Het begin van Van veel dingen vragen we ons niet meer af waar hun oorsprong ligt. In deze rubriek wordt gezocht naar het begin der dingen. Dit keer: slavernij.
Overblijfselen van een ruimte voor tot slaaf gemaakten in Pompeï in Italië, uit 79 v.g.j. Foto Ivan Romano/Getty Images
‘Sprekend gereedschap’ werden ze in het oude Rome genoemd, en ‘tweevoetig vee’ in het oude Griekenland, de twee eerste culturen die slavenmaatschappijen worden genoemd, culturen die zonder mensen tot slaven te maken niet hadden kunnen bestaan. Zoals Friedrich Engels het in de negentiende eeuw omschreef: „Zonder slavernij geen Griekse staat, geen Griekse kunst en wetenschap; zonder slavernij geen Romeins rijk.”
Maar ook in veel andere, soms oudere culturen werden mensen tot slaaf gemaakt: er waren slaven in China, in Egypte, in Amerika voor Columbus daar kwam roven. Wanneer en wie voor het eerst tot slaaf gemaakt werd is in de mist van de geschiedenis verdwenen. Misschien waren er in Eurazië al mensen geknecht voorafgaand aan de agrarische revolutie, maar voor de hand ligt dat niet – wat voor rol kan slavernij spelen zonder machthebbers, zonder bezit, zonder de mogelijkheid dat bezit te erven?
In zijn boek Equality. The history of an elusive idea (2023) noemt Darrin M. McMahon culturen van jagers en verzamelaars in navolging van antropoloog Christopher Boem ‘reverse dominance hierarchies’, waarin de machtsverhoudingen een omgekeerde piramide vormen: de meerderheid houdt de minderheid in bedwang. Tijdens de landbouwrevolutie draait die piramide om. Waarom zou je het eigenlijk een omgekeerde piramide noemen? De wereld op zijn kop. Alsof een piramide natuurlijker is dan een omgekeerde piramide. Maar mensen denken nu eenmaal in vergelijkingen. Misschien kwamen mensen soms pas op het idee dat je mensen kon bezitten nadat ze grond en vee tot eigendom hadden verklaard.
De meeste slaven in de oudheid waren krijgsgevangenen, slachtoffers van piraterij en andere vormen van kidnapping, of schuldenaars, die door zichzelf of hun familie als onderpand werden gegeven. De eerste geschreven bronnen komen uit Mesopotamië, wat niet wil zeggen dat daar voor het eerst mensen tot slaven werden gemaakt, alleen dat we er daarover kunnen lezen. Tot slaaf gemaakten komen voor in de wetten van heersers als Hammurabi, meestal om te zeggen dat een misdrijf een lagere geldboete oplevert als het tegen een slaaf is begaan dan tegenover een ander.
Een van de wetten uit de oudste overgeleverde codex, die van Ur-namma, opgetekend in spijkerschrift 2000 v.g.j. (voor de gangbare jaartelling): ‘Als een slavin van een man zich vergelijkt met haar meesteres, en brutaal tegen haar praat, dan zal haar mond gereinigd worden met 1 kwart zout.’ Slaven in Mesopotamië waren herkenbaar aan hun kapsel en misschien ook aan hun kleding.
Over slavernij in Griekenland en Rome is veel meer bekend dan uit eerdere culturen. Wat daarbij opvalt, is dat het in boeken, podcasts et cetera over dit onderwerp nog steeds niet de gewoonte is van de maker om te schrijven vanuit de tot slaaf gemaakten, of dat althans te proberen. Het is alsof de auteurs zich meer thuis voelen bij de slavenhouders dan bij de tot slaaf gemaakten.
Nota bene in het boek Populus. Living and Dying in the Wealth, Smoke and Din of Ancient Rome legt auteur Guy de la Bédoyère uit wat slavernij betekende door de lezer zich te laten voorstellen dat alle machines in en om het huis, van waterkoker tot haarföhn, geen gereedschap maar mensen waren. Hij vraagt de luisteraars niet zich voor stellen hoe het zou zijn om zelf zo’n levend stuk gereedschap te zijn.
Voor een deel komt dat waarschijnlijk door de bronnen zelf. De stemmen van mensen die tot slaaf gemaakt zijn ontbreken vrijwel volledig. Een uitzondering is de brief van Lesis, een in de vierde eeuw v.g.j. in een stuk lood gekraste brief die in 1972 gevonden is in een put in het centrum van Athene. De tekst, onder meer geciteerd in Peter Hunts Ancient Greek and Roman Slavery (2018) luidt: „Lesis stuurt een brief naar Xenokles en zijn moeder met het verzoek dat ze in geen geval vergeten dat hij in de gieterij bezwijkt, maar dat ze naar zijn meesters gaan en iets beters voor hem vinden. Want ik ben overgeleverd aan een door en door slecht man; ik ga ten onder door de zweepslagen; ik word vastgebonden; ik word behandeld als vuil – meer en meer!”
Iedereen die oud-Grieks leert zou deze brief moeten lezen. Eerst Lesis, pas dan Aristoteles of Xenophon.
En ook al kunnen we verder alleen lezen wat de meesters hebben geschreven, er worden nu wel meer pogingen gedaan om tussen de regels door te lezen of de bestaande bronnen aan te vullen, bijvoorbeeld met ‘critical fabulation’ in navolging van Saidiya Hartman. Zou je de getuigenissen van Afrikaans-Amerikaanse tot slaaf gemaakten kunnen gebruiken om over Romeinse tot slaaf gemaakten te denken?
Ook in de archeologie hebben tot slaaf gemaakten weinig sporen kunnen nalaten, op een flink aantal metalen halsbanden voor hen die vluchtpogingen hebben gedaan na. Soms worden zulke halsbanden gevonden om een skelet, met een penning eraan met een tekst die vaak begint met: „Grijp mij opdat ik niet kan vluchten.” Net als in de literatuur komt er nu wel meer aandacht voor sporen van tot slaaf gemaakten. In zijn boek The Buried City beschrijft Gabriel Zuchtriegel, directeur van archeologisch park Pompeii, zijn opwinding en ontroering toen hij in 2021 geen nieuwe tempel of paleis ontdekte maar, voor het eerst, een vertrek waar tot slaaf gemaakten hadden gewoond en gewerkt, met als enige decoratie onder een klein raampje een wit gepleisterd vierkant. Aan een spijker in het midden moet een olielamp hebben gehangen. Het zwakke schijnsel werd versterkt door het witte pleister.
In 2020 werden bij deze vindplaats, Civita Giuliana, de lichamen gevonden van twee mannen. Van een van hen vermoedt men dat hij tot slaaf gemaakt was. Hij stierf waarschijnlijk toen hij een jaar of twintig was. Maar ondanks die leeftijd waren een paar van zijn ruggenwervels al samengedrukt.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC