Oekraïners in Nederland De kwaliteit van de opvang van Oekraïners is bepalend voor hun positie op de arbeidsmarkt en mentale gezondheid, blijkt uit WODC-onderzoek.
De 26-jarige Mariia Bolduieva vluchtte 3,5 jaar geleden naar Nederland, samen met haar moeder en zus. Haar man en vader volgden later.
Het is stil in de lange gangen met glas-in-loodwerk van de Zwanenhof, een voormalig klooster bij het Twentse Zenderen. Sinds maart 2022 verblijven hier negentig Oekraïense vluchtelingen, vanwege de opvangnood vroeg de gemeente onlangs om op te schalen tot 110. Voor iedere deur hangt een bordje met ‘gastenkamer’ en staan er schoenen. In een zaal doceert een vrijwilliger Engels aan een viertal Oekraïense twintigers - op het bord staat een galgje-spel met het woord ‘spacious’. In de keuken bereiden vijf vrouwen, hun haren weggestopt onder een doek, een avondmaal van kip, rijst en champignons.
In de keuken van de Zwanenhof wordt door vijf vrouwen druk gekookt. Op het menu: kip, rijst en champignons. Foto Eric Brinkhorst
Op de tweede etage deelt Mariia Bolduieva (26) een kamer met haar man, die vrachtwagenchauffeur is. Ze toont een foto van het uitzicht in de ochtend: grazende Schotse hooglanders tegen een mistige bosrand. In de naastgelegen kamer wonen haar moeder, die in een restaurant werkt, en haar vader, een van de drie Oekraïners die ‘s nachts het gebouw bewaakt. Haar zus, student marketing aan hogeschool Saxion, heeft een eigen kamer.
Ruim 3,5 jaar nadat ze vanwege de Russische inval in Oekraïne op de vlucht sloeg, woont Mariia Bolduieva, net als zo’n 127.000 andere Oekraïners, nog altijd in Nederland. De mate waarin Oekraïners worden begeleid naar werk, over eigen voorzieningen als een badkamer of keuken beschikken en een praatje met Nederlanders kunnen maken, is cruciaal voor hun positie op de arbeidsmarkt, mentale gezondheid en hoezeer zij zich thuis voelen. Dat blijkt uit een donderdag verschenen studie van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Oekraïners hebben recht op opvang en onderwijs en mogen direct werken. Dat is bepaald in de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming, die recent werd verlengd tot maart 2027. Sommige Oekraïners vonden zelf een huis of wonen bij familie of een gastgezin. Het grootste deel is aangewezen op gemeentelijke noodopvang. Daarin verblijven zo’n 98.000 personen. Bijna vanaf het begin van de invasie heeft Nederland een tekort aan bedden. Vorige week maakte het Rode Kruis bekend dat in augustus zo’n vierhonderd Oekraïners dakloos waren. Ook gemeenten klagen dat het tekort oploopt en de situatie „niet langer houdbaar” is. Demissionair minister van Volkshuisvesting Mona Keijzer (BBB) suggereert als oplossing dat werkende mannen zelf onderdak moeten regelen.
Het aantal gastgezinnen daalt en het aantal mensen dat vanuit de opvang een reguliere woning vindt, is beperkt. Het WODC concludeert dat Oekraïners nog „langdurig” op noodopvang zijn aangewezen. Om het welzijn en de positie van Oekraïense vluchtelingen te verbeteren, is „kwalitatief goede opvang” belangrijk. Dat zorgt er ook dat zij „meer kunnen meedoen en bijdragen aan de samenleving”.
Een representatieve groep van 3.460 Oekraïners die tussen 2022 en 1 juli 2023 naar Nederland vluchtten, nam deel aan het WODC-onderzoek. Aanvankelijk dachten de onderzoekers dat er vooral verschillen waren tussen mensen in noodopvang en in gastgezinnen. Dat blijkt niet zo. „Het type opvang maakt minder uit dan de kenmerken van die opvang", zegt onderzoeker Kasper Otten. „Soms is het idee dat het belangrijkste is dat Oekraïners worden opgevangen en dat het niet uitmaakt hoe die opvang wordt gedaan. Ons onderzoek toont aan dat de kwaliteit van opvang echt uitmaakt.”
Otten wijst op de mentale gezondheid van Oekraïense vluchtelingen. Uit eerder WODC-onderzoek blijkt dat 45 procent van hen kampt met psychische problemen, vergeleken met 14 procent van de totale bevolking. Oekraïners die meer eigen voorzieningen (en dus privacy) hebben en die ‘emotionele ondersteuning’ ontvangen van professionals, voelen zich mentaal beter dan wie dat niet heeft.
Ruim twee op de drie Oekraïense vluchtelingen werkte op 1 mei in loondienst, blijkt uit donderdag gepubliceerde CBS-cijfers.
De mate waarin Oekraïners worden begeleid naar werk en een praatje met Nederlanders kunnen maken, is cruciaal voor hun positie op de arbeidsmarkt en mentale gezondheid. Foto Eric Brinkhorst
Bovendien weerspreekt het onderzoek de suggestie dat goede opvang zorgt dat Oekraïners in Nederland willen blijven. „Voor zowel de korte als lange termijn blijkt dat de verschillen in opvang geen rol spelen bij verblijfsintenties”, schrijft het kenniscentrum. De opvang verbeteren „staat dus niet op gespannen voet met overheidsbeleid dat tijdelijkheid van Oekraïners in Nederland als uitgangspunt heeft.”
Bij de opvang in Zenderen ervaren ze het belang van zaken als een eigen badkamer en een praatje met een Nederlandse vrijwilliger. Maar ook dan kan het soms even te veel woorden. In zulke gevallen heeft Marriia Bolduieva haar fel verlichte aquarium met garnalen. „Als er te veel in mijn hoofd zit, word ik rustig door naar de vissen te kijken”, zegt ze.
Bolduieva woonde in Zaporizja, een stad in het zuidoosten van Oekraïne. Ze zong in een koor en werkte als muziekdocent. In de vroege ochtend van 24 februari 2022, het begin van de grootschalige Russische invasie, zei haar man dat ze „zo snel mogelijk” moesten vertrekken. Met haar moeder en zus vluchtte Bolduieva naar Polen. Haar man en vader volgden later. Via een kennis belandden ze in een bus naar Nederland. De bus reed naar Zenderen. „Het maakte me echt niet uit waarheen we gingen, zolang er maar een bed en een douche was.”
Op de opvanglocatie ontstond een hechte gemeenschap. Lunch en diner vinden plaats in de refter, de oude eetzaal van het klooster, ook verjaardagen en feestdagen worden vaak samen gevierd. „We hebben allemaal ons huis moeten verlaten, nu proberen we hier zo goed mogelijk een thuis te maken”, zegt Bolduieva. „Als er verschrikkelijk nieuws is, bijvoorbeeld over raketinslagen op Kyiv, huilen we samen of zijn we juist stil."
Bolduieva richtte een koortje op in de opvang, maar vanwege werk, hobby's en school had niemand nog tijd voor repetities. Bolduieva heeft inmiddels een betaalde baan als coördinator van de opvang, ze dient als vraagbaak voor de besognes van andere Oekraïners. Dat werk geeft haar „kracht", zegt Bolduieva, „ik ben jong en zit vol energie”.
„Het grote probleem is onze tijdelijke verblijfsstatus", zegt Bolduieva. Ze verwondert zich over de nonchalance waarmee Nederlanders een jaar vooruit hun vakantie plannen „Wij leven met de dag en zijn altijd afhankelijk van veranderende regels om hier te mogen blijven of reizen. Nederland kan ons geen garanties bieden, soms word ik daar gek van.”
Voor de Zwanenhof, een voormalig klooster bij het Twentse Zenderen, wappert een Oekraïense vlag. Foto Eric Brinkhorst
In de tuin van het klooster kijkt Ronald Helder (54) in de avondzon uit over een rij zonnebloemen, „het nationale symbool van Oekraïne”. Zonnebloemen doen hem ook denken aan zijn twee overleden kinderen - „dat kan geen toeval zijn".
Helder is de zorgondernemer die de Zwanenhof runt. Over de Oekraïners en de vele vrijwilligers uit de buurt heeft hij niets dan lof. Maar over hoe de overheid de opvang regelt? „Het is een strijd. Ik krijg 44 euro per Oekraïner per dag om alles van te betalen: van eten tot afvalstoffenheffing. Ik ken maar weinig ondernemers die het voor deze prijs willen doen.”
Met lede ogen kijkt Helder naar grootschalige opvang op schepen en in hotels. „Je weet gewoon dat daar misstanden en rellen plaatsvinden. Het is belachelijk dat ondernemers misbruik maken van de situatie en contracten met gemeenten mogen afsluiten voor dat soort opvangplekken.” Met meer financiering en zekerheid zou de kwaliteit van de opvang verbeteren, impliceert hij.
Helder wandelt naar de kloosterkapel. Onder de witte gewelven vertelt hij hoe Tamara, die in drie jaar tijd een spilfiguur werd in het onderhoud van de tuin, onlangs terugkeerde naar Oekraïne. „Zij hield het niet meer vol om zo ver van haar familie te wonen. Na haar vertrek voelden mijn vrouw en ik hoe we gehecht zijn geraakt aan iedereen, een deel van de familie was plots kwijt.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC