Dans Na de beklemming van ‘FRANK’ van Cherish Menzo is Jan Martens’ remake van de klassieker ‘The dog days are over’ een energetische en mentale boost op de openingsavond van het Rotterdamse festival Feeling Curious.
Scène uit de choreografie ‘FRANK’ van Cherish Menzo. Foto Bas de Brouwer
In korte tijd heeft Feeling Curious zich ontpopt tot een interessant festival met veel prikkelende voorstellingen, een mooie mix van bekende en onbekende namen, waarbij diversiteit een belangrijk programmeringsprincipe is. Het festival opent dit jaar met twee headliners: Jan Martens en Cherish Menzo. De Vlaming Martens schoot elf jaar geleden keihard in de roos met The dog days are over, de choreografie die zijn internationale doorbraak betekende. In versie 2.0 pakt hij het werk opnieuw op, met nieuwe dansers en nieuwe energie. Die is dan ook hard nodig voor de choreografie, die ontstond in de periode waarin meer dansmakers zich bezighielden met fysieke uitputting.
Feeling Curious festival. Tot en met 4/10 in Rotterdam. Info: theaterrotterdam.nl
The dog days are over 2.0 van Jan Martens/Grip. Gezien 24/9.
FRANK van Cherish Menzo/Grip. Gezien 24/9.
Martens gunt het publiek een blik op de mens achter de perfecte danser door vier mannen en vier vrouwen ruim een uur lang synchroon door de ruimte te laten springen, rechtstandig, sur place, zijwaarts, door de ruimte, op twee voeten of van de ene op de andere, in steeds wisselende ritmes en patronen. Een dans als een exercitie, niet alleen voor het lichaam, ook voor de geest van de dansers. Geen vreugdedans, maar een soort zelfkastijding voor het oog van het publiek.
Martens bevraagt zo de perfectie die immer door dansers wordt nagestreefd en door het publiek wordt geëist. Pas als in het laatste deel de dansers soms hun eigen weg gaan om zich daarna weer in het gelid te voegen, ontstaan de eerste barstjes in hun indrukwekkende concentratie en conditie. De adem wordt hoorbaar, zweet stroomt, minieme aarzelingen sluipen in de uitvoering van een enkeling.
Het concept is zo simpel als wat, maar Martens minimalistische en repetitieve choreografie is ingenieus en veroorzaakt een diep gevoel van respect en betrokkenheid van het publiek bij de dansers. The dog days are over is na elf jaar al een klassieker.
Jan Martens’ ‘The Dog Days Are Over 2.0’. Foto Stefanie Nash
In 2014 stond zij zelf nog in de choreografie van Martens. Choreografe Cherish Menzo was toen een talent in de knop: een sterke en expressieve danseres met een artistieke nieuwsgierigheid waarvan het resultaat een paar jaar later direct te bewonderen was in het eerste luik van haar trilogie waarin het ze het zwarte lichaam in diverse perspectieven en universums onderzoekt.
In Jezebel (2019) ontkrachtte zij het stereotiepe beeld op de sexy kronkelende video vixens in (met name) hiphop-clips. Menzo toonde de sekspoezen annex slachtoffers als autonome, krachtige vrouwen die welbewust hun erotische kapitaal verzilverden in een door mannen gedomineerde wereld. Tegelijkertijd confronteerde zij de toeschouwer met zijn eigen ‘gekleurde’ blik.
DarkMatter (2022) was geïnspireerd op een Afrofuturische mythe over de zielen van de tot slaaf gemaakte mannen en (zwangere) vrouwen die, nadat de koloniale slavenhandelaren hen overboord hadden gezet, in de diepzee een leven van harmonie en liefde creëerden. Vervreemdende sferen, verglijdende stemmingen, van angstig tot euforisch – in haar aan de hiphop ontleende, trage chopped and screwed-stijl ontstond een nieuwe theaterwereld.
Ook in haar nieuwe werk schildert ze weer een verontrustend, soms met (slecht verstaanbare) tekst overladen universum. FRANK speelt zich grotendeels af op een vierkant, met brede, transparante plastic lamellen omzoomd vlak: een laboratorium, een abattoir. Met de afkorting van Frankenstein verwijst Menzo niet alleen naar de mythe van het monster en diens monsterlijkheid maar ook naar ideeën en narratieven in ons zoals die ons door de tijden heen hebben gefascineerd en beangstigd. Naar het monster in onszelf.
Hoe ziet dat eruit? De koloniale geschiedenis biedt voorbeelden te over en in de ruim anderhalf uur durende voorstelling komen die associaties onvermijdelijk boven, ook al wordt die pas op het einde echt verwoord in het lieflijk klinkende, maar ijzingwekkende kinderliedje ‘Faja Siton’, over meester Jantje die weer een kind heeft vermoord.
Menzo zingt het buiten de onderzoeksruimte die gedurende de voorstelling is ontmanteld. Onderweg naar die apocalyptische bevrijding hebben zij en haar drie medeperformers hun lichamen in groteske vormen geschikt. Aanvankelijk marcheren ze anoniem in hun zwarte regenpakken en dansen ze op Afrikaanse muziek. Later lopen hun bewegingen steeds verder uit de rails als ze hun gezichten in angstaanjagende grimassen wringen, woest met de ogen rollen of zich als deerniswekkende, zieltogende drenkelingen over de vloer voortslepen – de Japanse butoh dans en zombiefilms zijn onmiskenbaar inspiratiebronnen voor FRANK.
De sfeer is onafgebroken enorm geladen, dreigend en onheilspellend en met haar thematiek en sterke, verwarrende beeldtaal is Menzo een zeer welkome nieuwe naam in het dansveld. Maar hoewel FRANK met die dwingende spanning zonder meer de moeite waard is, zou een en ander in een meer gecomprimeerde vorm waarschijnlijk sterker overkomen.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC