Home

‘Nog meer doden, nog meer bloedbaden kunnen we niet aan

De bittere vlucht uit Gaza-Stad

Ruim een week geleden begon het Israëlische leger aan de aangekondigde verovering van Gaza-Stad. Honderdduizenden Palestijnen zijn voor het geweld gevlucht. Dit is het verhaal van vier van families.

Door Monique van Hoogstraten en Iva Venneman

Fotografie Enas Tantesh

De rijke zakenman Muneer Mahmoud Hamdouna is zeven keer gevlucht, de blinde, werkloze Mohammad Al-Kharbishi meer dan acht keer, de docente Engels Umm Waseem vluchtte twaalf keer en de bouwvakker Abu Mustafa Al-Masri zeventien keer.

Steeds pakten ze, in de afgelopen twee jaar, hun schaarse spullen weer op. Soms gingen ze van de ene wijk naar een andere, soms vertrokken ze naar een andere stad, een leegstaande school of voormalige fabriek. Ze zijn ervaren vluchtelingen geworden. Maar deze vlucht is anders.

Muneer Hamdouna

Mohammad Al-Kharbishi

‘Ik voelde me van alle waardigheid ontdaan, toen ik mezelf en mijn vier kinderen zo boven op die volgepakte wagen zag zitten’, vertelt de 45-jarige Waseem over de barre tocht van Gaza-Stad naar het zuiden. ‘Ik was continu bang dat een van hen zou vallen, vooral toen ze slaperig werden. Ik bleef de hele nacht wakker om over ze te waken. Boven ons vlogen de gevechtsvliegtuigen, onder ons was de straat vol met ontheemden. Het waren gruwelijke scènes.’

Het Israëlische leger begon ruim een week geleden met de aangekondigde invasie van Gaza-Stad, naar eigen zeggen om Hamas voorgoed te elimineren. Kort voordat de tanks de stad inreden, verbleven daar naar schatting 900 duizend mensen. Volgens Israël zijn er ongeveer 650 duizend vertrokken.

De Volkskrant sprak met vier van hen. Alle vier vertellen ze hoe zwaar het was om weg te gaan uit het noorden, waar ze hun wortels hebben, en Gaza-Stad te verlaten. Die wordt nu in opdracht van premier Benjamin Netanyahu door het Israëlische leger vermorzeld. De gevluchte inwoners weten dat ze bij terugkeer niets dan puin zullen vinden. ‘De verhalen die je hoort over wat er gaande is in Gaza-Stad zijn vreselijk’, zegt Al-Kharbishi. ‘En toch hoop ik dat we op een dag terug kunnen, al zullen we onze geboorteplek niet herkennen.’

Bron: Graphic News

Voor Waseem is dit de twaalfde vlucht. Eerder ging ze naar Rafah en naar diverse plekken in Khan Younis, maar tijdens het staakt-het-vuren begin dit jaar keerden zij en haar gezin terug naar het noorden. Met kunst- en vliegwerk wist haar man een deel van het verwoeste huis in Jabalia weer bewoonbaar te maken. Ze leefden daar tot afgelopen mei de allesvernietigende aanval ten noorden van Gaza-Stad begon, door Israël de Gideon Chariots Operatie gedoopt. Zij belandde met haar gezin, na nieuwe omzwervingen, in een tentenkamp in de stad.

Muhammad (8), de zoon van Umm Waseem.

Daar kwam de aankondiging dat Gaza-Stad nu aan de beurt is. Waseem dacht niet direct aan vertrekken. Ze schatte in dat het een dreigement was om de druk op Hamas op te voeren. Bovendien hadden ze geen geld voor de reis. Bedragen van 1.500 tot 2.000 shekel (380 tot 500 euro) zijn op dit moment geen uitzondering om je gezin en je spullen naar het zuiden te laten brengen. Maar de omstandigheden lieten haar geen andere keus. ‘We stonden met dertig tenten bij een school in Sheikh Radwan. Andere families begonnen hun tenten neer te halen. Uiteindelijk stonden we daar moederziel alleen, met boven ons de drones en om ons heen luchtaanvallen. Het was zo beangstigend dat mijn kinderen smeekten om ze daar weg te halen.’

Waseem en haar man verkochten een deel van hun spullen en leenden geld. Met vijf andere families deelden ze een vrachtwagen, die hen over de hobbelige, overvolle kustweg reed. Over diezelfde weg gaan nog steeds duizenden mensen dag na dag zuidwaarts. Laadwagens, ezelskarren, tractoren, personenauto’s, handkarren, fietsen – alles wat wielen heeft, rijdt zuidwaarts, overladen met de basisbenodigdheden die iedere ervaren vluchteling met zich meesleept: spullen om je te beschermen en warm te blijven, zoals dekens, tentzeil, matrassen en kleding, en spullen om te kunnen eten en drinken, zoals pannen en jerrycans. En wie geen geld heeft en nauwelijks goederen, gaat te voet.

Palestijnen vluchten naar het zuiden, weg van Gaza-Stad, 24 september.

Getty

In de chaos van de exodus stranden ook mensen langs de kant van de weg. Sommigen omdat ze uitgeput zijn, anderen omdat de overladen, krakkemikkige wagen het begeeft of een lekke band krijgt en met enig knutselwerk weer aan de gang gebracht moet worden, zoals Waseem meemaakte. Ze vertelt dat de chauffeurs zo hard mogelijk proberen te rijden om nóg een lading mensen en spullen op te halen, want het is dezer dagen goed geld verdienen.

Ook Mohammad Al-Kharbishi en zijn vrouw Soha stelden hun vertrek uit omdat ze geen geld hadden voor de reis. En omdat ze het noorden, de plek waar ze zich thuis voelen, niet wilden verlaten. Tijdens de hele oorlog zijn ze daar gebleven, gevlucht van de ene plek naar de andere. Maar hun oudste zoon Atallah, 17, raakte twee maanden geleden gewond aan zijn rug door een droneaanval bij hun tent. En een broer van Mohammad vond op straat de dood door een luchtaanval. Soha is op. ‘We hebben bij de belegering van het noorden zo veel bloedbaden gezien, zo veel doden’, zegt ze. ‘We kunnen het niet nog eens verdragen.’

De familie Al-Kharbishi is al acht keer gevlucht.

Ze leenden geld bij bekenden en familie en legden 1.500 shekel neer voor de reis. ‘De reis naar het onbekende’, zegt Mohammad. Want hoe klein de Gazastrook ook is, noord en zuid liggen gevoelsmatig ver van elkaar. Daar waar de familie vandaan komt, waar neven en nichten wonen, daar voelt het veilig. Daar kan iemand wellicht iets regelen: een plek om te wonen, een beetje geld, een paar matrassen. Omdat Mohammad sinds 2008 blind en werkloos is, is hij extra afhankelijk van dat soort hulp, zegt hij.

Aangekomen in het zuiden horen Mohammad en Soha dat ze moeten betalen voor een plekje. De prijzen variëren momenteel van 1 tot 7 shekel per vierkante meter per maand. Soms zijn het landeigenaren die huur vragen, soms mensen die eerder arriveerden en best een paar vierkante meter willen afstaan aan een nieuwe vluchteling – tegen betaling. Iedereen heeft geld nodig. Maar Mohammad is blut. ‘Het is vernederend, hoe mensen je hier uitbuiten.’

Mohammad Al-Kharbishi: 'Nog meer doden kunnen wij niet verdragen.'

Toch vinden ze een plekje, gratis – maar wel tijdelijk. Mohammad maakt zich zorgen over hoelang ‘tijdelijk’ precies is. ‘Mijn vrouw zoekt naar een nieuw stuk land waarvoor we niet hoeven te betalen.’

Een paar dagen later blijkt dat de landeigenaar ze heeft weggestuurd. Via de telefoon vertellen ze dat ze nu langs de kant van Saladinstraat zitten, de grote weg die Gaza van noord naar zuid doorkruist. Ze hebben meegenomen wat ze met hun handen konden dragen: matrassen, dekens, een koelbox. ‘Mijn zoon zit hier nu bijna zonder kleren aan zijn lijf’, zegt Soha. ‘Ik moest zijn kleren wassen en hij heeft verder niks. We hebben onderweg veel spullen verloren, kleren en ook een groot dekzeil, dat is allemaal van de wagen gevallen, omdat die veel te hard reed.’

Mohammad Al-Kharbishi met zijn vrouw Soha en hun kinderen. Oudste zoon Atallah (17) raakte twee maanden geleden gewond aan zijn rug door een droneaanval.

Ze vindt het vervreemdend; als ze om zich heen kijkt, ziet ze mensen die nog gewoon in een huis wonen. ‘Het is net alsof ze hier de oorlog niet echt hebben meegemaakt.’ De oorlog heeft inderdaad niet de hele Gazastrook op dezelfde manier getroffen. De stad Rafah, helemaal in het zuiden, is weggevaagd, net zoals de steden en dorpen in het noorden. Ook de oostkant, waar de Gazastrook aan Israël grenst, is platgebulldozerd. Maar het middelste gebied aan de kust, daar waar iedereen nu door Israël heen wordt gedirigeerd, is relatief ongeschonden. Daaromheen ligt nu dus feitelijk aan alle kanten een brede bufferzone.

Verdreven worden is – of lijkt misschien – makkelijker voor wie geld heeft. Muneer Mahmoud Hamdouna (68) heeft een grote tent, van echt tentdoek. In de hoek staat een houten dressoir, met op een gehaakt kleedje een koffie- en theeset en bijpassend dienblad. Ernaast een grote zak meel. Er ligt een groot tapijt op het zand. Hij heeft zelfs een echt bed en een sofa meegebracht. ‘Dit is mijn levensgezel’, grapt hij als het bed op de foto gaat. ‘Ik kan echt niet zonder hoor!’ Ook de gouden sieraden van zijn vrouw zijn meegegaan, net als waardevolle documenten, zoals eigendomsbewijzen en handelstransacties.

De tent waar de familie van Mahmoud Hamdouna in verblijft.

Hamdouna bezat voor de oorlog meerdere boerderijen in Beit Lahia, in het noorden van de Gazastrook. Ook pachtte en verbouwde hij grote stukken land, bezat hij een zonnepanelencentrale en verhuurde hij vrachtwagens en bulldozers. ‘We leefden comfortabel.’ Van zijn meeste bezittingen bestaat geen splinter meer, alles is door de oorlog verwoest.

Des te waardevoller zijn de paar trucks en auto’s die gespaard bleven. Zodra de bombardementen in Gaza-Stad intensiever werden, nam hij zijn besluit. ‘Het beste wat wij konden doen, was tijdig weggaan’, zegt hij. ‘Om te beschermen wat er nog over is van ons bezit en van onze familieleden.’

Hamdouna in zijn tent van echt tentdoek.

De vijf vrachtwagens die Hamdouna nog over heeft rijden nu water rond voor hulporganisatie Artsen zonder Grenzen. ‘Iedere vrachtwagen bezorgt zeven keer per dag water, iedere keer op een andere plek.’ Zo verdient de zakenman nu zijn geld en kan hij eten kopen en de huur betalen voor het kampement van zijn familie. ‘Ik betaal nu 1,5 shekel per vierkante meter per maand. Maar misschien gaat de prijs de komende tijd nog omhoog.’ Bijkomend voordeel van zijn huidige werk: zijn negen zoons, vier dochters en kleine zestig kleinkinderen hebben voldoende drinkwater. ‘Goddank redden we ons. En het belangrijkste is dat we veilig zijn.’

Voor de minder bemiddelden wordt de druk op de schaarse voorraden in het kleine gebied alsmaar groter, ziet bouwvakker Abu Mustafa Al-Masri, die er is neergestreken na drie dagen reizen. Ook hij vertrok omdat zo veel anderen al waren gevlucht en hij bang was met zijn gezin alleen achter te blijven. Zijn spullen liggen nog grotendeels over de grond verspreid, zijn zonen sjorren aan de zeilen en stukken hout. ‘Ik mag hier gratis staan, via een vriend, maar dat kan zomaar veranderen’, zegt hij. ‘Deze oorlog heeft iedereen veranderd.’

De zoons van Abu Mustafa Al-Masri.

Water komt hier eens in de twee dagen via pijpleidingen, heeft hij al ontdekt. Maar omdat er ineens veel meer mensen samendrommen bij de uitgifte, is het niet makkelijk iets te bemachtigen. Vandaag zag Al-Masri voor het eerst een gaarkeuken verschijnen. ‘Maar er was niet genoeg.’ Sommige mensen hebben direct al een kleioven gebouwd. Her en der hangt de geur van vers brood, vermengd met die van riolen waar ongedierte op af komt.

Hoeveel mensen moeten hoelang in dit overvolle gebied overleven? Nu is het snikheet en sterft het van de vliegen. Straks wordt het weer winter en zijn de dekens en kleding die mensen hebben meegebracht waarschijnlijk niet genoeg om warm te blijven. En zodra het gaat regenen, verandert de zandbank in een modderpoel, voorspelt Al-Masri. ‘Dan wordt het echt verschrikkelijk.’ De uittocht uit Gaza-Stad is bovendien nog in volle gang, er komen nog steeds mensen bij.

De trekker met aanhanger waarmee Abu Mustafa Al-Masri zijn spullen vervoerd.

Mohammad Al-Kharbishi, Abu Mustafa Al-Masri, Muneer Mahmoud Hamdouna, Umm Waseem – allemaal zeggen ze dat ze uiteindelijk teruggaan naar het noorden. Ook al zullen ze daar hooguit restanten vinden van wat hun huis was. Hun ziel is daar achtergebleven, zeggen ze. Hun land. En hun doden, van wie sommigen nog thuis herbegraven moeten worden. Hamdouna: ‘Als Israël de begraafplaatsen tenminste niet gebulldozerd heeft’.

Verantwoording

Dit verhaal werd geschreven met Malak Tantesh, die in Gaza – waar geen journalisten worden toegelaten – in opdracht van de Volkskrant getuigenissen en waarnemingen verzamelt.

Schotwonden bij Palestijnse kinderen wijzen op gericht vuur

Artsen zagen in Gaza een verontrustend patroon: kinderen met een enkele schotwond in hoofd of borst, een teken dat er gericht op ze is geschoten. Dat blijkt uit onderzoek van de Volkskrant, die sprak met de artsen die behoren tot de laatste internationale ooggetuigen.

Weer weg uit Gaza-Stad? En waarheen dan?

Nu de Israëlische premier Netanyahu de inname van Gaza-Stad heeft bevolen, vragen de miljoen mensen die er nog verblijven zich in paniek af of zij (opnieuw) moeten vluchten. De Volkskrant sprak drie inwoners. ‘Ik kan niet nog meer kinderen verliezen.’

Hoe baby Eilia in Gaza in leven wordt gehouden: ‘Ik voel haar pijn en ik kan haar niet helpen’

Vooral kinderen lijden onder de hongersnood in Gaza. De Volkskrant keek samen met een lokale journalist in een kliniek in Gaza-Stad hoe de bijna 1-jarige Eilia in leven wordt gehouden.

Source: Volkskrant

Previous

Next