Home

Hoe lang is er op de stoep nog saté of mais te koop? Indonesië wil eetkraampjes aan banden leggen

Overal in Indonesië bieden straatverkopers hun waar aan. Naar schatting 22 miljoen mensen scharrelen zo een bestaan bij elkaar. Maar hoe lang nog? Correspondent Noël van Bemmel maakt zich zorgen over de roep om regulering.

is correspondent Zuidoost-Azië van de Volkskrant. Hij woont in Indonesië.

‘Ting, Ting, ting, klinkt het in mijn straat als de bakso-verkoper langsloopt met zijn fraai beschilderde eetkar van waaruit hij zijn soep met ballen slijt. Hij is een van de vele verkopers die dagelijks langs de huizen lopen om zijn waar aan te prijzen. ‘Pok, pok, pok’, doet de verkoper van emmers en pannen. Ratata’ tettert de rondfietsende ijscoman.

Zo gaat dat al meer dan honderd jaar in Indonesië. Een klok is er niet nodig, de tijd volgt de geluiden van passerende straatverkopers. De Nederlandse filmmaker Arjan Onderdenwijngaard maakte er zelfs de Opera Jalan (straatopera) van.

Roep om regels

Het is de vraag hoe lang de straatverkopers nog worden getolereerd in Indonesië. Het land telt naar schatting 22 miljoen kaki lima’s (vijf voeten): volgens sommigen een Singaporese verwijzing naar de breedte van een stoep (vijf voet), volgens anderen het aantal poten van een kar plus de voeten van de verkoper. Die wandelen niet alleen door woonbuurten. De verkopers staan ook schouder aan schouder op stoepen, voor de uitgang van treinstations, markten, winkelcentra en stadsparken. Zelfs tijdens confrontaties met de oproerpolitie, zoals afgelopen maand, kunnen demonstranten al na een paar stappen zijwaarts, een verfrissende ijsthee bestellen.

Toch groeit in steeds meer steden de roep om regulering van de kaki lima. Die blokkeert de doorgang voor voetgangers met zijn rijdende keuken en zijn etende klanten op plastic krukjes. Vaak wordt ook het verkeer gehinderd door geparkeerde scooters en uitwijkende wandelaars op de rijbaan. Dit tot ergernis van stadsbestuurders die onder druk staan om wat te doen aan de dagelijkse files.

Daarnaast zijn er zorgen over de geboden hygiëne – zelf bestel ik alleen kippensoep of saté bij een eetkraam – en ergernis over de vuilnis die verkopers achterlaten in de goot. Tot slot claimen kaki lima’s veel openbare ruimte, zonder ooit een vergunning aan te vragen of belasting te betalen.

Overdekte eetcentra

In andere Zuidoost-Aziatische landen is te zien welke kant het opgaat met de eetkar. Buurland Singapore verplaatste de kramen al in de jaren zeventig naar overdekte hawker centers (ventercentra) met picknicktafels in het midden en schone wc’s en vuilnisbakken langs de randen.

Maleisië weert sinds enkele jaren verkopers op de stoep, maar biedt hun elders wel een gemeentekraam aan voor 25 euro per maand: hygiënisch metaal, met zonnepanelen op het dak en LED-verlichting. Ambtenaren bewaken er de voedselveiligheid.

De Thaise hoofdstad Bangkok verminderde het aantal verkopers door alleen vergunningen uit te geven aan armlastige Thai (bijstandsgerechtigd, Thais paspoort). Ook deze stad bouwt hawker centers, tot ongenoegen van veel culinaire liefhebbers.

De Indonesische overheid voerde vijftien jaar geleden al regels in voor voedselhygiëne en toegestane locaties. Die worden, zoals wel vaker in Indonesië, massaal genegeerd. Op drukke plekken slalom je nog steeds om gefrituurde tofu, bubur (rijstpap), saté, gegrilde maïs of cendol (kokosdrankje). Voor sommige winkels ontstaat na sluitingstijd opeens een levendig restaurant, met een dozijn lage tafeltjes, vloerkleden, feestverlichting en een rollende keuken. De afwas gebeurt in een teil water van onbekende oorsprong.

Essentieel voor economie

Volgens recent wetenschappelijk onderzoek spelen zulke plekken een essentiële rol in de economie van Indonesië. Meer dan 60 procent van alle werknemers is actief in de informele sector. De eetkramen bieden families aan de onderkant van de arbeidsmarkt een kans op een inkomen, zonder dat een schooldiploma, goede contacten of een hoge startinvestering is vereist.

De gemiddelde kaki lima verdient 12 euro per dag en is best bereid, stellen de onderzoekers, om te betalen voor zijn locatie. Tegelijkertijd biedt de kaki lima een warme maaltijd vanaf 50 cent. Een uitkomst voor de rest van de informele sector: vaak dagloners die een paar euro per dag verdienen en een kamer huren zonder fornuis of wasbak.

Als tijdelijke inwoner van Indonesië geef ik graag de stoep op als daardoor tientallen miljoenen Indonesiërs kunnen overleven. Ik hoop dat de voedselveiligheid en ’s lands belastinginkomsten ooit omhoog kunnen zonder dat het dagelijkse concert van bont geschilderde handkarren verdwijnt uit mijn buurt.

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

(VOORBEELD: Arnout le Clercq constateert dat ook een jaarlijkse postercampagne de snelle ontkerkelijking van Polen niet kan voorkomen.’)

[hier reportagefoto, geen auteursportret]

En de teskt....

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next