Hoe zouden wetenschappelijke experts omgaan met de vele uitdagingen waarvoor Nederland staat, als ze het voor het zeggen hadden? Met de verkiezingen in aantocht benoemde de Volkskrant vast een kabinet van wetenschappers. De uitkomsten zijn opvallend eenduidig – en hoopgevend.
Door Maarten Keulemans
Fotografie Pauline Niks
Het is nou mooi geweest. Al jaren suddert het maar voort: onbetaalbare woningen, oplopende zorgkosten, de bouw die stilligt. Maatregelen die tijdelijk waren (een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur op de snelwegen) zijn gebleven, andere oplossingen (voor het cellentekort, overvolle aanmeldcentra voor asielzoekers of de toenemende polarisatie) zijn nog steeds niet in zicht.
Intussen moeten bijna zes miljoen huishoudens hun inkomen aanvullen met toeslagen, dreigen zo ongeveer alle internationale klimaat- en milieudoelen ons te ontglippen, zijn de wegen te vol en de treinen te leeg, en is er een tekort aan zo’n beetje alles: onderwijzers, zorgpersoneel, monteurs, soldaten.
Tijd voor een nieuwe aanpak, een frisse wind. Een zakenkabinet, niet van ambtenaren of beroepsbestuurders, maar van wetenschappers, experts in hun vakgebied. Welke keuzen zouden de knapste koppen in hun vak maken als ze een departement op hun vakgebied mochten leiden? Welke ideeën en oplossingen zingen rond in de wetenschap, maar weten het politieke podium maar niet goed te bereiken?
De Volkskrant besloot een kabinet uit te denken, met behalve veel vertrouwde posten ook een aantal nieuwe ministersposten. Als denkoefening natuurlijk, want, zo merkt politicoloog Simon Otjes op: laat een land vooral niet écht besturen door technocraten, alsof het een machine is. ‘Natuurlijk is besturen moeilijk en lopen dossiers soms vast, maar ook dat hoort bij een gezonde democratie. Er moet een balans zijn tussen het leveren van technocratische oplossingen en het vertegenwoordigen van de opvattingen van kiezers.’
Toch springen enkele zaken in het oog. Allemaal snakken de experts naar duidelijke, goed onderbouwde keuzen voor de lange termijn. ‘Wat wíllen we nu eigenlijk?’ Het is een kreet die meerdere wetenschappers die we spraken in de mond bestorven ligt.
Hoe we het land in grote lijnen moeten inrichten, is daarbij misschien wel de meest knellende vraag. Daarbij horen scherpe keuzen, die de politiek tot diepe frustratie van de experts voor zich uitschuift, terwijl er onder vakgenoten vaak brede eensgezindheid over is. Een harde keuze om de veestapel te verkleinen. Eigenaren van koopwoningen minder in de watten leggen. Afstappen van slopende, zware arbeid door migranten. Meer acceptatie dat de zorg de vraag niet meer kan bijbenen.
De wereld die de wetenschap voor zich ziet, is ook een opvallend sociale wereld. ‘Niet omdat het mijn politieke mening is’, beklemtoont onder anderen sociaalwetenschappelijk onderzoeker Marcel Lubbers (‘minister’ van Asiel en Migratie). ‘Maar omdat er wetenschappelijke antwoorden zijn op de doelen die de politiek stelt.’
Wie de aanbevelingen van de onderzoeken opvolgt, komt voor veel vraagstukken nu eenmaal uit op een enigszins linksdraaiend universum, waar de softe aanpak meer bereikt dan de harde hand. Het cellentekort oplossen, de volksgezondheid verbeteren, het aantal mensen met een uitkering verminderen: de sleutel ligt vaak bij iets dat de afgelopen decennia nogal onmodieus werd, namelijk zorgen, helpen, begeleiden.
Een mooier, gezonder, rijker en sociaal rustiger Nederland lonkt, zeggen veel van de wetenschappers die we spraken met zoveel woorden. Nederland kan zelfs een ‘voorbeeldland’ zijn (Margo van den Brink, Waterstaat), of een ‘gidsland’ (Franciska de Vries, Landbouw).
Nu nog een écht kabinet dat er werk van durft te maken.
Deze productie kwam tot stand op initiatief en met medewerking van Rianne Lindhout.
Minister van Landbouw, Natuur en Stikstof
Franciska de Vries
UvA
Zó kan Nederland er ook uitzien
‘Als eerste breng ik de stikstofuitstoot omlaag. Niet met een beetje schrapen, trucjes, creatief boekhouden: de totale depositie moet gewoon omláág. Dus gaat het mes in de veestapel. Écht minder, een halvering. Ook omdat de veeteelt enorm beslag legt op het landgebruik en we die ruimte anders kunnen gebruiken. In de wetenschap is echt iedereen het hierover eens.
‘Maar ik wil niet terug naar de landbouw van Ot en Sien! Ik wil vooruitgang. Alleen is er nu geen visie voor de inrichting van het land. Die visie moeten we weer ontwikkelen. En in mijn visie luisteren we naar het landschap. De bodem en het water zijn sturend.
‘Op de vruchtbare kleigronden van Friesland, Groningen, Noord- en Zuid-Holland zetten we in op moderne, hoogproductieve landbouw met een lage ecologische voetafdruk. Hoogwaardige eiwitten, oliën, kassen. We willen een florerende landbouw, die ook internationaal kan concurreren. Maar intussen blijft ook de boerennatuur behouden, met natuurlijke oevers, heggen en bosjes.
‘De zandgronden, die slecht water vasthouden en die je veel moet bemesten, geven we terug aan de natuur. We zetten in op drie compartimenten: een zone voor intensieve landbouw, een overgangszone met extensieve landbouw, en dan de natuur. We maken serieus werk van natuurbescherming en de monitoring van de natuur.’
‘De ecologische hoofdstructuur komt terug. Want ecosystemen moeten kunnen bewegen. Uiteindelijk ontstaan zo grote, onderling verbonden natuurgebieden. Met ook voldoende ruimte voor de wolf, die de herten- en zwijnenpopulaties op peil houdt. Daardoor zijn er ook minder conflicten met mensen. Begrazen doen we intussen in de uiterwaarden.
‘Zo wordt Nederland gidsland, boegbeeld van hoe je al die functies kunt combineren, door het landschap te volgen. Terwijl de omgeving groener en gezonder wordt, en er minder luchtvervuiling is. Die aantrekkelijke visie zou ik als minister voorleggen: zó kan Nederland er ook uitzien.’
Franciska de Vries is hoogleraar bodemecologie.
Minister van Sociale Verbinding
Simone Ritzer
Wageningen Universiteit
Ik richt een Derde Kamer in, met gelote burgers
‘Polarisatie hebben we in een gezonde democratie gewoon nodig. Je moet het met elkaar oneens kunnen zijn om verder te komen. Alleen is de polarisatie op sommige dossiers wel wat doorgeslagen.
‘Als staatssecretaris is mijn aanpak: bevorder de actieve betrokkenheid van burgers. Geef ze verantwoordelijkheid. Een mooi voorbeeld zijn buurtbudgetten, waarbij buurtbewoners kunnen aangeven hoe ze een budget willen verdelen om bijvoorbeeld de wijk groener te maken. Door mensen zelf aan het roer te zetten, moeten ze met elkaar overleggen, over zaken als waar bomen en parkeerplaatsen moeten komen. Daardoor groeit de sociale samenhang. Oók als ze het met elkaar oneens zijn, want ook dat hoort bij een samenleving.
‘In onze tijd van individualisme en snel-snel-snel stellen burgers stellen zich vaak op als consument: wij vragen, de overheid draait. Een recept voor ontevredenheid. Denk maar aan de sportclub waar je tegen betaling lessen volgt: dan ga je eisen stellen, wil je waar voor je geld. Terwijl je op de sportvereniging waar je als vrijwilliger achter de bar staat wordt uitgedaagd om bij problemen zelf een beetje te puzzelen, samen met de andere leden.
‘Ik richt een Derde Kamer in, een idee van David Van Reybrouck. Een geloot, permanent burgerberaad, dat een afspiegeling is van de bevolking en adviezen geeft, zonder de ballast van een of andere politieke achterban en de noodzaak weer verkozen te willen worden. Zo kan het zich meer op de lange termijn richten.’
‘Ik geef jongeren stemrecht vanaf 16 jaar, terwijl ze ook gaan deelnemen aan burgerberaden en bijvoorbeeld op school worden gestimuleerd om deel te nemen aan de maatschappij. Burgerschap wordt nu in de les gegeven. Wat mij betreft draait het ook om de praktijk.’
Simone Ritzer is programmaleider dialoog. Ze staat op de kieslijst voor Volt.
Minister van Buitenlandse Zaken
Bastiaan van Apeldoorn
VU Amsterdam
Sta op tegen Trump en pas op voor een wapenwedloop
‘Ik stel als minister meteen alle mogelijke nationale sancties in tegen Israël. Artikel 90 van de Grondwet verplicht ons ook internationaal de rechtsorde te bevorderen. We moeten dus doen wat we kunnen om de genocide in Gaza te stoppen. Internationaal recht respecteren helpt de Palestijnen in Gaza, maar draagt ook bij aan een stabiele en vreedzame wereld, wat ook ons eigen belang dient.
‘Zolang we met twee maten meten en Rusland wel straffen en Israël niet, zijn we behalve medeplichtig ook ongeloofwaardig. In het mondiale Zuiden neemt niemand ons serieus als we preken over waarden en internationaal recht, zolang we zelf dit morele kompas niet volgen.
‘Bij het volgen van dat kompas hoort ook dat we meer opstaan tegen Donald Trump, in plaats van te blijven slijmen in de hoop dat zijn importheffingen dan meevallen. Als minister zal ik ook mijn Europese collega’s aanmoedigen meer zelfvertrouwen uit te stralen. Als we onze waarden willen beschermen, moeten we er wel voor gaan staan.
‘Nederland liet zich door Trump zo intimideren dat we inmiddels 5 procent van ons bnp willen uitgeven aan defensie. Eerst was er nog sprake van 3 procent, terwijl de Navo-landen nu al veel meer geld uitgeven aan defensie dan Rusland. In het vakgebied van de internationale betrekkingen weten we dat onze (her)bewapening door de ander, in dit geval Rusland, als bedreiging wordt opgevat. Actie leidt tot reactie. Het veiligheidsdilemma leidt dan tot een veiligheidsparadox: je wilde veiligheid bevorderen, maar lokt een wapenwedloop uit. Het valt mij op dat die paradox in de huidige politiek volledig wordt vergeten.
‘Men zoekt simpele oplossingen. We hebben het veel over veiligheid en vatten dat begrip vooral militair op. In mijn vakgebied benaderen we het breder. Ook de klimaatcrisis is een serieuze bedreiging voor de menselijke veiligheid.’ (Rianne Lindhout)
Bastiaan van Apeldoorn is hoogleraar mondiale politieke economie en geopolitiek, en SP-senator.
Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Cody Hochstenbach
UvA
We draaien de voordelen van koophuizen terug
‘Er is niet één oplossing voor de wooncrisis. Je kunt de woningkrapte dan ook niet van vandaag op morgen oplossen. Er is een pakket maatregelen nodig. Maar wat helpt, is de woningmarkt gaan zien als ongelijkheidsvraagstuk. Wie koopt, heeft veel voordelen, terwijl huurders veel minder zulke voordelen genieten.
‘Dat betekent dat die voordelen moeten worden afgeschaft. De hypotheekrenteaftrek, daar wil ik absoluut van af. En de overwaarden die in koophuizen zitten, zou ik belasten. Het gevolg daarvan is dat je mensen niet meer stimuleert om overmatig groot te gaan wonen. Ongeveer een kwart van de kopers beschikt over meer dan 90 vierkante meter woonoppervlak per persoon! Dat is inefficiënt gebruik van schaarse woonruimte. Je kunt zeggen: prima als je daar blijft wonen, maar je gaat er wel meer voor betalen.
‘Ja, dat zal weerstand oproepen. Maar als we de wooncrisis willen oplossen, moeten we door de zure appel heen bijten. Geleidelijk. Je zou kunnen beginnen bij de mensen met de duurste koophuizen. En een deel van een belasting op overwaarde teruggeven via bijvoorbeeld lagere inkomstenbelasting. Van de miljarden die je ermee binnenhaalt, kun je woningen bouwen. Want dát er moet worden gebouwd, daar kom je niet omheen. De bouw blijft fors achter. Daar moet gewoon geld bij.
‘Op termijn zou de inkomensgrens voor sociale huur weer omhoog moeten. De reden dat de Nederlandse sociale woningbouw ooit zo goed was dat men met bussen vanuit het buitenland hierheen kwam om te kijken hoe wij het deden, is dat ook middeninkomens een plek in de sociale huisvesting konden vinden. Daar zou ik weer naartoe willen. Huren heeft een veel te negatieve stereotypering gekregen. Alsof je zonder koophuis toch een vlekje hebt.’
Minister van Waterstaat
Margo van den Brink
Rijksuniversiteit Groningen
We bouwen een drijvende wijk
‘Het eerste wat ik doe, is meer bewustwording en urgentie creëren. Het verhaal is bekend: het klimaat verandert, de zeespiegel stijgt, de winters worden natter en zomerse buien extremer. Dat vereist bewustzijn. Met onderwijsprogramma’s, campagnes, apps. Ik zou woningen behalve een energielabel ook een klimaat- of waterlabel geven: wat voor risico’s loop ik op deze plek?
‘Ik ga de discussie aan: wat wíllen we eigenlijk? Want we zullen eraan moeten wennen dat niet alles meer kan, qua bouwen en wonen bijvoorbeeld. Dus wat doen we wél, en waar en hoe, en wat doen we niet? Hoe voorkomen we dat we nu keuzen maken waar we later spijt van krijgen, zoals bij woningbouw op overstromingsgevoelige plekken?
‘Maar ik zet wel in op een positief verhaal. Leven mét het water, in plaats van alleen maar de strijd tégen het water. We moeten water weer gaan zien als kans, als hefboom om plekken mooier te maken. Met vergroening van steden en nieuwe waterbergingsgebieden, met ruimte voor de natuur. Na het succesvolle programma ‘Ruimte voor de rivieren’, waarbij we de rivieren bredere stroomgebieden en meer bochten hebben gegeven, ligt de focus nu weer vooral op het versterken van dijken. Heel jammer, want hoewel dijken essentieel blijven, is er zoveel meer mogelijk.’
‘Ik zet een groot proefproject op voor wonen op het water, een drijvende wijk. De techniek is er. Nu hebben we een voorbeeldproject nodig, om te laten zien dat het kan. Drijvend bouwen biedt heel nieuwe, innovatieve kansen voor de problemen in de woningbouw, en zou een geweldig exportproduct van ons land kunnen zijn. Zou drijvend bouwen, na de polders en de deltawerken, niet het volgende hoofdstuk kunnen zijn in het verhaal van Nederland als waterland?’
Margo van den Brink is universitair hoofddocent water en ruimte.
Minister van Verkeer en Transport
Niels van Oort
TU Delft
Meer deelfietsen, en een nieuw soort bus
‘Eerst noem ik mijn ministerie anders: het ministerie voor Bereikbaarheid. En ik fuseer met Ruimtelijke Ordening. Want bereikbaarheid kun je niet los zien van hoe we ons land inrichten.
‘Mijn ministerie zal geen ministerie zijn van grootse projecten. Ik wil vooral beter gebruikmaken van wat er al is. Met relatief kleine ingrepen de bereikbaarheid vergroten, steeds met als leidraad: leefbaarheid, gezondheid, duurzaamheid en de economie. Zoals onze fietscultuur. Goud hebben we daarmee in handen.
‘Het concept van de ov-fiets breid ik uit naar metrostations, tram- en bushaltes. Met goede snelfietsroutes ernaartoe, en ter plaatse stallingen en deelfietsen. Er komt hoogwaardig busvervoer, met het comfort van de metro: hoogfrequent, weinig stops en comfortabele haltes met aansluiting op het fietsnetwerk. En goed ge-brand. Want laten we eerlijk zijn, de bus heeft geen goed imago.
‘Op het platteland zoeken we verder naar het optimale systeem van vraaggestuurd vervoer. De heilige graal hebben we nog niet gevonden. Je zoekt een vervoersvorm die flexibel is in tijd en route, en veel gebruiksgemak heeft. Misschien kunnen zelfrijdende voertuigen uitkomst bieden.
‘Ik ga in gesprek met het onderwijs en grote werkgevers, om de spitsdrukte te spreiden. Een half uur later beginnen met colleges kan al enorm helpen. Dat moet de druk op de treinen enigszins verlichten. Ook komen er zelfrijdende shuttles tussen specifieke gebieden.
‘Het wegennet wordt vooral voor wie geen andere oplossing is. Zoals het goederentransport, dat steeds meer met elektrische trucks zal gaan. De doorstroom op het wegennet wordt intussen vanzelf beter als we de spits spreiden en mensen uit de auto krijgen. Meer wijken en binnensteden worden autoluw. Maar we doen het wel goed. De auto wegpesten is niet de manier, er moet voldoende alternatief zijn.’
Niels van Oort is universitair hoofddocent ov en deelmobiliteit en mededirecteur van het Smart Public Transport Lab.
Minister van Klimaat en Energie
Heleen de Coninck
TU Eindhoven/Radboud Universiteit
Alles moet tegelijk, we lopen achter
‘Het eerste wat ik zou doen, is mijn ambtenaren bij elkaar roepen: wat hebben júllie voor ideeën om de energietransitie te helpen? Ik zou de ervaringsdeskundigen uit de wijken dezelfde vraag stellen, de mensen met energiearmoede willen horen. Dit is zo complex dat niemand de waarheid in pacht heeft. En we moeten handelen vanuit een breedgedragen visie.
‘Alles moet tegelijk. Het klimaatbeleid heeft bizar veel haast, want we lopen achter. En het moet eerlijker. De voordelen van verduurzaming komen nu vaak bij de mensen die het toch al goed hebben. De bedrijven met de grootste winsten, in plaats van de kleine ondernemers. De mensen met een koophuis en geld voor zonnepanelen en een elektrische auto. Dat moet anders.
‘Ik zou alles wat we doen bekijken met in het achterhoofd: is dit in overeenstemming met een klimaatneutraal Nederland in 2050? Steden richten we klimaatbestendig in, woonwijken sluiten we zoveel mogelijk aan op lagetemperatuur-warmtenetten. Ook de industrie, die in 2040 al op nul uitstoot moet uitkomen, bekijken we vanuit de toekomst: welke industrie is hier nou echt houdbaar? In een CO2-neutrale wereld kan dat betekenen dat een bedrijf zoals Tata Steel beter kan concurreren vanuit Spanje vanwege de zonne-energie, of vanuit Zweden, vanwege de waterkrachtcentrales.
‘Het prettige is dat er al veel kan, en dat de meeste mensen best willen. Daarvan maken we nog te weinig gebruik. Mensen maken allerlei dagelijkse keuzen op routine, in de supermarkt, of bij hoe ze zich verplaatsen. De omgeving moet anders, zodat keuzen groener worden. Wijken richten we compacter in, zodat je makkelijker zonder auto kunt. Plantaardige eiwitten maken we goedkoper, reparaties van apparatuur makkelijker. De capaciteit van de trein schalen we op. En op zee komt minstens 50 gigawatt aan windenergie, bovenop de huidige 4,5.’
Heleen de Coninck is hoogleraar sociaal-technische innovatie en plaatsvervangend voorzitter van de Wetenschappelijke Klimaatraad.
Minister voor Asiel en Migratie
Marcel Lubbers
Universiteit Utrecht
Ik breng meer asielzoekers onder in welvarende wijken
‘Ik zal niet met een heel aantrekkelijke boodschap komen. Er moet meer geld naar vluchtelingenbeleid. Wat we nu doen, is opvangcentra openen en ze weer sluiten, waarna we in de problemen komen als er ergens in de wereld een crisis is.
‘Dat moet anders, door te zorgen voor structurelere en kleinschaligere opvang en meer aanmeldcentra, gespreid over het land. Dat is aanvankelijk duurder, maar op basis van onderzoek verwacht ik dat dit zorgt voor meer rust in de samenleving, minder protesten en minder mensen die langdurig in procedure zitten. Daarom denk ik dat het uiteindelijk geld oplevert.
‘De Spreidingswet specificeer ik. Ik zou vluchtelingen spreiden op buurtniveau, waarbij we de buurten met de sterkere sociaal-maatschappelijke schouders – met de D66- en GroenLinks-stemmers, gechargeerd gezegd – ook meer belasten. Om de rechtvaardigheid in stand te houden, zie ik streng toe dat uitgeprocedeerde asielzoekers het land verlaten, tenzij ze hier een leven hebben opgebouwd. Veiligelanders houden we zoveel mogelijk tegen aan de grenzen van Europa. Uit onderzoek verwacht ik dat dit draagvlak vergroot.
‘Tegelijk wil ik, samen met andere ministeries, meer doen voor de mensen die het lastig vinden dat Nederland verandert. Dat vergt meer waardering van mensen met een praktisch beroep, ook in salaris. En we moeten meer doen aan de problemen die mensen al dan niet terecht aan migratie koppelen, zoals momenteel de woningnood.
‘Ik zet in op taal en tegengaan van uitbuiting, juist voor Oost-Europese migranten, momenteel de grootste groep. Als minister stimuleer ik dat werkgevers taalcursussen en woningen aanbieden aan hun werknemers.
‘Als minister vind ik het mijn plicht om te laten zien dat het op de meeste asiellocaties goed gaat, zonder weerstand. Dat moet je steeds opnieuw vertellen. Het eerlijke verhaal. Geen populaire boodschap misschien. Maar als minister laat ik me graag leiden door de feiten en het wetenschappelijk onderzoek.’
Marcel Lubbers (geen familie van de oud-premier) is hoogleraar interdisciplinaire sociale wetenschap: relaties tussen groepen en culturen.
Minister van Sociale Zaken
Ton Wilthagen
Universiteit van Tilburg
Investeer in mensen, in plaats van ze op non-actief te zetten in een uitkering
‘Als minister zou ik eerst een top organiseren met de arbeidsmarktpartijen en het onderwijs: hoe verdienen we over vijftig jaar ons brood? We zijn geobsedeerd geraakt over de vorm van arbeid: vast of flexibel werk. Maar intussen hebben we een achterstand op inhoud, in de ontwikkeling van een brede visie. Welke keuzen gaan we maken om ons niveau van brede welvaart te behouden?
‘Niet alles zal door kunnen zoals we nu doen. Neem logistiek. Al die containerdozen overal, veel migranten als werknemers en een heel kleine winstmarge. Maar we zijn wél een distributieland. Op welke nieuwe sociale en ecologische leest gaan we dat doen? En wat stimuleer je? Financiële dienstverlening of hoogtechnologische productie zoals ASML? Die keuzen zijn allesbepalend voor de manier waarop we de arbeidsmarkt inrichten.
‘Over de krapte op de arbeidsmarkt zeg ik: it’s all about skills. De kunst is om ervoor te zorgen dat mensen algemene vaardigheden ontwikkelen die nodig zijn om makkelijk te switchen. Digitale vaardigheden, in teams werken, omgaan met klanten: dat zou in alle opleidingen de basis moeten zijn. Een warmtepomp aansluiten leer je daarna in drie maanden wel.
‘Sociale zekerheid kun je zo ook benaderen. Als iemand dreigt vast te lopen, moet je het gesprek aangaan: we hebben wat zebrapaden op de arbeidsmarkt om over te steken naar een andere baan, maak je over je inkomen intussen geen zorgen. De bijstand zou je willen sluiten. We kiezen er nu voor mensen op non-actief te zetten die eigenlijk begeleiding, scholing of zorg nodig hebben. Investéér in mensen.
‘En de discussie over flexibel of vast? Ik zou radicaal alles gelijkschakelen. Laat mensen werken zoals ze willen, freelance of vast, en laat ze allemaal meedoen in de belangrijkste collectieve voorzieningen. In feite herstel je zo de collectieve sector.’
Ton Wilthagen is hoogleraar arbeidsmarkt.
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Jochen Mierau
Rijksuniversiteit Groningen/UMCG
Armoede geeft te veel zorgkosten, we kunnen ons dit niet veroorloven
‘Mijn eerste daad is constateren dat mijn ministerie 95 procent van zijn budget uitgeeft aan iets wat helemaal niet in de naam van het ministerie voorkomt: zorg. Mijn ministerie heeft niet tot doel zorg te produceren, maar gezondheid mogelijk te maken. Dáár moet de nadruk liggen. En daar leg ik verantwoording over af, door gezondheidsdoelen in de wet te verankeren.
‘Dus zoom ik uit: wat wíllen we eigenlijk? Wat hebben we op de lange termijn nodig om Nederland gezonder te maken? Als we de gezondheid echt willen beschermen, welk type industrie willen we dan in Nederland? Vinden we het wel kies dat mensen slopend werk doen in slachthuizen, of sjouwer zijn op Schiphol?
‘En waarom staan we toe dat mensen werken voor een loon waarvan ze zonder allerlei toeslagen niet kunnen leven? We weten dat armoede een van de grootste oorzaken is van ongezondheid. Ik durf de stelling wel aan dat armoede dermate veel kosten geeft dat we ons armoede helemaal niet kunnen veroorloven.
‘We hebben een lijst met bewezen effectieve maatregelen, die we nu niet uitvoeren. Daar ga ik me als minister voor inzetten. Een progressieve suikerbelasting. Minimumprijzen voor alcohol. Niet meer roken op plekken waar anderen de rook kunnen inademen. Convenanten sluiten met bedrijven en bijvoorbeeld de sportsector, om reclames voor ongezonde producten in te perken.
‘Het zorgstelsel hervormen we. De realiteit is nu eenmaal dat we met een demografie zitten die niet meer matcht met wat de zorg kan bieden. We moeten af van de gedachte dat we alles kunnen leveren wat er is. Een moeilijke discussie, maar als minister vind ik dat ik het gesprek daarover moet aangaan. Anders adresseer je de realiteit niet.
‘Dat kan betekenen dat we allerlei oude richtlijnen, die nog gaan over de papieren realiteit waarin er voldoende personeel was, zullen moeten loslaten. Richt je op de behoefte van het individu. Vraag iemand die slecht ter been is: wat heb je precies nodig? Misschien is zo iemand ook geholpen als je de boodschappen laat thuisbezorgen.’
Jochen Mierau is hoogleraar economie van de volksgezondheid.
Minister van Justitie
Miranda Boone
Universiteit Leiden
Meer enkelbanden en taakstraffen. Vertrouw de rechter
‘Ik wil mijn ministerie omdopen: Justitie en Welzijn. Om tot uitdrukking te brengen dat veel criminaliteit samenhangt met sociale problematiek: schulden, psychische problemen, verslavingen. De gevangenis zit vol gedepriveerde mensen die door alle sociale vangnetten zijn gevallen, ook omdat daarop de laatste jaren sterk is bezuinigd. Het strafrecht maakt die problemen erger: daders raken verder in de marginaliteit, krijgen geen verklaring omtrent het gedrag, komen verder van de maatschappij te staan.
‘Het liefst voorkóm je dat mensen in het strafrecht belanden, door er op tijd bij te zijn, met zorg, schuldhulpverlening, mediatie. Gevangenisstraffen dragen meestal niet bij aan resocialisatie en vermindering van recidive, daar zijn we in de criminologie vrij unaniem over. Door een gevangenisstraf ben je wel even van iemand af. Maar als er tegenover staat dat het risico op strafbare feiten groter wordt als iemand weer vrijkomt, heeft niemand er baat bij.
‘Ik zou dan ook een wetsvoorstel maken dat het structureel mogelijk maakt om korte gevangenisstraffen of de laatste fase van de gevangenisstraf om te zetten in elektronische detentie. En zeker niet steeds strafmaxima verhogen, of de mogelijkheden voor taakstraffen verkleinen. Bovendien maken rechters te veel gebruik van voorlopige hechtenis, omdat er onvoldoende zittingscapaciteit is. Daar zou ik als minister op inzetten. Meer dan de helft van de gedetineerden zit vast zonder veroordeling.
‘Intussen lopen we sterk achter met de zware vormen van criminaliteit die de samenleving ondermijnen. Witwassen, georganiseerde drugscriminaliteit, milieucriminaliteit, fraude, arbeidsuitbuiting. Daarop zou ik prioriteren. Dat kost ook celcapaciteit, maar daar moeten we desnoods dan maar voor bijbouwen.’
Miranda Boone is strafrechtjurist en hoogleraar criminologie.
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Inge Molenaar
Radboud Universiteit
Meer flexibiliteit voor leraren die willen doorgroeien
‘In de VS zie je hoe allerlei vrijheden die te maken hebben met onderwijs, cultuur en media worden uitgehold. In Nederland gelukkig nog niet, maar de VS bewijzen hoe hard het kan gaan. Mijn beleid als minister zou dan ook als rode draad hebben: hoe bewaken we de fysieke en digitale publieke ruimte?
‘In het onderwijs moeten we toe naar een beoordelingscultuur waarin niet presteren centraal staat – het beoordelen van toetsen en scripties – maar het leerproces zelf. Je kijkt dan bij de ontwikkeling van basisvaardigheden zoals schrijven, lezen en rekenen naar de tussenstappen, de keuzen onderweg, in plaats van naar het eindresultaat.
‘Voor het lerarentekort wordt de grote uitdaging om de mensen die we hebben opgeleid in het vak te houden. Een probleem is dat leraren vrij weinig doorgroeimogelijkheden hebben. Daarom zou ik inzetten op alternatieve ontwikkelingspaden. Zoals: een leraar die naast het gewone onderwijs ook een dag in de week meewerkt aan onderzoek op de universiteit. Of bied de leraar met veel interesse in zorg de mogelijkheid om een deel van de tijd te werken met kinderen met leerproblemen, of in de ggz.
‘Cultuur vind ik zeer belangrijk. Voor verbinding, connectie en onderling begrip, en voor rust in de samenleving. Ik zou culturele uitingen stimuleren die gericht zijn op het doorbreken van bubbels, het leggen van contact tussen verschillende groepen.
‘We moeten af van het knipperlichtbeleid in de financiering. Zoals in de wetenschap: het ene moment investeren, een kabinet later weer bezuinigen. Dat is funest, zeker als we ons talent willen behouden, en moet anders. En ik wil toe naar nieuwe centra, waarin wetenschap, maatschappelijke partners en bedrijven samenwerken aan een bepaalde uitdaging, zoals klimaatproblematiek. Zo kunnen heel nieuwe vormen van onderwijs en onderzoek ontstaan.’
Inge Molenaar is hoogleraar onderwijs en artificiële intelligentie en directeur van het Nationaal Onderwijslab AI.
Minister van Digitale Zaken
Lokke Moerel
Universiteit van Tilburg
Geen smartphones op de lagere school, punt
‘Als minister van Digitale Zaken zet ik volop in op innovatie met AI. Door de vergrijzing zullen we met minder mensen meer moeten gaan doen, dus de arbeidsproductiviteit moet omhoog. AI moet dat gaan brengen. De vraag is: gaan we hier investeren of blijven we elke euro naar Amerika sturen, zodat ze hem dáár investeren?
‘Onze soevereiniteit vergt dat we een eigen AI-infrastructuur bouwen, ‘schone’ en vrij te gebruiken trainingsdata beschikbaar maken, en vol inzetten op een eigen, Nederlandstalig taalmodel dat voldoet aan Europese en Nederlandse regels en onze waarden en normen.
‘AI kan ook als wapen worden gebruikt, bijvoorbeeld voor geautomatiseerde cyberaanvallen. We zullen dus ook zelf vol op onze offensieve cybercapaciteiten moeten inzetten, niet alleen van onze militairen, maar ook van de private sector en onze academici. Anders weet je niet wat je tegenstander kan doen, en kun je je ook niet beschermen.
‘Voor kinderen maak ik een aantal richtlijnen. Geen smartphones op de lagere school, punt. Geef ze een simpele telefoon waarmee je alleen kunt bellen en sms’en. En ik zou ‘leeftijd’ een verplicht attribuut maken van digitale ID’s. We kunnen dan porno- of goksites dwingen kinderen te blokkeren. Ook alle sociale media moeten een onafhankelijke leeftijdsgrens krijgen. We moeten terug naar: stel een leeftijdsgrens, en handhaaf die. Als een kind alcohol wil kopen in de supermarkt, kan dat toch ook niet?
‘Digitale zaken gaat ook over desinformatie en schadelijke content op sociale media. We kunnen wel boos gaan zitten zijn op het gebrek aan moderatie bij de Facebooks van deze wereld, maar waar zijn onze eigen communicatiekanalen? Een eigen platform waarop je zeker weet dat een bericht van een persoon of organisatie ook echt daarvan afkomstig is. In Oekraïne hebben ze zo’n app al, daar komt geen Rus op. Een prioriteit, wat mij betreft.’
Lokke Moerel is advocaat, cyberexpert en hoogleraar ICT-recht.
Minister van Defensie
Bob Deen
Clingendael Instituut
We hebben een andere definitie van oorlog nodig
‘Ik zou de productie van wapensystemen in Europa opschalen. Deels zet ik in op de traditionele platforms – F-35’s, fregatten, tanks – omdat je daar nu eenmaal macht mee kunt projecteren. En veel investeer ik in elektronische oorlogsvoering, zoals jammers en drones. Het is een cliché, maar je moet je niet voorbereiden op de oorlog van gisteren, maar op die van de toekomst.
‘Maar er is niet één wonderwapen waarover ik zeg: dat moeten we hebben. Liever dan naar systemen kijk ik naar het effect dat je wilt bereiken. Gaat het om zeeroutes? Dan heb je fregatten nodig. Gaat het om het tegenhouden van de Russen? Dan is het heel prettig als je elektronische oorlogsvoering kunt inzetten. Hele voorraden drones aanleggen heeft weinig zin. Snel kunnen opschalen en innovatiekracht aanjagen is belangrijker.
‘Het heeft niet veel zin een groot, staand leger te maken. Liever investeer ik in de opbouw en het goede onderhoud van een reservistenbestand, zodat je mensen met relevante kennis snel kunt inzetten. Liefst zonder dienstplicht. Dat vereist wél dat we de drempel om bij de krijgsmacht te komen verder verlagen, met betere arbeidsomstandigheden en goede scholingsmogelijkheden.
‘Ik zou de definitie van ‘oorlog’ herzien. We hebben een te binair beeld van oorlog en vrede. Op cybergebied zijn we allang in oorlog, met hacks en desinformatie als wapens – een grijs gebied. Ga daarom over op fases van escalatie, en koppel aan elk stadium bepaalde bevoegdheden. In een bijna-oorlog moet je als krijgsmacht meer kunnen.
‘Mijn ministerie wordt geen ‘ministerie van Oorlog’, zoals Trump dat in de VS wil noemen. Ik behoud de term ‘Defensie’. Omdat het duidelijk maakt wat we doen: beschermen. We willen niet in een oorlog terechtkomen. Maar we zetten deze stappen, zodat anderen het niet in ons hoofd halen om ons aan te vallen.’
Bob Deen is hoofd van de afdeling Veiligheid aan het Clingendael Instituut.
Minister van Financiën
Bas Jacobs
VU Amsterdam
Ik ruim de puinhoop rond de belastingen en toeslagen op
‘De belastingheffing over vermogensinkomsten en -winsten is een puinhoop. Ik zou alle werkelijke inkomsten en winsten uit spaargeld, beleggingen, onderneming en eigen huis op dezelfde manier belasten met één tarief van ongeveer 30 procent. De kosten van schulden, dus ook hypotheekrente, en vermogensverliezen worden aftrekbaar tegen datzelfde tarief.
‘Ik zou de vermogensbelasting op het eigen huis, het eigenwoningforfait, geleidelijk verhogen van de huidige 0,35 procent van de WOZ-waarde naar ongeveer 2,4 procent. Het weghalen van fiscale subsidies op vermogen is goed voor de economie, want het belastingstelsel wordt efficiënter, en het verkleint de ongelijkheid.
‘De extra belastinginkomsten uit die maatregelen zou ik deels investeren in verbeteringen van ons verdienvermogen: onderwijs, onderzoek, innovatie en infrastructuur. Ik wil ook snijden in het woud aan toeslagen en heffingskortingen. Ik geef in plaats daarvan iedereen één toelage, op basis van inkomen, partnerinkomen, vermogen, gezinssamenstelling en huuruitgaven.
‘Vrijwel alle economen zijn het erover eens dat de huurregulering veel te streng is geworden, waardoor nieuwbouw verlieslatend is en huurwoningen van de markt verdwijnen. Om het huizentekort op te lossen, subsidieer ik de nieuwbouw in de sociale huursector meer en laat ik de huren meer vrij, zodat nieuwbouw van sociale huurwoningen economisch wél kan.
‘Bezuinigingen en belastingverhogingen zijn uiteindelijk onvermijdelijk om ervoor te zorgen dat de staatsschuld houdbaar blijft. Onze toekomstige uitgaven, aan met name AOW en zorg, groeien veel harder dan onze belastinginkomsten. Ik zou de AOW-uitkeringen minder snel laten meestijgen met de welvaart, maar intussen arme ouderen ontzien. Welvarende ouderen moeten ook meer gaan bijdragen aan de zorg.
‘Tot slot bestaat er onder economen totale eensgezindheid over het beprijzen van milieuschade, zoals CO2- en stikstofuitstoot. Dat lost niet alleen het klimaat- en stikstofprobleem op, maar vult ook de overheidskas. Intussen houden we het speelveld met het buitenland gelijk door geïmporteerde vervuilende goederen te belasten en export vrij te stellen. Zo voorkomen we dat bedrijven vertrekken.’ (Rianne Lindhout)
Bas Jacobs is hoogleraar economie en overheidsfinanciën.
Minister van Bestuurlijke Vernieuwing
Simon Otjes
Universiteit Leiden
Maak van gemeenteraadswerk een echte baan
‘Een belangrijk punt vind ik: hoe versterken we de scheiding der machten, die tussen de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht, nu we in nogal wat westerse landen autocratische leiders de macht naar zich zien toetrekken? Hier gebeurt zoiets gelukkig nog niet. Maar hoe kunnen we voorkomen dat het hier ook ooit gebeurt?
‘Ik zou me inzetten voor rechterlijke toetsing, de mogelijkheid voor de rechterlijke macht om wetsvoorstellen die ongrondwettelijk zijn af te keuren. Ik zou pleiten om de benoeming van hoge rechters meer op afstand te plaatsen van de Tweede Kamer. Die stemt nu nog wie er in de Hoge Raad komen. Nog zoiets is het gewoonterecht dat een kabinet opstapt als de Tweede Kamer het vertrouwen opzegt. Dat zou ik formeel willen vastleggen, om te voorkomen dat een hypothetische toekomstige premier kan zeggen: leuk, zo’n motie van wantrouwen, maar ik blijf gewoon zitten.
‘Ik zou de stem van de burger een betere plek in de besluitvorming geven. Een bindend correctief referendum, om wetten tegen te houden waarvan een grote meerderheid zegt: dit willen we echt niet. Bij verkiezingen voorkeursstemmen zwaarder meewegen, zodat politici met veel steun onder de bevolking meer kans op verkiezing krijgen. En ik zou pleiten voor een lobbyregister: meer inzicht in welke groepen invloed hebben op de besluitvorming. Eigenlijk zou elk wetsvoorstel een lobbyparagraaf moeten hebben, waarin je kunt zien met wie er bij de totstandkoming ervan is gesproken.
‘Op lokaal niveau zou ik het bestuur versterken. Veel verantwoordelijkheden zijn immers verplaatst naar de gemeenten. Misschien is het een idee om gemeenteraadsleden meer tijd te gunnen om hun taken te vervullen. Gemeenteraadswerk is nu een deeltijdfunctie, vaak lastig te combineren met fulltime werk of jonge kinderen. Als je daar een volwaardige baan van maakt, hebben gemeenteraadsleden misschien ook meer tijd voor het contact met burgers.’
Simon Otjes is universitair docent Nederlandse politiek.
Bij de opening van het academisch jaar in Nederland maandag zal het sombere verhalen motregenen over het dalende vertrouwen in de wetenschap. Maar net verschenen cijfers bieden een ander beeld. Vijf lessen, in vijf grafieken.
Het demissionaire rompkabinet komt in zijn nieuwe Miljoenennota niet verder dan wat gepiel in de marge. VVD en BBB laten de grote financiële opgaven voor wat ze zijn, maar vlak voor verkiezingen is er wel geld voor overbodige koopkrachtmaatregelen.
Terwijl de wereld nog nauwelijks is bekomen van de vorige pandemie, zijn artsen en onderzoekers aan het oefenen voor de volgende. Met een variant van ebola bijvoorbeeld. En vooral: met een OMT dat meer rekening houdt met de mens achter de ziektecijfers.
Source: Volkskrant