De definitieve biografie van James ‘Tony Soprano’ Gandolfini (1961-2013) schetst ook de tragische kant van zijn loopbaan. ‘Als je mij nog een keer laat casten als crimineel, schiet ik je door je kop.’
schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels.
Al bij de eerste kennismaking was het raak. Nog bijna niemand had van James Gandolfini gehoord toen hij in de gangsterfilm True Romance zijn intimiderende entree maakte. Het jaar was 1993, en Gandolfini speelde Virgil, de afperser voor drugsbaron Vincenzo Coccotti.
Virgil is het hippe duo Alabama en Clarence op het spoor, die (per ongeluk) een koffer vol cocaïne van zijn baas hebben gestolen. Clarence (Christian Slater) is net even lunch halen op het moment dat Virgil de springerige pin-up Alabama (Patricia Arquette) opwacht in een motelkamer in Los Angeles. Eerst voert Virgil een poeslief gesprekje met Alabama, met grapjes en complimentjes over haar outfit en alles.
Dan kantelt zijn betoog: ‘De eerste keer is nog wel het moeilijkst om iemand koud te maken. De tweede keer is het ook geen mardi gras, maar het voelt al een stuk beter. De derde keer is simpel. En nu doe ik het alleen nog om de angst in de ogen van mijn slachtoffers te zien.’
Vervolgens ontsteekt hij in razernij. Zo blijkt die knuffelbeer met zijn pretoogjes en zijn melodieuze stem een psychopaat van het zuiverste water.
Achteraf mag je deze film van Tony Scott, naar een scenario van Quentin Tarantino, wel zien als een soort voorstudie van The Sopranos. Die gemene grijns van, ‘ik kan je wel iets aandoen, maar ik doe het nu (nog) niet’, werd in de tv-serie vanaf 10 januari 1999 (86 afleveringen, zes seizoenen) Gandolfini’s handelsmerk.
Dat schrijft filmjournalist en historicus Jason Bailey in de onlangs verschenen biografie Gandolfini – Jim, Tony, and the Life of a Legend. Jim is de jonge James, dat James kwam pas later, en het ‘legend’ slaat terug op het feit dat de betekenis van The Sopranos in televisieland maar lastig valt te overschatten.
De door David Chase geschreven serie over de lotgevallen van de New Jerseyse maffiabaas Tony Soprano – die officieel in de vuilverwerking zit – betekende een soort culturele revolutie. Een keiharde reeks voor 16+ op het betaalkanaal HBO, dat tot die tijd nog helemaal zo’n grote speler niet was, met een vaste schare van zo’n twaalf miljoen kijkers op de zondagavond.
Opgelet
Verderop in dit artikel staat een spoiler voor de afloop van The Sopranos.
Niet eerder vertoond, en het bleek het startschot voor wat we nu het Gouden Tijdperk van het volwassen televisiedrama zijn gaan noemen. Tot de navolgers behoren series als Six Feet Under, Breaking Bad, Mad Men en Dexter. Weldra werd het bingewatchen uitgevonden, ook wel comakijken of marathonkijken.
Een onverwacht succes voor David Chase. Hij liep al zo’n twintig jaar rond met het plan voor de serie, maar geen van de grote netwerken als Fox of CBS zag iets in een tobbende gangster die voor zijn zielenheil naar een psychiater gaat, in dit geval dokter Jennifer Melfi.
Juist die inkijkjes in het privéleven van Tony – het gezin met zijn vrouw Carmela en de kids Meadow en Anthony Junior, de moeizame verhouding met zijn dominante moeder Livia, de problemen met zijn zus Janice – bleken een van de voornaamste attracties van de show, die tussen alle misdaad door toch ook neigde naar zwarte comedy. In essentie is Tony Soprano een tragische figuur. Dokter Melfi weet het, de kijkers weten het en Tony zelf ook.
James Gandolfini, 38 jaar oud toen The Sopranos begon, had nooit verwacht dat hij die hoofdrol zou krijgen. ‘Ze zullen wel weer voor zo’n knappe Ierse gabber kiezen waar het op tv nu van vergeven is,’ mopperde hij tegen iedereen die het wilde horen.
Maar David Chase – die voor de rol nog even aan Robert De Niro had gedacht – wilde de reeks vanaf nul opbouwen, dus juist zónder reeds gearriveerde sterren. Een risicovol plan. Hij mocht een proefaflevering maken, maar zo’n pilot is na een vertoning aan een teleurgesteld testpubliek snel afgeschoten.
Wat Gandolfini enorm hielp, was dat de afdeling casting zijn optreden in True Romance had gezien. Hij werd uitgenodigd om te auditeren aan 72nd Street in Manhattan, in een kamer met een tafel, wat stoelen en een videocamera. Algauw wist het productieteam genoeg. ‘Dit is onze man’, jubelde David Chase, ‘geen twijfel mogelijk’.
Het moet zijn straatwijze voorkomen zijn geweest. Hij groeide op in New Jersey, als kind van eenvoudige Italiaanse immigranten. Gandolfini sprak de straattaal tweevoudig: het Italiaans én het Bargoens. Hij speelde graag honkbal en in het jaarboek van de Park Ridge High School werd hij aangeduid als de number 1 flirt.
Zijn buurjongen John Travolta was zijn beste jeugdvriend. Ze zouden samen in vijf speelfilms staan. Voordat Gandolfini serieus acteerlessen nam, was hij achtereenvolgens uitsmijter, barkeeper en manager van een nachtclub.
Gandolfini, tijdens een van zijn eerste interviews bij seizoen 1: ‘Tony past mij als een jas. Weliswaar ben ik geen crimineel, en heb ook ik moeite met het gemak waarmee hij geweld gebruikt, maar ik moet zeggen: ik begrijp hem goed. Tony is een man die worstelt. Hij heeft geen religie. Hij wantrouwt de overheid. Hij gelooft nergens in, behalve in eer, en juist die eer is in de huidige misdaad aan het verwateren. Hij kijkt om zich heen en denkt: is dit alles?
‘Die zoektocht houdt, denk ik, heel Amerika bezig, de helft van de tijd. Je kunt consumeren wat je wilt, maar de leegte blijft, en daarom is het eenvoudig om mijzelf met Tony te identificeren.’
Zo begon het, en het ging ook lang goed. Fraaie recensies, 21 Emmy Awards en 111 nominaties, met Gandolfini en Edie Falco (Carmela Soprano) als de onbetwiste sterren.
Maar bij Gandolfini, zo lezen we verderop, gaat het langzaamaan knagen. Niet alleen door de druk van netwerk HBO om nog een seizoen door te gaan, of de ruzies over de gages voor de cast en crew, als acteur wilde hij ook weleens een andere kant van zichzelf laten zien. Al was het maar in een luchtige comedy.
In de periodes dat de opnames voor The Sopranos stillagen, periodes die steeds langer werden, had hij tijd over voor speelfilms. Maar zijn agent slaagde er niet in om met andersoortige rollen te komen. Gandolfini, toepasselijk: ‘Als je mij nog een keer laat casten als crimineel, schiet ik je door je kop.’
Grappig bedoeld, uiteraard, maar het besef bij Gandolfini dat Tony Soprano hem zo ongeveer had gegijzeld, kwam zijn gezondheid niet ten goede. Een echtscheiding, de schandaalpers in zijn nek, berichten over uitspattingen met drank en drugs, gewichtsproblemen, verzaken op de set (de rest: ‘Hij is weer eens missing in action’). De schaduwzijde van alle roem wordt door de biograaf minutieus maar met de nodige compassie beschreven.
Ook nadat de laatste aflevering op 10 juni 2007 was uitgezonden – met een ambigu einde waarin het gezin Soprano in een hamburgertent zit en het beeld als bij toverslag op zwart gaat: deze mensen zijn gedoemd – zat een tweede glanscarrière er voor James Gandolfini niet meer in.
Hij deed wat theaterwerk, stemwerk, en oogstte lof voor zijn aandeel (met ringbaardje) in de romantische komedie Enough Said (2013) als tegenspeler van Julia Louis-Dreyfus (Elaine uit Seinfeld), maar in zijn allerlaatste (postuum uitgebrachte) film The Drop verkeerde hij (met volle baard) gewoon weer in het criminele circuit. Geen ontsnappen mogelijk.
Geheel onverwacht overleed James Galdolfini op 19 juni 2013 aan een hartaanval in een restaurant te Rome, terwijl hij met zijn zoon Michael op weg was naar een oeuvreprijs op het filmfestival van Sicilië. De New Yorkse tabloids kwamen met het roddelverhaal dat een ziekenbroeder in de ambulance zijn dure Submariner-horloge zou hebben gestolen. Dat was niet waar, maar het paste zo mooi bij het publieke imago van Tony Soprano.
Jason Bailey: Gandolfini – Jim, Tony, and the Life of a Legend.
Abrams Press; 345 pagina’s; € 29,99.
True Romance (1993)
Get Shorty (1995)
8mm (1999)
The Mexican (2001)
The Man Who Wasn’t There (2001)
The Taking of Pelham 123 (2009)
Where the Wild Things Are (2009, stem van Carol)
Enough Said (2013)
The Drop (2014)
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant