Henri Bontenbal | lijsttrekker CDA CDA-leider Henri Bontenbal denkt al na over het premierschap. En wat hij dan nog moet leren. Hij heeft de Bijbel nodig om de dag door te komen, maar hij vraagt God niet om hulp. „Hij heeft wel iets beters te doen dan naar mijn onbenulligheden te luisteren.”
Henri Bontenbal wil het niet horen. Hij wil ook niet dat het waar is: dat híj de volgende politieke ‘messias’ zou zijn, de politicus van wie veel mensen denken: die gaat onze problemen oplossen. Hij vindt het, zegt hij, „een belediging” om genoemd te worden in het rijtje met andere politici die een tijdje als dé redder werden gezien. Rita Verdonk, Jesse Klaver, Thierry Baudet, Caroline van der Plas, Pieter Omtzigt.
Daar hoort hij niet in thuis, zegt hij zelf. „Zo’n frame vind ik erg ongemakkelijk. Het doet ook geen recht aan wat we de afgelopen twee jaar hebben gedaan. We zijn de partij opnieuw aan het uitvinden en dat heeft geresulteerd in een heel stabiele groei. Al vanaf twee jaar geleden.”
„Ik.”
In aanloop naar de verkiezingen 29 oktober interviewt NRC de lijsttrekkers van politieke partijen als onderdeel van podcast Haagse Zaken. De gesprekken zijn integraal te horen als podcast en te bekijken als video op het YouTube-kanaal van NRC, en als artikel te lezen op nrc.nl en in de editie.
Bontenbal begint over de CDA-fractievoorzitter voor hem, Pieter Heerma. Die heeft „bepaalde mensen een podium gegeven en gestimuleerd om zich te ontwikkelen”. Bontenbal bedoelt: ook hém. Bij de verkiezingen van 2023, hij was nog maar een paar maanden lijsttrekker, hield het CDA nog maar vijf zetels over. „Het was een klap die we moesten incasseren. Maar dat hebben we manmoedig gedaan. De sfeer op de uitslagenavond was niet heel somber. Iedereen wist: we zijn bezig met iets wat voorbijgaat aan de horizon van deze verkiezingen.”
In de Peilingwijzer staat het CDA nu op zo’n 24 zetels.
„Een partij kan nooit op één persoon draaien en ik ben vervangbaar. Ik kan onder de tram komen. Of iets anders gaan doen. Of fouten maken. Mijn missie is om niet mezelf naar voren te duwen.”
„Nou, gezellig.”
„Ik denk dat dat risico er alleen is als je je anders gaat gedragen dan je daadwerkelijk bent, of jezelf aan het opblazen bent. Of dat je een stijl hanteert waarmee je wel scoort, maar waarvan je ook al weet dat die op lange termijn niet werkt.”
„Ik vind het ongemakkelijk om te veel over mezelf te praten. Ik denk wel, op basis van onderzoek, dat mensen nu heel erg behoefte hebben aan een politicus die, plat gezegd, normaal doet. Zichzelf niet overschreeuwt. Misschien een beetje de antipoliticus, of in ieder geval de antipopulist. Ik denk dat ik daar wel het profiel voor heb.”
Voordat Henri Bontenbal fractievoorzitter werd, ging hij als Kamerlid over klimaat en energie. Het is een onderwerp, zegt hij, waar hij zich „heel veel zorgen over maakt”. Vanaf de tijd dat hij lijsttrekker is, begint hij er nauwelijks nog over.
„In mijn boek Het kan echt anders laat ik er bewust een hoofdstuk over gaan. Het is voor mij persoonlijk nog steeds een van de belangrijkste onderwerpen. Maar ik kijk natuurlijk ook naar: waar zitten de zorgen van mensen. En die zitten nu vooral op wonen, migratie, Gaza, Rusland, Oekraïne.”
„Ik denk dat ik op heel veel punten wel leidend ben. Ik durf dingen voor te stellen die mensen niet graag willen horen. Zoals bij de hypotheekrenteaftrek. Maar ik vind dat ik ook de verantwoordelijkheid heb om mensen mee te krijgen in mijn verhaal.”
Het CDA wil het belastingvoordeel voor huiseigenaren in dertig jaar afbouwen, nadat dat jarenlang ook voor die partij taboe was.
„Ik ben ook volksvertegenwoordiger en ik kan het verwijt krijgen dat ik een beetje te veel de dominee uithang.”
„Ja, ik ken alle verwijten die ik krijg.”
„Nee, dat ga ik niet doen. Dat vinden jullie veel te leuk.”
„Professor Bontenbal, dat wordt ook gezegd.”
„Ja, vooral achter de schermen in de hoop dat het dan vanzelf vóór de schermen wordt gezegd. Ik zou zelf nooit op zo’n manier politiek willen bedrijven. Maar het mag. En het is heel simpel: op het moment dat je groter wordt en relevanter, word je op een hardere en soms op een wat minder frisse manier aangevallen. Ik krijg ook wel van partijen te horen dat ik te rechts zou zijn.”
„GroenLinks-PvdA. Daar hebben ze me verweten dat ik te veel op een lijn zit met de fossiele industrie.”
„Ik zeg altijd: het CDA is een christen-democratische partij.”
„Het doet er wel toe, de christen-democratie is geïnspireerd door het christendom. Maar in mijn partij lopen veel mensen rond die anders geloven of niet geloven. Dat zou ik absoluut niet kwijt willen raken. Ik zal dus nooit de Algemene Politieke Beschouwingen beginnen met een bijbeltekst, al zou ik mezélf daar nog door kunnen laten inspireren.”
„Nee, ik vind dat je geen standpunten kunt ontlenen aan religieuze teksten. Daarmee doe je jezelf en je politiek te kort, maar je doet ook die religieuze bronnen te kort.”
„Om de dag door te komen. Op momenten dat ik zelf wat meer geestelijk en spiritueel opgeladen wil worden. Het is niet zo dat ik in religieuze bronnen ga zoeken wat er staat over klimaat of stikstof. Want in de Bijbel staat bar weinig over klimaat en stikstof.”
„Met het gezin ja. We hebben ’s ochtends altijd ons gezamenlijke ontbijt en dan lezen we, en dan zeggen we het Onze Vader.”
„Nee, nee, nee. Daar heb ik helemaal geen tijd voor.” Hij lacht. „Nu val ik meteen door de mand. Maar wat is bidden? Is nadenken en mijmeren in de auto over dingen die uitstijgen boven de politiek óók bidden?”
„Ik vind van wel. Is verlangen ook bidden? Ja, verlangen is ook bidden. Is verlangen tijdens een concert naar iets wat je overstijgt ook bidden? Ja, dat is ook bidden.”
„Nooit, nee. Dat vind ik veel te instrumenteel. Het is niet zo dat christenen een speciaal lijntje met God hebben en anderen niet. Dat vind ik nogal blasfemisch. Ik heb als kind ook nooit gebeden voor het halen van een proefwerk. Dan zei ik tegen mezelf: je moet leren en je best doen, en als je zakt, heb je pech.”
„Nee. Dat heeft te maken met hoe ik denk dat God zich tot de wereld verhoudt. Misschien soms ook… En dat is een gekke gedachte die niet klopt, maar ik denk vaak: God heeft wel iets beters te doen dan naar mijn onbenulligheden te luisteren. Die heeft mij talenten gegeven en een geweldige opvoeding, en een omgeving waar ik niks over te klagen heb. Dus als iemand géén recht heeft op goddelijke bijstand, ben ik het wel. Dan heb ik liever dat hij zich bezighoudt met weeskinderen en met mensen in oorlogsgebieden.”
„Nee, ik vind het schitterend. Die betrokkenheid is toch prachtig. Dat mensen met alles wat ze denken en doen en liefhebben, dat tegen jou zeggen?”
„Dan zeg ik tegen mijn verstand: zwijg, gij machteloze rede. Zoals Blaise Pascal ooit zei.” [Pascal was een Franse natuurkundige, theoloog en filosoof uit de zeventiende eeuw.] „De helaas pijnlijke conclusie is dat onze rede maar zeer beperkt is, en dat er een grens is aan wat we kunnen denken en hopen. Dus dat Blaise Pascal zei dat die rede machteloos is en zich ook vaak door de impulsen, wensen en verlangens laat beheersen, dat is een diep inzicht dat een paar honderd jaar geleden al is opgeschreven. Daar probeer ik me aan op te trekken.”
Een dag voordat het kabinet-Schoof viel, begin juni, zei Henri Bontenbal in een podcast over de PVV: „Die partij is te verslaan.”
„We gaan zien wat er gebeurt. Het kán lukken.”
„Een deel van de 37 zetels van de PVV is een groep die naar de flanken is gegaan uit boosheid op de traditionele partijen, en daarmee zegt: wij geven het systeem een schop. Ik weet zeker dat die mensen te overtuigen zijn. Jullie mogen we hopeloos naïef noemen, ik denk echt dat dat kan. Daar heb je soms een paar verkiezingsrondes voor nodig, maar ik weiger te geloven dat er een populistische golf is waar we niet meer tegenop kunnen.”
„Scheer niet de hele groep over één kam. Ik zal zelf altijd zeggen: stem niet op die partij, want ik vind het een risico en een gevaar. Maar ik snap wel de frustratie die mensen hebben bij het politieke midden. Ik zal altijd zeggen: stem op een partij die de democratie overeind wil houden. Ik sluit niet voor niks de PVV uit, een partij met zulke antidemocratische impulsen moet je geen plek geven in een coalitie.”
Bij de Algemene Politieke Beschouwingen na Prinsjesdag had Wilders het over „een gigantisch allochtonenprobleem in Nederland”, en een „islamprobleem”, hij haalde hard uit naar asielzoekers. Bontenbal was niet opgestaan om er iets over te zeggen.
Tegen NRC zegt hij dat hij Wilders geen „podium” wilde geven. Hij had zich afgevraagd: „Helpt het de populistische krachten, ja of nee? Helpt het de democratische krachten, ja of nee?” Hij noemt het acht keer „een worsteling”. „En het kan zijn, als de campagne wat verder is, dat ik me wel weer veel duidelijker uitspreek.”
„Zeker. Sterker, er zijn ook in mijn eigen achterban mensen die me erop aanspreken. Ik denk dat ik integer elke keer een keuze maak.”
Bontenbal zegt een paar keer dat hij zélf de momenten kiest om tegen Wilders in te gaan. En dat dat niet alleen in debatten hoeft te zijn. „Dat kan ook door er op heel veel andere plekken iets van te vinden.”
„Dat spreek ik zeer tegen. Op de dag dat ik lijsttrekker werd, heb ik de PVV uitgesloten en dat ben ik elke seconde blijven doen. Deze lijsttrekker is daar duidelijk over. Iedereen weet dat. Ik heb het ook gezegd tegen premier Schoof, in andere debatten: zou u niet wat meer moeten normeren? Dat is een indirecte vorm. Maar ik zeg niet dat ik een makkelijk antwoord heb.”
In het verkiezingsprogramma van het CDA staat dat „interne partijdemocratie” een eis moet worden voor politieke partijen. De PVV is dat niet.
„Als er een Kamermeerderheid is voor een wet waar die voorwaarde in staat en de PVV voldoet daar niet aan, dan mag die partij niet meedoen aan verkiezingen.”
Bontenbal sluit behalve de PVV ook FVD uit voor een coalitie. Met wie hij wel wil? Daar kun je volgens hem „niks zinnigs” over zeggen, „zolang je het zetelaantal niet weet.”
„Nou, dat lijkt mij niet de meest aantrekkelijke optie.”
„Dat lijkt me ook niet een heel goed idee, en nu vind ik wel dat ik genoeg gezegd heb.”
„Dat weet u niet.”
„Ik drink met bijna iedereen koffie. Helaas is het nog weinig inhoudelijk. Maar als ik reken, denk ik dat je een coalitie moet hebben die breed is. Ik zie het getalsmatig niet alleen over links gaan, en ook niet alleen rechts. Als ik nu al zeg met wie ik wil, creëer ik daarmee ook een feit. En wat voor VVD tref ik aan na de verkiezingen? Dat is toch belangrijk? Wat voor GroenLinks-PvdA tref ik aan?”
„Absoluut niet. Op het punt van gemeenschapsdenken is die partij een bondgenoot. Op sommige economische punten liggen we wel heel ver uit elkaar.”
„Daar word ik al over gemaild, mensen zijn er boos over en dan zeg ik: ‘Het is het recht van elke partij om te bepalen met wie je wil samenwerken. Ik vind dat ik als politicus moet opkomen voor de belangen van alle Nederlanders, dus ook uw belang.’”
„Ik maak me over heel veel dingen zorgen. Natuurlijk vind ik het onwijs zorgelijk welke spanningen daar zitten en ook los kunnen komen. Maar de route met de PVV is op geen enkele manier een oplossing. Nul.”
„Soms wel.”
„Als ik moe ben, als ik te hard heb gewerkt.”
„Dat vind ik te persoonlijk. Daar wil ik niet te veel over zeggen. Maar dan komen er allerlei existentiële vragen naar boven die ik moeilijk oplosbaar vind te krijgen. Ik ben rationeel en tamelijk vasthoudend, als ik eenmaal iets wil oplossen in mijn hoofd dan kan ik daar nogal gefocust op zijn. En dan weet ik: je bent weer moe. Dan word je ook snel negatiever.”
„Zeer regelmatig. Over alles wat met geloof en overtuiging en ideologie te maken heeft. En ook wel over standpunten, waar ik goed over nadenk. Maar je weet het nooit 100 procent zeker. Er is geen externe scheidsrechter die jou een groen vinkje geeft over jouw oordeel.”
„Als fractievoorzitter voel ik me als een vis in het water. Kijk, een eventuele rol hierna, dus stel een premierschap… Dat weet ik niet, dat heb ik nog nooit gedaan. Dus je kunt niet zeggen of je daarin succesvol kunt zijn. Maar ik denk dat ik het kan, anders zou ik er niet aan beginnen.”
„Nee. Eerst de verkiezingen, daarna formeren. Tijd zat. Mentaal heb ik het wel in mijn hoofd als scenario.”
„Aan de ene kant als een enorme verantwoordelijkheid: dan komt er nog een paar kilo extra op die schouders. Tegelijkertijd jeuken mijn handen ook wel. Omdat ik denk: jongens, mijn hemel, dit kan toch echt anders?”
„Jullie willen graag een kop.”
„Mijn handen jeuken om verantwoordelijkheid te nemen voor een kabinet dat weer orde op zaken stelt. Ook als fractievoorzitter van een regeringspartij. Maar als het als premier moet, ga ik dat zeker doen.”
„Je spreekt dan niet meer namens één politieke stroming, en ik ben doordrenkt van het christen-democratisch denken. Als premier moet je het kabinetsbeleid verdedigen.”
„Die liberaal zit er niet in, en die sociaal-democraat ook niet.”
„Ik kan mijn kleur niet verloochenen, maar als je de kar trekt, moet je ook voorstellen van andere partijen verdedigen, waar je het zelf misschien ideologisch minder mee eens bent. Dat wordt wennen.”
Henri Bontenbal
Laurens Dassen
Eddy van Hijum
Mirjam Bikker
Jimmy Dijk
Lidewij de Vos
Stephan van Baarle
Chris Stoffer
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC