Afweer Met drones en vliegtuigen test Moskou de reactiesnelheid van de NAVO die nogal eens achter de feiten aanloopt. Ook Nederland is kwetsbaar, blijkt uit een analyse van de ‘scramble’- procedure. „Als je eerst dat hele rijtje moet aflopen, ben je gewoon te laat.”
Poolse autoriteiten op de plek waar op 10 september een Russische drone neerstortte.
Vijf minuten. Zoveel tijd had Dick Berlijn in de jaren zeventig en tachtig om in zijn Starfighter (daarna de F-16) te kruipen nadat een harde sirene had geklonken over het terrein van de luchtmachtbasis. „Vooral ’s nachts was dat een heel indringend geluid”, herinnert de latere commandant der strijdkrachten zich. „Met een schok werd je wakker uit een soms diepe slaap.”
Eenmaal wakker was het een kwestie van hup, de laarzen aan die naast het bed stonden en zo snel mogelijk de parachute en andere spullen aanbinden voor de noodprocedure, en rennen naar je ‘kist’. Die stond na een verkorte startprocedure met brullende motor klaar om op te stijgen, op zoek naar het vijandelijke doelwit.
Russische drones en vliegtuigen zorgden de afgelopen weken voor veel onrust en opwinding in de NAVO-gelederen. Volgen de organisatie test Rusland hiermee de reactiesnelheid van het bondgenootschap – en zal het dat blijven doen. Het snel in beweging komen, zoals Dick Berlijn destijds vaak oefende – ‘scramble’ in luchtmachttaal – is essentieel. De genoemde incidenten roepen vragen op over de verschillende onderdelen van de ‘scramble’.
Werd er al snel genoeg gereageerd op de 19 binnenvliegende drones in Polen en drie Migs boven Estland? Had de NAVO de beschikking over de juiste middelen? Waren de commandolijnen en het aanvalsplan helder?
Wat Nederland betreft is zowel over de beschikbare afweermiddelen als de commandostructuur inmiddels discussie. Nadat het kabinet onlangs besloot binnenkort twee Patriot- en twee Nasam-afweersystemen richting Polen te sturen, zei oud-landmachtchef Mart de Kruif: „Nederland is enorm kwetsbaar, want we hebben geen luchtverdediging meer.” Toen VVD-leider Dilan Yesilgöz onlangs tijdens een Kamerdebat vroeg aan minister van Defensie Ruben Brekelmans (VVD) wat er gebeurt als vijandelijke drones het Nederlands luchtruim binnenvliegen, antwoordde de minister: „Hier staan we voor een dilemma (…) Halen wij die drone uit de lucht, met de mogelijke risico’s die daarbij horen? De vraag is hoe we daarmee omgaan.”
NRC doorloopt de verschillende stadia van de ‘scramble’, op zoek naar de zwakke plekken.
1. Commandolijnen
Brekelmans was niet gebeld, zei hij de ochtend nadat Nederlandse F-35’s enkele van de negentien Russische drones uit het Poolse luchtruim had helpen schieten. „Dat is niet nodig, want daarover bestaan goede afspraken in NAVO-verband.”
Die afspraken worden onder meer gemaakt met het Combined Air Operation Center (CAOC) in een ondergrondse bunker vlak bij Uedem, een volstrekt onbekend Duits stadje op ongeveer veertig kilometer ten zuidoosten van Nijmegen. Daar komen alle signalen binnen van alles wat er rondvliegt boven het noordoosten van Europa: Scandinavië, de Baltische staten, Polen, Tsjechië. Ze verschijnen – met kleine bliepjes, als kleine vlekjes op de talloze schermen. Toestellen die niet reageren op verzoek tot identificatie, krijgen de code UNK – Unknown.
In 2022, het jaar van de Russische invasie in Oekraïne, was de Belgische generaal Harry van Pee commandant in Uedem. „Ik ben de persoon die moet beslissen of de gevechtsvliegtuigen die onder NAVO-bevel staan, geweld mogen gebruiken tegen bemande of onbemande militaire toestellen”, zei Van Pee destijds tegen een bezoekende tv-ploeg van de Vlaamse zender VRT. „In het meest extreme geval zou dat kunnen betekenen dat ik het bevel moet geven om een dergelijk toestel neer te halen.”
Een Poolse politieman staat bij een brokstuk van een Russische drone.
De CAOC-commandant is echter niet de enige die beslist. Een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Defensie wijst erop dat twee weken geleden, toen Nederlandse F-35’s Russische drones neerschoten, er ook afstemming was met het Poolse operationele centrum dat vanuit Warschau het Poolse luchtruim overziet. „Zolang er geen sprake is van oorlog, moet een soeverein land als Polen [via het commandocentrum in Warschau] ook toestemming geven voor het neerhalen van vliegtuigen of drones boven hun grondgebied”, aldus de woordvoerder.
De keten laat volgens Defensie het geïntegreerde Europese karakter van dit deel van de NAVO-samenwerking zien: een generaal uit een Europees land die vanaf het ondergrondse NAVO-commandocentrum in het westen van Duitsland Nederlandse F-35 vliegers boven Polen kan bevelen een Russisch bemand of onbemand toestel neer te schieten – met alle mogelijke gevolgen van dien.
2. Scramble
Als er in de bunker van Uedem onbekende vliegtuigen – ‘unknowns’ – zijn gedetecteerd, gaat er direct een order naar NAVO-vliegbases in de buurt van het gebied waar het toestel rondvliegt, om op onderzoek uit te gaan. Op luchtmachtbases in de Baltische staten of in Polen klinkt dan het scherpe signaal dat ooit Dick Berlijn ruw uit zijn slaap haalde.
Zijn opvolgers hebben ongeveer evenveel tijd als hij destijds. De tijdslimiet van de scramble beweegt mee met de ernst van de toestand in de wereld. „Na de val van Muur ging de limiet van vijf naar tien minuten”, vertelt Berlijn. Inmiddels is de limiet weer teruggezet naar vijf minuten. Maximaal.
Een Amerikaanse F-35 doet mee aan een oefening boven het Poolse luchtruim.
De laatste jaren werden procedures gestroomlijnd. Dienstdoende vliegers slapen pal naast hun toestel. Helm, zuurstofmasker en andere delen van de vliegersuitrusting zijn aangepast om alles nog sneller aan te trekken en weg te kunnen.
Hoe vaak er ook geoefend wordt: er blijven omstandigheden waarop weinig invloed kan worden uitgeoefend, zoals zwermen vogels die het snelle opstijgen verhinderen, heel slecht weer, of druk verkeer van de burgerluchtvaart. Oud-luchtmachtofficier Peter Wijninga, verbonden aan het Haagse Centrum voor Strategische Studies (HCSS) wijst er op dat „we in een grijze zone zitten tussen oorlog en vrede. Dat betekent dat de burgerluchtvaart gewoon doorgaat en bij de scramble een hinderpaal kan vormen.”
Of dit bij de recente incidenten het geval was, weten Dick Berlijn en Peter Wijninga niet. Geen van beide experts hebben echter aanwijzingen dat het opstijgen traag verliep. Weliswaar konden eind vorige week drie Russische Migs twaalf minuten langs een stuk van de Estse kustlijn vliegen voordat ze werden verjaagd door Italiaanse, Zweedse en Finse gevechtsvliegtuigen. Maar dat gebeurde aan de rand van het NAVO-luchtruim. Wijninga: „ De transponders van alle drie stonden uit, en ze reageerden niet op oproepen. Dat wees op opzet. De NAVO heeft daar weinig luchtverdediging staan omdat ze verwacht dat de dreiging uit het Oosten komt.”
3. Opties van luchtafweer
De goede afloop van een scramble is afhankelijk van de juiste informatie in het commandocentrum en in de cockpit, een snelle reactie op de luchtmachtbasis, maar ook een effectieve, op maat gesneden luchtafweer. Met name drones blijken een fikse uitdaging. De onbemande vliegtuigjes die eerder deze week boven de luchthavens van Kopenhagen en Oslo vlogen, werden niet neergehaald of gestoord. „Ze verdwenen uit eigen beweging”, aldus de Deense politie. „We hebben ze niet neergehaald.”
Tegen de zwerm van zo’n twintig drones die twee weken geleden Polen binnenvlogen, moesten kostbare Sidewinder-raketten van F-35’s worden ingezet. „Dat doet je toch wel achter de oren krabben”, zegt oud-luchtmachtofficier Wijninga. „Blijkbaar was dat het enige dat voorhanden was.”
Bovendien konden de Nederlandse F-35’s die de drones benaderden, niet waarnemen of ze explosieven meedroegen of niet. „De technologie daarvoor bestaat niet, of nog niet”, zegt oud-commandant Dick Berlijn.
Peter Wijninga concludeert: „Dat betekent dat je wel gedwongen bent om alle drones, met of zonder bewapening, uit te schakelen. Op zo’n manier raak je als NAVO snel door je luchtafweer heen.” Achteraf bleek het te gaan om negentien ‘decoys’, loktoestellen zonder lading, bedoeld om de luchtverdediging uit te putten.
Een Oekraïense officier inspecteert een Russische drone die in het noordwesten van het land is neergestort.
Het gevolg van dit soort incidenten kan zijn dat NAVO-landen, ook Nederland, veel minder scheutig worden om anti-drone-systemen aan Oekraïne te leveren. „‘We houden ze liever zelf’, kan de reflex zijn”, zegt Wijninga. Wellicht is het strategie van Moskou, zegt hij, om met voortdurende grensoverschrijdingen de NAVO te dwingen te kiezen: voor zichzelf of voor Oekraïne.
4.De volgende stap: een Russische drone boven Nederland?
Denkbeeldig is zo’n scenario zeker niet, reageren Dick Berlijn en Peter Wijninga. Wat deze week in Denemarken en Noorwegen gebeurde, kan zich gemakkelijk ook voordoen boven Schiphol. „Nu de Russen hebben gemerkt waar de gaten zitten in de NAVO-verdediging, zullen ze nieuwe stappen zetten, dieper West-Europa in”, verwacht Wijninga. Ook Nederland kan te maken krijgen met drones die bijvoorbeeld vanaf een Russisch vrachtschip op de Noordzee worden gelanceerd.
Beide luchtmachtexperts vertrouwen erop dat het operationeel centrum van de luchtmacht (Nieuw-Milligen) binnenvliegende drones op haar radars waarneemt. En dan? Welke middelen zijn beschikbaar?
NRC vroeg dat laatste aan het ministerie van Defensie. Een woordvoerder stuurt na enige tijd een lange mail die begint met: „Nederland beschikt over een gereedschapskist (‘toolbox’) aan counter-UAS (C-UAS)-capaciteiten, maar die is nog niet volledig gevuld. Er worden forse stappen gezet (…) maar opschalen en versnellen blijft noodzakelijk.”
Wat momenteel aan luchtafweer beschikbaar is, zo blijkt uit de mail: een Patriot-systeem, een onbekend aantal Stinger- en Nasamraketten, een onbekend aantal infanteriegevechtsvoertuigen (CV-90), jamming-systemen en wapentuig om op drones te schieten. Het belangrijkste dat nog in pijplijn zit (verwacht in 2028): Skyranger-snelvuurkanonnen.
„Mooi dat we in elk geval nog iets hebben en er het nodige aankomt” , reageert Wijninga, „maar het is wel te weinig.” De Patriots, Stingers, Nasams alsmede de vuurgeleiding van de CV-90’s kunnen vliegtuigen, helikopters en grote drones neerhalen. Maar voor de bescherming van een reeks aan mogelijke doelwitten (havens, vliegvelden, energiecentrales, waterzuiveringsinstallaties, datacenters, doorvoerroutes) tegen kleine drones, heeft Nederland te weinig in huis, concludeert Wijninga.
Naast de vraag naar de middelen is er de commandokwestie: Wie coördineert de acties en geeft het bevel tot neerhalen? Duitsland hield onlangs alle procedures tegen het licht nadat mysterieuze drones boven luchtmachtbasis Ramstein en belangrijke industrie (BASF, Rheinmetall) waren verschenen. In januari diende de Bondsregering een wetsvoorstel in bij het parlement dat het voor de Bundeswehr gemakkelijker moet maken die drones neer te halen.
Nederland gaat de wetgeving niet veranderen, laat het ministerie van Defensie weten. Het bestaand juridisch kader met bijbehorende verantwoordelijkheden bij een drone-dreiging is „helder”. Alleen de „praktische uitvoering bij een snel opkomende dreiging [zoals die van drones] is „een punt van aandacht”. Procedures worden „verscherpt en afgestemd” tussen betrokken diensten, aldus Defensie.
Poolse militairen bewaken de plek waar een Russische drone is gecrasht.
Als een ongeïdentifieerde drone Nederland binnenkomt, is het ‘bevoegd gezag’ eerst aan zet, dus de burgemeester of voorzitter van de veiligheidsregio van het gebied waarboven de drone vliegt, bijvoorbeeld in de buurt van NAVO-doorvoerlijnen (zie kaart). Hij of zij kan vervolgens overleggen met het Openbaar Ministerie over nadere maatregelen. Bij uitzondering kan defensie worden gevraagd om actie, laat het ministerie weten.
Absoluut onvoldoende, oordeelt defensie-expert Wijninga opnieuw. „Als het bevoegd gezag eerst dat hele rijtje moet aflopen, is het gewoon te laat.” De bescherming van het luchtruim moet volgens hem „eenduidig bij defensie liggen. In principe moet elke dronedreiging als een militaire dreiging worden gezien.”
Het simpelst is, zegt Wijninga, dat bij binnenkomende drones de bevoegdheid om tot actie over te gaan, gedelegeerd wordt aan een officier van het operationeel centrum Nieuw Milligen. „Dat bereidt Nederland beter voor op wat komen gaat.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC