Home

Waren we naïef, vraagt de zoveelste recycler zich af die moet vertrekken

Recycler Plasticrecycler Healix uit Maastricht kan in deze markt niet verder, en zoekt een partner om naar een lagelonenland te vertrekken. ’Morgenochtend moet ik dit aan mijn personeel vertellen.’

Healix recyclet gebruikte touwen en netten tot een basisproduct voor nieuw plastic.

Grote zwarte schildpadogen staren Marcel Alberts aan. Het is 2017, bij zijn vertrouwde bibliotheek in hartje Maastricht hangt een tentoonstelling van World Press Photo. Het dier op de foto zwemt vlak onder het wateroppervlak. Nek, schild en poten zijn verstrikt in een felgroen visnet dat afsteekt tegen het diepe blauw. Alberts slikt. Fuck, denkt hij. Dat spul verkoop ik.

Alberts (nu 48) liet jaren geleden een carrière als leverancier van kunstvezels voor touwen en visnetten achter zich. Hij begon een recyclingbedrijf dat juist die touwen tot nieuwe grondstof verwerkt. Met een miljoenensubsidie en miljoenen uit eigen zak bouwde hij de fabriek van Healix. Maar terwijl zijn team binnen de fabrieksmuren de machines uitontwikkelde en draaiende kreeg, veranderde de wereld buiten.

Deze donderdag maakt Healix bekend op zoek te gaan naar een bedrijf om mee samen te werken in een land met lagere lonen, in Zuid- of Oost-Europa bijvoorbeeld, of in Zuidoost-Azië. Zo hoopt het bedrijf de oorspronkelijke droom levend te houden; in Nederland, weet Alberts, zal zijn fabriek niet overleven. Wel hoopt hij met Healix een kantoor in Maastricht te behouden voor productontwikkeling, marketing en verkoop van het gerecyclede plastic.

Het verhaal van Healix staat niet op zichzelf. In ruim anderhalf jaar tijd zijn tien Nederlandse plasticrecyclers failliet gegaan en vertrokken er twee naar het buitenland. Zij konden niet op tegen de lage prijs van nieuw plastic, gemaakt uit aardolie of -gas. Het inmiddels demissionaire kabinet trok wetgeving in die recyclers had moeten helpen.

In Maastricht hangt de teleurstelling nog in de lucht. „Ben ik te goedgelovig geweest?”, vraagt Alberts zich af. „Om te denken dat ik de wereld kon verbeteren? Had ik kritischer moeten zijn? Meer beren op de weg moeten zien?”

Duidelijk is dat ook anderen die beren niet zagen. „Niemand vroeg: zou je dat wel doen? Het was altijd: go, go, go! Dit kan niet fout gaan!”

Dyneema

De zaal telt af: „Drie, twee, één.” Frans Timmermans drukt op een rode knop. Gejuich klinkt als de eerste touwen op een lopende band omhooggaan. Het is 2022, en Timmermans houdt een toespraak waarin hij Healix prijst als „een mooie aanzet” tot meer circulariteit. Alberts haalt zijn trotse zoons bij zich op het podium. Er is applaus, er is wijn, de machines zijn nieuw en glanzen nog. „Pffff… best emotioneel om dat moment terug te zien”, zegt Alberts na het bekijken van het oude beeldmateriaal.

Tot die tentoonstelling in zijn woonplaats Maastricht hield Alberts zich bezig met Dyneema, een supersterke kunstvezel die onder meer voor visnetten wordt gebruikt. Hij verkocht de vezel aan Europese touwen- en nettenmakers. Eerst namens DSM, later met zijn eigen bedrijf: EuroFibers.

Maar de priemende ogen van de schildpad op de foto gaven hem een schuldgevoel. Hij gooide het over een andere boeg en wilde de touwen gaan recyclen. Dat bespaart CO2, en zijn hoop was bovendien dat als oud vistouw meer waarde krijgt, vissers minder geneigd zijn ze overboord te gooien.

Aanvankelijk leek alles vanzelf te gaan. Zijn klanten waren enthousiast, financiers makkelijk te vinden. Bovendien had het kabinet kort daarvoor een plan gepresenteerd om de helft minder grondstoffen te gebruiken in 2030. In 2050 „moet de Nederlandse economie volledig circulair zijn”.

Alberts kreeg 2,5 miljoen euro subsidie van het Rijk. Hij legde zelf 2,5 miljoen in, verdiend met de verkoop van zijn bedrijf. Het investeringsfonds dat dit bedrijf kocht, stapte ook in. Voor Healix werd zo 10,5 miljoen euro opgehaald. Alberts: „Appeltje, eitje.”

Laag stof

Een week voordat hij wereldkundig maakt dat de fabriek niet in Maastricht kan blijven, stapt Alberts Healix binnen. Hij loopt door de ontvangsthal, waar hij een kunstenaar een metersgrote schildpad liet schilderen. Deze is niet verstrikt in visnetten, maar zwemt vrij rond.

Naast de fabriek liggen balen met beige, blauwe en roze touwen van landbouwbedrijven, afkomstig uit Noorwegen, Frankrijk, Duitsland, Spanje en Engeland.

„Hee, hoe gaat het?”, vraagt een werknemer die met een heftruck de balen de fabriek in rijdt.

„Goed, man”, zegt Alberts.

De volgende ochtend zal hij hem en de rest van de ploeg vertellen dat hij de fabriek hier niet meer draaiende kan houden.

De productiehal van de fabriek staat vol groene en grijze apparaten, buizen, lopende banden en vaten, verlicht door witte tl-lampen. Veel is bedekt door een laag stof. Om de paar seconden klinkt een luide zucht uit een grijs vat: een metershoge filter die de lucht zuivert van stof.

Het is niet eenvoudig van oud touw nieuw plastic te maken. De touwen worden kleingesneden en gewassen. Een draaiende schijf met mesjes in de vorm van haaientanden trekt de vezels uit elkaar. Die worden weer gewassen, gezeefd, in verschillende stappen gedroogd, nog fijner gesneden, en ontdaan van de laatste verontreiniging, zoals zandkorrels.

Tot slot is er de extruder, „een soort grote spaghettimachine”. Gesmolten plastic wordt door deze pers met kleine gaatjes geduwd, om tot korrels te worden gesneden. Die worden gebruikt voor nieuw touw, maar ook voor andere spullen: flippers, kratten, zelfs haarborstels.

De eerste stoffilter die Alberts kocht, was niet krachtig genoeg voor het stof dat vrijkomt uit de touwen, en moest vervangen door een grotere. De eerste shredder die de netten versnipperde, bleek niet bestand tegen stenen, ijzerdraad en ander vuil dat meekomt met de touwen. Zo moest Healix een „waslijst” aan verbeteringen doorvoeren. Het investeerde nog eens 2,5 miljoen euro.

Het duurde zo’n anderhalf jaar voordat Alberts en zijn team de kinderziektes uit de fabriek hadden aangepakt. In 2023 kon de fabriek zijn volle capaciteit benutten. Maar terwijl binnen alles liep, veranderde buiten de wereld razendsnel.

Aberts: „De processen liepen, maar het systeem ging kapot.”

Na de Russische inval in Oekraïne schoten de energieprijzen omhoog. En met de stevige inflatie volgden ook hogere loonkosten. Plastic recyclen werd een stuk duurder.

Tegelijk werd nieuw plastic goedkoper. „Rusland moest z’n oorlog bekostigen en verkocht z’n olie aan India en China”, zegt Alberts. „Daar werden van die olie plastickorrels gedraaid. Die kwamen naar Europa. Intussen voerden de VS de productie van plastic uit goedkoop schaliegas op. Onze hele markt werd overspoeld.”

Marcel Alberts

De prijs van nieuw plastic viel terug. „Van 2,20 per kilo naar 90 cent. Wij zaten rond de anderhalve euro. De lange rij klanten die met ons circulair wilden zijn, was ineens – grotendeels – weg. Ze zeiden: we willen wel, maar zo zijn we structureel duurder dan onze concurrenten.”

Het personeelsbestand van Healix halveerde, tot elf werknemers. Met kunst-en-vliegwerk bleef de fabriek overeind. „Als er een vrachtwagen gelost moest worden, dan sprong onze productiechef of onze financiële man op de truck.”

De onrust onder recyclers bereikte ook de politiek. Een Nederlandse verplichting tot bijmengen van gerecyclede kunststof zou vanaf 2027 moeten zorgen voor gegarandeerde afname van dit plastic, door onder meer verpakkingsbedrijven te dwingen circulair plastic te gebruiken. Ook zou er vanaf 2028 een taks komen op nieuw plastic. Alberts: „Elk van die maatregelen afzonderlijk zou ons hebben gered.”

Maar beide maatregelen gingen met de laatste Voorjaarsnota overboord, na druk van plasticverwerkers en -producenten. De taks wordt bij afvalverbranders geheven. Daardoor gaan de kosten voor recyclers zelfs verder omhoog, omdat ze veel reststoffen moeten verbranden.

Snel werd een Plastic Tafel gevormd, met recyclers, plasticproducenten, supermarkten en grote levensmiddelbedrijven als Unilever. Voor de zomer presenteerde die ‘tafel’ een reeks oplossingen. Zoals de circulaire ‘hefboom’: een nieuwe verplichting om gerecycled plastic te gebruiken.

Maar medio september was bij het Kamerdebat over circulaire economie duidelijk dat het demissionaire kabinet geen trek had in nieuwe maatregelen, ook niet voor recyclers, zelfs niet als de ideeën uit de sector zelf kwamen. Alberts: „Ook die laatste strohalm ging down the drain.”

Zoeken in het buitenland

In plaats van de stekker uit het bedrijf te trekken zoekt Healix nu naar een samenwerkingspartner om in het buitenland mee te produceren. Zo lukte het Cedo, een grote Limburgse plasticrecycler, eerder dit jaar naar Litouwen te vertrekken. Lagere lonen, lagere energiekosten en misschien meer schaalgrootte. Dan maakt gerecycled plastic wel een kans tegen nieuw.

Eerst moet Alberts het nieuws vertellen aan zijn medewerkers. „Die mannen hebben alles gegeven wat ze hadden om de fabriek beter te laten draaien dan ooit. En ik moet dan morgenochtend vertellen: sorry, jongens, het gaat hem waarschijnlijk toch niet worden hier in Maastricht. Ja, kut.”

De Healix-directeur zegt heus wel te begrijpen dat er zoiets als ondernemersrisico is. „Maar ik vind dat je bestendig gedrag mag verwachten van Nederlandse politici. We wonen hier niet in een bananenrepubliek.”

Als de overheid circulariteit echt belangrijk zou vinden, hadden politici moeten ingrijpen, vindt Alberts. „En als ze het toch niet zo belangrijk vinden, had ik dat liever eerder geweten. Dan had ik de afgelopen vijf jaar wel iets anders gedaan dan hier een luchtkasteel bouwen.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Economie

Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt

Source: NRC

Previous

Next