Home

Is je blaas steriel? ‘Er leven wel honderd soorten bacteriën die elkaar beïnvloeden’

Jong geleerd Ook in onze blaas leeft een complexe gemeenschap van microben. Hun onderlinge interacties hebben invloed op onze gezondheid, maar ook op antibioticaresistentie.

Elk jaar krijgt zo’n 10 procent van de vrouwen een blaasontsteking; bij een kwart tot de helft van hen komt de infectie binnen een jaar terug. Bij mannen zijn de percentages lager, maar alles bij elkaar zijn urineweginfecties in Nederland goed voor één op de drie antibioticarecepten die huisartsen voorschrijven (British Medical Journal, 2019).

En toch weten we nog maar bar weinig van de microbiële wereld in onze blaas, stelt medisch biotechnoloog Lars Zandbergen. Op 16 september promoveerde hij aan de Rijksuniversiteit Groningen op zijn onderzoek naar blaasbacteriën.

„Een van de grootste misvattingen in deze context is dat een gezonde blaas steriel is”, vertelt Zandbergen. „Dat is helemaal niet zo. Er leeft een hele gemeenschap aan bacteriën in. Lang niet zoveel als in de darm, maar er zijn toch al meer dan honderd soorten in gevonden. Die beïnvloeden elkaar allemaal: sommige helpen elkaar, andere zijn juist concurrenten.”

In de blaas leven vooral ‘onschuldige’ bacteriën, legt Zandbergen uit, waar we geen enkele last van hebben. Sterker nog, ze helpen pathogenen – ziekteverwekkers – onder de duim te houden, net als in de darm. Maar soms kan zo’n pathogeen toch de overhand krijgen; dan ontstaat er een infectie. „Bacteriën die een blaasontsteking kunnen veroorzaken, zijn bijvoorbeeld Escherichia coli, maar ook Klebsiella, Enterococcus, Staphylococcus… Ik heb onderzocht hoe de niet-pathogene en de pathogene bacteriën elkaar beïnvloeden. En hoe die interacties leiden tot veranderingen bij die bacteriën. Bijvoorbeeld dat ze resistent worden tegen antibiotica.”

Over die hele wereld ‘van ecologie tot evolutie’ van blaasbacteriën – de titel van Zandbergens proefschrift – was nog maar heel weinig bekend. „Dit is een heel nieuw vakgebied, ook internationaal gezien”, zegt hij. „Mijn begeleider, Marjon de Vos, is ermee begonnen in Wageningen. Ik kwam ermee in aanraking toen ik daar mijn master deed. Ik ben samen met haar naar Groningen gekomen.”

Zandbergen en De Vos ontdekten onder meer dat pathogenen juist in combinatie met andere bacteriën sneller antibioticaresistentie ontwikkelen. En dat andere combinaties juist beschermend kunnen werken. „Die informatie is heel relevant voor de medische wereld”, zegt hij. „Dat is waarom we nu ook samenwerken met het UMC Groningen.”

De hele gemeenschap van bacteriën

De onderlinge beïnvloeding door de bacteriën verloopt via de stoffen die ze uitscheiden. Zandbergen onderzocht dat door bacteriën te laten groeien in een voedingsmedium waarin eerder al andere bacteriën hadden geleefd, in verschillende samenstellingen. Zo kon hij ontrafelen welke combinaties precies welke invloed hadden op de groei en evolutie van ziekteverwekkers. „De belangrijkste uitkomst was misschien wel dat ook bacteriën die helemaal niet talrijk zijn in de blaas, zoals Enterococcus, een enorme invloed kunnen hebben”, zegt hij. „Dat zijn bacteriën die tot nu toe vaak worden genegeerd in onderzoek. Er wordt dan alleen gekeken naar de ziekteverwekker zelf, en niet naar de gemeenschap eromheen. Dat is dus mijn kernboodschap: kijk naar dat héle plaatje.”

Op termijn hopen de Groningse microbiologen de vinger te kunnen leggen op welke stoffen precies waarvoor verantwoordelijk zijn. Uiteindelijk zou je die stoffen dan kunnen gebruiken als medicijnen om blaasontstekingen te behandelen zonder het gebruik van gangbare antibiotica. „Als we écht gaan dromen, dan denken we zelfs aan stofjes die je preventief kunt innemen. Of probiotica”, zegt hij. „Dus ‘goede’ bacteriën die je kunt inzetten om je weerbaarheid tegen een blaasontsteking te vergroten. Bijvoorbeeld bij mensen die een katheter nodig hebben. Dat is een kwetsbare groep patiënten, die vaak te maken krijgt met urineweginfecties.”

Nieuwe carrière in de IT

Zandbergen vertelt er vol vuur over: hij vindt alle achtergronden, methoden en uitkomsten even interessant, net als de ontwikkeling van eventuele medische toepassingen. Maar zelf zal hij daaraan niet meer meehelpen. Hij heeft de academische wereld verlaten. „Ik vind onderzoek doen ontzettend leuk, ook het eindeloze labwerk. Maar een carrière in de wetenschap is toch niet iets voor mij, heb ik ontdekt. Die wereld is heel competitief: je bent alsmaar bezig met publiceren en geld binnenhalen. En dan moet je ook nog elke paar jaar een nieuwe plek zoeken. Dat motiveerde mij niet zo.”

Zandbergen heeft even gezocht naar banen in de farmawereld, maar dat bleek lastig: daar kwamen vooral seniorposities vrij. „Dus nu werk ik in de IT”, zegt hij met een grote glimlach. „Ik vind werken met data heel leuk, en berekeningen uitvoeren en nieuwe kennis opdoen. Dus nu zit ik in het applicatiebeheer, bij de ANWB. Heel leuk om te doen, hoor. Het idee is dat ik me uiteindelijk ga bezighouden met dataopslag, in de context van archiefbeheer.”

Maar stiekem hoopt Zandbergen dat hij ooit nog eens belandt in de IT binnen een medisch-maatschappelijke organisatie. „Bijvoorbeeld het RIVM. Ergens waar ze nadenken over de toepassing van medische onderzoeksdata. Want ja, daar ligt toch wel mijn hart.”

Wie is?Lars Zandbergen

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Source: NRC

Previous

Next