Opera Wie wil kan nu een heerlijke operatweedaagse beleven in België: in Gent en Antwerpen kun je je laten wijden door een benaderbare ‘Parsifal’, om in Brussel je lach weer terug te vinden bij een sterk gezongen én geacteerde ‘Falstaff’.
Parsifal op de steen waar hij bijna de hele opera zit.
Opera
Wagners Parsifal door Opera Vlaanderen in Gent (t/m 1/10) en Antwerpen (tussen 11 en 22/10). Regie: Susanne Kennedy en Markus Selg. Directie: Alejo Pérez. Gezien: 23/9, Opera Gent.
Info: operaballet.be
Verdi’s Falstaff door de Brusselse Muntopera. Regie: Laurent Pelly. Directie: Alain Altinoglu. Gezien: 24/9, De Munt Brussel.
Te zien tot en met 9/10. Info: demunt.be
Wat heeft België een operarijkdom, realiseer je je als je daar alle seizoensopeningen afgaat. Drie grote professionele operahuizen in vier prachtige gebouwen in Brussel, Antwerpen, Gent en Luik. Daar kunnen wij in Nederland alleen maar van dromen. Natuurlijk kunnen we trots zijn op De Nationale Opera in Amsterdam, en de Reisopera doet het ook leuk, zij het met weinig budget in ‘gewone’ theaters. Ons derde operabedrijf Opera Zuid heeft alle potentie, maar is intussen zo financieel uitgekleed, dat nota bene de PVV wanhopig strijdt voor behoud.
Eerder deze maand ging al een vrij afschuwelijke Faust in première in Luik. Deze week maken Opera Vlaanderen en de Munt dat ruimschoots goed met een sterke Parsifal (Wagner) en een heerlijke Falstaff (Verdi).
Wagner kan nogal eens zwaar vallen, en ken je zijn oeuvre nog niet, dan zullen weinig Wagnerianen je aanraden bij zijn laatste opera Parsifal te beginnen. Zwaar, lang, looiig, een onnavolgbaar verhaal en vooral bizar sacraal, met een verwarrende mix van christelijke en oosterse belerende symboliek. Je kunt je natuurlijk een leven lang verdiepen in allerlei interpretaties. Heb je daar minder tijd voor, dan kan Parsifal nogal een kluif zijn.
Een jonge en naïeve Parsifal komt in het rijk van de Graalridders, waar koning Amfortas lijdt aan een niet-helende wond. Tovenaar Klingsor verwondde hem met de heilige speer, die hij daarna ook nog eens stal. Parsifal snapt er niks van. Maar als hij later de verleidingen van de rare Kundry in de tuin van Klingsor weerstaat, krijgt hij inzicht in het lijden van Amfortas en weet hij hoe hij alles moet oplossen. Hij herovert de speer door een kruis te slaan, keert terug naar de Graalsburcht, geneest Amfortas en openbaart de Graal. Parsifal wordt zo de nieuwe Graalkoning.
Opera heeft er sowieso een handje van, maar Wagner vormt wel het summum van ‘Tell, don’t show’. Tientallen minuten kunnen voorbij gaan zonder handeling. In schier-eindeloze monologen vertellen karakters wat er is gebeurd, wat er nu gebeurt en wat er zal gebeuren.
Maar hemel, zo niet in Gent (en later Antwerpen)! Daar staat een verrassend benaderbare, luchtdoorlatende Parsifal op de planken. Dat zit ’m vooral in de regie van Susanne Kennedy en Markus Selg. Het toneel staat helemaal vol, maar in tegenstelling tot bij Faust in Luik beweegt er hier bijna niks. Vijf uur lang zingt iedereen vooral op zijn eigen vierkante meter. Parsifal zit bijna de hele avond op dezelfde steen, het rijk van de Graalgemeenschap verschilt nauwelijks van Klingsors bloementuin, de speer staat al vanaf de eerste minuut naast koning Amfortas. Wat en wie wanneer relevant is, laten Kennedy en Selg aan je eigen fantasie.
Wat er beweegt – zowel de geprojecteerde enorme AI-achtige kleurrijke gamewereldbeelden, als de veelheid aan quasi-religieuze symbolen en artefacten – vormen kleine circulaire bewegingen die soms tientallen minuten herhaald worden. Het toneelbeeld beweegt zoals een boom ‘beweegt’ in de wind; zoals blaadjes stil hangen en toch niet stil hangen in de wind. De wind is in dit geval Wagners muziek, die op deze manier alle ruimte krijgt om luchtig uit te waaieren. Daarbij zet dirigent Alejo Pérez de muziek ook nog eens niet ál te zwaar aan. Zelfs de grootse muzikale oplossingen aan het einde van de vijf uur durende zit, speelt het orkest op een prima 78 procent. Evenzeer overweldigend, maar niet afschrikwekkend religieus.
De jonge Christopher Sokolowski (34) is een prachtig heldere, van intens naïef tot evangelisch gelukzalig spelende Parsifal. Dshamilja Kaiser, Albert Dohmen en met name Kartal Karagedik zijn respectievelijk als Kundry, Gurnemanz en Amfortas meeslepende zangers. Kennedy en Selg zetten ze bijna op volgorde van menselijkheid neer: Kundry is weinig meer dan een android, Amfortas lijkt samen met Parsifal de enige echte mens op het toneel.
Falstaff (in gore groene badjas) vlak voor hij zijn fouten toegeeft.
Wat al dik is niet nog dikker aanzetten, werkt ook aan het andere eind van het spectrum, bewijst Falstaff in Brussel. Net als Parsifal is Falstaff een ‘laatste’; de laatste opera van Verdi, waarmee hij op hoge leeftijd afscheid nam van het genre. Tussen de premières van beide opera’s zat maar tien jaar, toch kan het verschil nauwelijks groter zijn. Wagner koos voor een sacraal bouwwerk, Verdi voor een licht en kolderiek verhaaltje. Regisseur Laurent Pelly kan niet om slapstick heen, maar slapstick wil nog weleens flauw uitvallen. Gelukkig gaat hij er liefdevol mee om.
De verarmde Sir John Falstaff probeert twee rijke vrouwen te verleiden om hun geld, maar Alice Ford en Meg Page ontdekken zijn plan. Ze lokken hem in de val en laten hem, terwijl meneer Ford wanhopig zoekt naar de verleider van zijn vrouw, in een wasmand in de Theems gooien. Later wordt Falstaff in het bos opnieuw in de luren gelegd: dorpsbewoners verkleed als elfen en bosgeesten bezorgen hem de schrik van zijn leven. Uiteindelijk wordt alles onthuld en Falstaff erkent dat het leven vol grapjes en ironie zit.
Over deze Falstaff kunnen we kort zijn: sterke zangers en orkest, mooi neergezet, enorm leuk geacteerd. Simon Keenlyside is als een vieze, vadsige caféstamgast een droom-Falstaff. Hij zingt geweldig, maar de echte kippenvelmomenten zijn vaak te danken aan zijn spel in een feilloze, komische timing. Ook Meneer en Mevrouw Ford zijn een lust: Sally Matthews snaaks en autonoom, de wanhopige Lionel Lhote had in grijs maatpak met zijn twee haarslierten over een kale schedel een typetje van Herman Koch kunnen zijn.
Regisseur Pelly kiest behapbaar voor één ‘dieper’ artistiek beeld, en dat is er meteen een dat blijft hangen: de mannen met wie Ford naar Falstaff komt zoeken, zijn geen leger onbehouwen handlangers, maar een enorme stoet Meneer Fords. Allemaal in grijs maatpak, allemaal twee slierten over de schedel. Het is even fascinerend als huiveringwekkend. Als ze met z’n allen over de chique houten trappen van zijn huis hollen en deurtjes in en uit duiken, op zoek naar Falstaff, is het alsof je naar een live montagescène in een film zit te kijken.
Meteen na de pauze is het rondgecirkel van de elfen even minder interessant, maar dat herstelt zich als de hele cast met oprechte vreugde het ultieme de-wereld-draait-om-grapjes-maken-eindgoed-algoed staat te zingen. Falstaff, in zijn gore groene badjas, inclusief.
Scène uit Parsifal. Graalkoning Amfortas wanhoopt in het midden.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC