Genocide In Israël wordt elke suggestie dat het land genocide pleegt in Gaza weggehoond. Daarbij wordt vaak verwezen naar een in juli verschenen rapport. Volgens experts hebben de Israëlische onderzoekers een gebrekkig begrip van wat ‘genocide’ is.
Palestijnen ontvluchten begin september een gebied in Gaza-Stad waar het Israëlische leger flyers heeft gedropt met het bevel onmiddellijk te evacueren.
De consensus groeit dat de Israëlische vernietigingscampagne in Gaza neerkomt op genocide, maar in Israël zelf wordt die suggestie weggehoond. Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken beschuldigde de leden van een VN-commissie, onder wie de oud-voorzitter van het Rwanda-tribunaal, ervan dat ze als „vertegenwoordigers van Hamas” fungeren.
Voor de ontkrachting van de genocide in Gaza wijzen Israëlische gezagsdragers vaak naar een rapport van de Israëlische Bar Ilan-universiteit. Dit rapport, uit juli van dit jaar, is getiteld ‘Debunking the Genocide Allegations: A Reexamination of the Israel-Hamas War from October 7, 2023 to June 1, 2025’.
Het is geschreven door twee militaire historici, een kwantitatief analist en een in oorlogsrecht gespecialiseerde advocaat – geen van allen genocide-experts. Een van de twee historici, Yagil Henkin, doceert aan de officierenopleiding van het Israëlische leger en is zelf reservist. De meeste genocidewetenschappers in de wereld, inclusief de meeste Israëliërs onder hen, oordelen dat Israël in Gaza wel degelijk genocide pleegt.
Volgens de opstellers van het Bar Ilan-rapport is er onvoldoende bewijs dat Israël zich in de strijd in Gaza genocidaal opstelt. „Als je onze feitelijke analyse accepteert, dan zijn beschuldigingen van genocide en misdaden tegen de menselijkheid absurd”, zei de hoofdonderzoeker, militair historicus Danny Orbach, tegen The Times of Israel.
Genocideonderzoeker Iva Vukusic van de Universiteit Utrecht las het rapport op verzoek van NRC en ziet er „geen regelrechte ontkenning” in van de genocide. De Israëlische onderzoekers, zegt Vukusic, nemen deel aan het wetenschappelijke discours. „Het is een poging om twijfel te zaaien en gaten te prikken in de consensus.” Wat haar betreft slaagt het rapport er niet in om de „overweldigende” hoeveelheid bewijs voor genocide te weerleggen.
De Israëliërs wijzen onder meer op gebrekkige methodologie die internationale organisaties volgens hen gebruiken. Zo zou er te vroeg een hongersnood zijn uitgeroepen, zouden er te veel gerichte moorden aan Israël worden toegeschreven en zou er te weinig rekening worden gehouden met de maatregelen die Israël neemt om burgerdoden te voorkomen.
Genocideonderzoekers houden bovendien te weinig rekening met het gedrag van Hamas, stelt hoofdonderzoeker Orbach. „Het analyseren van het Israëlische gedrag zonder rekening te houden met Hamas is als het uitzenden van een bokswedstrijd waarbij een van de deelnemers uit de uitzending is gemonteerd: je ziet een gek die overal stoten uitdeelt.”
In een gewapend conflict, pareert Vukusic, vergelijk de je strijdende partijen niet met elkaar, maar met de wet. „Dus: ‘maar kijk wat de andere kant doet’ is geen adequate verdediging tegen de genocidebeschuldiging. Wat Hamas op 7 oktober deed is zonder twijfel een misdaad, maar dat is geen vrijbrief om tienduizenden burgerslachtoffers te maken, zoals Israël heeft gedaan.”
Als je genocide en misdaden tegen de menselijkheid wilt vaststellen, zeggen de onderzoekers, moet je aantonen dat de dader heeft geprobeerd zoveel mogelijk burgerslachtoffers te maken, of op zijn minst volkomen onverschillig stond tegenover hun lot.
Maar genocide hoeft volgens Vukusic „niet compleet of volledig succesvol” te zijn om als zodanig gekenmerkt te worden. „Geen enkele genocide in de geschiedenis was compleet – er zijn altijd overlevenden. Het aantal doden is niet de manier om te bepalen of een reeks daden genocide vormt. Het is de intentie achter het geweld die telt.”
De Israëlische onderzoekers betogen ook dat humanitaire organisaties vaak niet over de juiste cijfers beschikken, en er bovendien belang bij hebben om alarmistisch te zijn. Vukusic vraagt zich af wat hulporganisaties daarbij te winnen zouden hebben. „Het bekritiseren van Israël maakt hun werk juist moeilijker: het brengt druk en risico op Amerikaanse sancties met zich mee.”
Als „elke stedelijke oorlogvoering een genocide” zou zijn, stellen de Israëliërs, raakt het woord ‘genocide’ uitgehold. Maar er is niemand die elke stedelijke oorlog als genocide bestempelt, zegt Vukusic. „Wat hier als genocide wordt aangeduid, is een georganiseerde, langdurige militaire campagne om een heel gebied met de grond gelijk te maken, met veel burgerdoden. Het bestaan van een heel volk wordt uitgewist.”
Enkele argumenten van de Israëliërs gaan specifiek over de hongersnood. Zo stellen ze dat er voor 7 oktober 2023 niet 500 vrachtwagens per dag de Gazastrook binnenkwamen, zoals de Verenigde Naties zeggen. Het zou gaan om 292 vrachtwagens, waarvan er 73 voedsel bevatten.
Volgens een woordvoerder van het VN-Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden (OCHA) klopt het aantal van 500 wel degelijk. Het is gebaseerd op een gemiddelde van bijna 450 truckladingen per werkdag plus 50 ladingen brandstof. Dat laatste aantal is een equivalent van het aantal liters; de brandstof werd via pijpleidingen aangevoerd.
Inmiddels schatten de Israëlische onderzoekers dat 82 vrachtwagens met voedsel voldoende zouden zijn om de voedselvoorziening van voor de oorlog te evenaren, toen er geen honger heerste. Om hongersnood te voorkomen is veel meer nodig, zegt de VN-woordvoerder. „De voorraden moeten ook degenen bereiken die ze het meest nodig hebben. Voor ongekookte voeding is er ook gas en schoon water nodig. En ondervoeden kunnen niet goed worden verzorgd.”
Los van de hoeveelheid voedsel ontbreekt het Israël volgens het Bar Ilan-rapport aan de intentie om hongersnood te veroorzaken. „Anders zou het Gaza tijdens de oorlog niet van voedsel hebben voorzien”, aldus hoofdonderzoeker Orbach. Het Internationaal Strafhof heeft premier Benjamin Netanyahu en oud-minister Yoav Gallant (Defensie) aangeklaagd wegens uithongering.
Wel zijn de onderzoekers kritisch over het maandenlang stopzetten van alle noodhulp, in maart van dit jaar. Dat deed Israël officieel om het stelen van voedsel door Hamas tegen te gaan – waar nooit afdoende bewijs voor geleverd is. Volgens de onderzoekers had Israël berekend dat er ook zonder de hulp genoeg eten zou zijn in Gaza. Orbach: „Toen Israël ontdekte dat zijn berekening volkomen verkeerd was, herstelde het de hulp.”
Het rapport van Orbach, zegt hongersnoodexpert Alex de Waal van de Tufts-universiteit in Massachusetts desgevraagd, „bevat veel onjuiste beweringen” over hoe een hongersnood wordt uitgeroepen en hoe voedselzekerheid wordt berekend. „Hongersnood treedt op wanneer de armste en meest kwetsbare groep van een bevolking aan het verhongeren is. Om hongersnood te voorkomen, moet ervoor worden gezorgd dat deze mensen de hulp krijgen die ze nodig hebben, wanneer ze die nodig hebben en op de manier waarop ze die nodig hebben.”
Gedrang om voedsel te verkrijgen in Khan Younis, in het zuiden van Gaza. Foto Jehad Alshrafi/AP
De VN en haar partners, met hun vierhonderd distributiecentra, boden die hulp, zegt De Waal. „Israël zette in plaats daarvan een systeem op met slechts vier distributielocaties, zonder zich te richten op de meest behoeftigen, dat niet voldoende was om het voedseltekort aan te vullen. De VN voorspelden dat er hongersnood zou ontstaan, en dat is precies wat er gebeurde.”
Genocideonderzoeker Vukusic oordeelt al met al dat het Israëlische rapport er „een selectieve benadering” van onderwerpen en bronnen op nahoudt. „Er wordt veel weggelaten, en kleine details worden afzonderlijk geanalyseerd.” Dat Israël gericht journalisten doodt, wordt bijvoorbeeld afgedaan met de opmerking dat zij ‘van Hamas’ zouden zijn geweest, zonder daar bewijs voor te leveren. Voor goed gedocumenteerde Israëlische misdrijven voldoet dan weer vrijwel geen enkel bewijs aan hun standaarden.
Zelfs als de onderzoekers gelijk zouden hebben met hun opmerkingen over gebrekkige methodologie, is Vukusic er niet van overtuigd dat dat iets wezenlijks aan de inschattingen over genocide verandert. „Omdat het volledige bewijs daarvoor overweldigend is.” Ze wijst op „de belegering en uithongering, de verklaringen van Israëlische functionarissen, de honderden incidenten waarbij burgerslachtoffers zijn gevallen en die, althans voor een groot deel, in strijd zijn met het internationaal humanitair recht, de moord op journalisten en hulpverleners, het opblazen van civiele infrastructuur en de verklaringen van Israëlische legerofficieren en soldaten zelf over wat ze doen”.
Waar het in het rapport vooral aan ontbreekt, zegt Vukusic, is context. „Het Internationaal Gerechtshof heeft Israël opgedragen om de bezetting van Palestijns gebied te beëindigen. Maar Gaza maakt deel uit van het Israëlische project om ervoor te zorgen dat er nooit een Palestijnse staat komt. Dat is een belangrijk element waarom dit genocide is: het maakt deel uit van een groter project om Palestijnen te verwijderen en al dat land als Israëlisch te claimen.”
Hoofdonderzoeker Danny Orbach zegt dat de reactie van Iva Vukusic op zijn rapport „een gebrek aan bekendheid met de militaire geschiedenis” weerspiegelt. Zo kun je de verwoesting die Israël in Gaza aanricht volgens hem niet verklaren zonder rekening te houden met het uitgebreide ondergrondse tunnelnetwerk van Hamas en het „systematisch” militair inzetten van ziekenhuizen.
Israël heeft volgens hem geen genocidale intentie, omdat het humanitaire hulp levert en geregeld van bombardementen afziet om nevenschade te voorkomen. Hij zegt dat uitspraken van Israëlische leiders „systematisch” verdraaid worden. Dat Israël het gebied wil claimen, noemt hij „pure speculatie”. Aan Israël wordt volgens hem de onmogelijke eis gesteld de oorlog stil te leggen om humanitaire hulp mogelijk te maken.
Hulporganisaties, zegt Orbach, zijn zwaar afhankelijk van lokale medewerkers, „van wie velen door Hamas worden beïnvloed”. De VN en mensenrechtenorganisaties kunnen „niet als betrouwbare informatiebronnen” worden beschouwd. VN-organisatie OCHA „negeert de diefstal van voedselhulp” door Hamas. Het IPC, de instantie die hongersnoden vaststelt, beschuldigt hij van „verzonnen statistieken, gemanipuleerde cijfers en gebrekkige methodologie”, waarmee een „niet-bestaande hongersnood” gecreëerd is.
Vrijwel elke moderne stedelijke oorlog leidt bovendien tot grootschalige verwoesting, zegt Orbach. „Denk aan Mosul (Irak, 2016-2017), Nahr al-Bared (Libanon, 2007), Grozny (Rusland, 1999-2000) en Marawi (Filippijnen, 2017). Heeft Vukusic deze gevallen ook als genocide bestempeld?”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC