Hiphop Tien jaar lang werkte Vincent ‘Vinny’ Bal (33) als nachtportier in het Haagse uitgaansleven. Nadat een jaar geleden iemand aan de deur een pistool op hem richtte en het wapen blokkeerde, pakte hij zijn rapcarrière weer op. „Voor een zaal vol mensen denk ik: ik kan jullie allemaal hebben.”
Rapper Vinny.
Haagse rapper Vincent ‘Vinny’ Bal (33) zit in een knalrood trainingspak achter een kop koffie in de creatieve hub Buya Boutique; een levendige werk- en ontmoetingsplek in het centrum van de stad, waar lokale artiesten in- en uitlopen, en een schilder minutieus de laatste hand legt aan een wand-hoog doek.
Twee weken eerder lanceerde Vinny hier zijn debuutalbum Filantroop met een luistersessie en een expositie. De tentoonstelling is inmiddels afgebroken. Het kogelvrije vest dat aan de muur hing en de kistjes dikke sigaren zijn weer ingepakt, de binnen geparkeerde Peugeot 206, met vinylplaten in de openstaande kofferbak, weer weggereden.
Het was een bijzondere avond voor Vinny, die 14 jaar geleden al eens in NRC stond, als 19-jarige deelnemer aan een kweekvijver voor talenten „die al enige faam heeft opgebouwd in hiphopkringen (…) en werkt aan zijn eerste soloalbum”. Nu dat album er dan ein-de-lijk is, liet hij het eerst met producer en jeugdvriend LJ horen aan een publiek van familie, vrienden en muziekliefhebbers.
„Mijn ma zat alleen maar te bouncen bij die luistersessie”, zegt de breedgeschouderde, bijna twee meter lange Vinny. „Ze luisterde toen ik opgroeide ook wel naar rap. Ik mocht herrie maken; mijn slaapkamer was een muziekstudio met een bed erin. Ze heeft nu elke dag een Filantroop-shirt aan met mijn gezicht erop.”
Ze steunt hem volledig, wil hij maar zeggen. Ook nadat Vinny en LJ als jonge tieners werden opgepakt voor inbraak in een auto – „We zagen een raam openstaan en iemand had ons er in zien gaan” - liet ze hen toch naar een optreden op een block party gaan, waar ze lang voor hadden gerepeteerd. Vinny: „We moesten van haar na de show meteen terug naar huis. Dat was maar goed ook, want daarna braken vechtpartijen uit, werden politiewagens bekogeld, en mensen beroofd. Mijn moeder zag het zo: die jongen heeft iets doms gedaan, maar hij is ook met iets bezig dat wél constructief is.”
Op het sterke Filantroop beschrijft Vinny in trage, onderkoelde raps op stevige en soulvolle beats met aanstekelijke melodielijnen, de lange weg naar nu. Na opnamesessies voor wat jaren geleden al zijn eerste album had moeten zijn, „bleek door alle nummers heen een mega-dikke ruis te zitten en kon ik helemaal opnieuw beginnen”. Hij kreeg een vriendin; ging zich meer focussen op „knaken maken”, werken en studeren. „Ik ben gestopt en vlak daarna ontplofte New Wave [het hiphopproject van platenlabel Top Notch dat in 2015 succesvol werd] en begon in Nederland ineens iedereen geld te verdienen met rap.”
Vinny: „Laat me je zeggen wat ik ‘gangster’ vind.” Foto Andreas Terlaak
Vinny zelf „ontplofte” ook, zegt hij, maar dan fysiek. Trainen werd zijn uitlaatklep. „Ik woog 135 kilo en was helemaal vierkant.” Hij werd aangesproken door een portier, die hem vroeg of werken aan de deur niets voor hem was. Hij begon als nachtportier op ‘Dorstige Dinsdag’. „In het begin vond ik het kicken – de vechtpartijen, de spanning. En het was lucratief. Ik kon rondkomen van drie dagen en werkte er zeven. Maar ik heb tien jaar op drempels gestaan en de wereld is aan me voorbijgegaan.”
Vinny ‘investeerde’ in een kogelvrij vest en sprong middenin vechtpartijen „die je wel moet oplossen terwijl je volgens de wet niets mag. Ik heb de dood in de ogen gekeken en mensen gered die er anders nu niet meer waren. Het ging altijd om fucking helemaal niets. Iemand bemoeit zich met iemand, en ineens wordt er gestoken.”
Het was een extreem instabiele periode. Vinny werd uit zijn tijdelijke woning gezet en had geen alternatief. „Ik dacht: ik vind wel een huurwoning maar die vond ik niet. Het was echt gewoon laksheid. Ik liep in zeven sloten tegelijk, liet mijn administratie liggen, de rekeningen stapelden zich op, en ik werd dakloos. Uiteindelijk heb ik anderhalf jaar op de bank in de woonkamer van een vriend geslapen.”
Hij rapt op Filantroop openhartig en rauw, stoïcijns en strijdbaar over die jaren waarin heel zijn leven paste „in een opslagbox van een vierkante meter”. In afgemeten zinnen omschrijft hij hoe hij zijn schaamte verborg voor de buitenwereld: „Hoe het echt ging, hoefde niemand te weten.” Het was „domme trots”, zegt hij nu. „Ik durfde nergens om hulp aan te kloppen en wilde alles zelf oplossen.”
Zijn werk als portier hielp de rapper financieel op de been te komen. Hij investeerde in een studio, niet voor hemzelf maar voor producer LJ „omdat ik goed verdiende en dat geld liever in mijn homie stak dan aan de belasting overmaakte”. Daar namen ze op aandringen van zijn jeugdvriend zo nu en dan ook samen weer wat op. „Ik stond fulltime aan de deur maar in mijn onderbuik voelde ik ook: ik kan meer dan dit. Ik vroeg me tijdens werk steeds vaker af: wat doe ik hier? Ik ging vaker naar de studio, en gebruikte het geld dat ik verdiende om de studio verder in te richten, en clips te schieten.”
Vinny had zijn muzikale renaissance eigenlijk later gepland, maar stopte op dringend advies van zijn omgeving als portier nadat hij een jaar geleden in de loop van een pistool keek van een bezoeker met wie hij een uur eerder een „schermutseling” had gehad. „Hij probeerde het wapen door te laden en ik hoorde twee keer: klik-klik.” Hij laat beveiligingsbeelden zien. De rapper rende naar de schutter terwijl die nog een keer probeerde door te laden, werkte het wapen weg, en gleed uit, waarna de man ontkwam. „In het begin voelde ik dat ik hem moest terugpakken. Domme egoshit, domme straatshit – jij pakt mij, ik moet jou terugpakken. Maar wanneer ik nu mijn kleine neefje oppak om te knuffelen, zie ik het als een blessing dat ik ben uitgegleden.”
Op zijn debuutalbum rapt hij kalm en motiverend over omgaan met angsten; over een leven waarin hij geweld en onnodige risico’s inmiddels bewust vermijdt. „Laat me je zeggen wat ik ‘gangster’ vind”, rapt Vinny, „zorgen voor de fam en heel mijn leven richt ik zelf in”. Hij ging in therapie, en liet in visualisaties van het incident aan de deur zijn wraakgevoelens de vrije loop. „Ik ontdekte hoe emotioneel verdoofd ik was geraakt.”
Zijn ervaringen als portier hebben van hem een artiest met ijzeren zenuwen gemaakt, zegt hij. „Ik had een showtje in de Melkweg, en normale mensen hebben dan wel een kriebeltje. Maar ik heb voor hetere vuren gestaan.” Hij lacht breeduit. „Voor een zaal vol mensen denk ik alleen maar: ik kan jullie allemaal hebben.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC