die de indeling van Nederland ingrijpend hebben veranderd. De eerste nota dateert van 1960. Dat was een plan voor de snelle groei van steden en industrie na de Tweede Wereldoorlog. De tweede nota verscheen in 1966. Toen werden juist groeikernen net buiten de steden aangewezen om te wonen. Daar hebben we steden als Almere, Capelle aan den IJssel, Helmond, Nieuwegein, Purmerend en Zoetermeer aan te danken.
Ook de derde nota ruimtelijke ordening, van 1974, was gericht op ‘deconcentratie’: de bevolking moest beter worden verspreid over het land. Met als gevolg dat plaatsen als Spijkenisse uitgroeiden tot grote gemeenten.
In de vierde nota (in twee delen gepubliceerd in 1988 en 1991) werden de Vinex-wijken geïntroduceerd: massale nieuwbouw aan de rand van grote steden. De bekendste Vinex-wijken zijn Leidsche Rijn (Utrecht), IJburg (Amsterdam), Vathorst (Amersfoort) en Ypenburg (Den Haag).
De vijfde nota is 34 jaar later verschenen, in 2025, en stelt vast dat er in elk geval drie groeiregio’s aan de oost- en zuidgrens van Nederland moeten komen.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant