Home

De stad is gebouwd voor en door de man – de vrouw voelt zich met een bushalte naast het café een stuk veiliger

Veilige steden Steden in Nederland zijn vooral gebouwd met mannen in het achterhoofd, zeggen deskundigen al decennia. Hoe (on)veilig vrouwen en minderheden zich voelen, telt vaak niet mee. Oplossingen zijn relatief simpel, toont een rondje rond Utrecht Centraal met stedenbouwkundige Nourhan Bassam.

De trap naast winkelcomplex Hoog Catharijne in Utrecht.Foto Joost Rutten

Aan de achterkant van station Utrecht Centraal torenen de anonieme kantoorgebouwen hoog boven Nourhan Bassam uit. Klein voelt ze zich hier, en ongezien, vooral op deze grijze middag waar fietsers zich zo snel mogelijk een weg door de regen banen. Het is dinsdag, de werkdag loopt ten einde en enkele lichten in de kantoorgebouwen zijn al uitgegaan.

„Een duidelijk geval van ‘no eyes on the street’”, zegt de stedelijk ontwerper en schrijver van het boek The Gendered City (2023). Veel gesloten façades, amper winkelvitrines of huizen die uitkijken op het Jaarbeursplein. Midden op het plein staat een groot blok beton, de ingang van een ondergrondse parkeergarage, waardoor je niet vanuit elke hoek kunt zien wie er op je afloopt. Bassam zou hier 's avonds niet graag op de tram wachten. „Als er hier iets gebeurt, is er niemand die je ziet.”

Dat geldt ook voor het stuk niemandsland bij Amsterdam waar de 17-jarige Lisa eind augustus werd vermoord. Zij fietste op een pad dat langs volkstuinen en een golfbaan loopt, op de meest ‘bewoonde’ delen staan bedrijfspanden. Langs het fietspad loopt een autoweg, maar ’s avonds is daar weinig verkeer. Aan de andere kant van het pad staan verhullende hoge bosjes. Vrouwen wezen de route naar Duivendrecht vorig jaar in een onderzoek van journalistiek platform Pointer al aan als een plek waar ze zich onveilig voelen. De gemeente kreeg meer dan honderd meldingen over kapotte verlichting. Voor wie is deze weg gemaakt? Met welke weggebruiker in gedachten? Hoogstwaarschijnlijk niet een jonge vrouw op een fiets.

Mannelijke ontwerpers

Dat is het probleem, zeggen vijf vrouwelijke stedenbouwkundigen en architecten die kritisch zijn op de Nederlandse stadsplanning tegen NRC. In Nederland is in de stedenbouwkunde te weinig aandacht voor hoe vrouwen de stad ervaren. Gemeenten hebben volgens deze deskundigen lang niet erkend dat steden zijn gebouwd met hun oorspronkelijke ontwerper in het achterhoofd: de man.

Hoewel het aantal toeneemt, is op dit moment in Nederland slechts 30 procent van de geregistreerde architecten vrouw (inclusief landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen), blijkt uit cijfers van het Architectenregister. In directies is dat aandeel nog veel lager, zegt de bond van architectenbureaus BNA.

Terwijl in andere steden in Europa en Zuid-Amerika bij het inrichten van steden al langer wordt nagedacht over de veiligheid en ervaringen van vrouwen en lhbtiqa-ers, lopen Nederlandse steden achter. Eva James, stedelijk ontwerper en onderzoeker Social Impact Design aan de Hogeschool Inholland: „Het gebeurde niet bewust, maar het is wel tijd dat men zich er bewust van wordt.”

Meerdere gemeenten beseffen inmiddels dat het belangrijk is om het perspectief van vrouwen en gemarginaliseerde groepen mee te nemen in stadsinrichting, zegt Geertje Slingerland telefonisch, die als universitair docent aan de TU Delft de ervaringen van jonge vrouwen in de openbare ruimte onderzoekt. De gemeente Amsterdam kondigde deze maand aan 6 miljoen euro uit te trekken om de stad veiliger te maken voor vrouwen — een doorbraak, volgens haar. Sinds ze vorig jaar samen met collega's een onderzoek publiceerde over dit onderwerp, kloppen gemeenten steeds vaker bij Slingerland aan voor advies.

Maar waar Nederland nog in achterloopt is de daadwerkelijke implementatie van die kennis, zegt Slingerland. „De andere gemeenten die ons benaderden zien het belang van verandering wel in, maar worstelen met allerlei regels en normen om daar ook echt iets mee te kunnen doen,” zegt ze. In Rotterdam is het bijvoorbeeld moeilijk om veranderingen door te voeren omdat die in lijn moeten zijn met de architectuur van de Rotterdamse Stijl, die voorschrijft hoe bankjes en prullenbakken eruit moeten zien. „Gemeenten vinden het spannend om het perspectief van vrouwen centraal te stellen. Ze vragen zich af: Wat betekent dat voor andere groepen?” Er wordt veel over gepraat, maar het ontbreekt aan actie, zegt ook Eva James. „We moeten gewoon een keer een plek écht inrichten met de blik van een jonge vrouw. Ik wil niet nog tien jaar hoeven roepen dat dit een blinde vlek is.”

Zelfs als steden perfect zijn gebouwd, is er geen garantie dat vrouwen altijd veilig zijn, zeggen de experts stuk voor stuk, maar gendersensitieve bouw zorgt er volgens hen voor dat vrouwen zich veiliger voelen en de openbare ruimte meer gebruiken.

De fietstunnel tussen het Jaarbeursplein en het centrumkant bij het centraal station in Utrecht.Foto Joost Rutten

Sportcontainer

De hardloopschoenen van Bassam steken onder haar lange regenjas uit. Deze dinsdagavond gaat haar organisatie The Gendered City samen met vrouwen langs verschillende onveilige plekken rennen om die in kaart te brengen. De onophoudelijk pratende Bassam begint wat sneller te lopen, ze is benieuwd wat de gemeente Utrecht van het deel van het Jaarbeursplein heeft gemaakt dat in 2019 werd vernieuwd. Eerst was het helemaal betegeld, herinnert ze zich, maar de gemeente wilde het plein „op meer tijdstippen levendig” maken, zei de projectmanager destijds. Zodra Bassam het resultaat ziet, valt ze voor het eerst even stil. Naast een taxistandplaats waar twee mannelijke chauffeurs tegen hun auto aan leunen, is een skatepark aangelegd. Ernaast staan stalen constructies voor crossfit, en een sportcontainer. Drie keer raden wie hier voornamelijk op af komen, verzucht Bassam. „Het lijkt wel alsof de helft van de bevolking soms gewoon wordt vergeten.”

„Echt MANNELIJK”, staat in grote letters op een elektronisch reclamebord aan de voorkant van Utrecht Centraal. En dan, als de slide wisselt: „Vraag eens aan een vrouw hoe vaak zij zich onveilig voelt”. Het is een reactie op de moord op Lisa, op een plek waar de laatste tijd veel overlast is van rondhangende mannen. De gemeente Amsterdam kwam meteen in actie en plaatste extra camera’s bij de plek waar Lisa werd vermoord.

Je ziet vaker, zegt Bassam, dat de nadruk op „formele veiligheidsmaatregelen” wordt gelegd, zoals camera’s of meer politie op straat. Hoewel dat kan leiden tot minder criminaliteit, blijkt uit onderzoek dat vrouwen zich er niet altijd veiliger door voelen. „Met camera’s kun je achteraf de dader opsporen, maar daar heb je op het moment dat er iets gebeurt niks aan.”

Zo ingewikkeld zijn oplossingen niet, wil Bassam laten zien, en dus somt ze in rap tempo talloze ideeën op om het Jaarbeursplein, maar eigenlijk elke publieke ruimte, zó in te richten dat vrouwen zich er veiliger voelen: meer cafés of zitplekken, dan zijn er ook ’s avonds meer mensen — en dus ogen — op straat. Een kiosk die tot laat open is. Winkelvitrines die ’s avonds vaak nog verlicht zijn. Verplaats de tramhalte, naast een café. Bushokjes moeten open zijn, zonder reclameposters aan de zijkant die het zicht blokkeren.

Of leg een klein park aan, met goed verlichte paden en zonder hek erom. Zet een sportfaciliteit op een afgeschermde plek neer, niet naast een taxistandplaats zoals hier. Het liefst op een heuvel, want dan hebben vrouwen meer overzicht. Om die reden zijn hogere bankjes ook fijn. Een plein moet meer dan één uitgang hebben, maar ook weer niet te veel, want dan weet je niet waar mensen vandaan kunnen komen.

En dan die fietstunnel naast het Jaarbeursplein. Zelfs overdag is het er donker. Zorg voor het juiste licht: niet te weinig, maar ook niet te fel, want dat vormt schaduwen. Maak de tunnelmuren van doorzichtig materiaal, zodat je kunt zien wat erachter zit, voeg halverwege een vlucht-uitgang toe. Kortwiek de hoge bosjes aan het einde van de tunnel. Nu ziet Bassam pas buiten dat achter de struiken een groepje mensen rondhangt. En vooral, spreekt ze tot architecten: ga de wijk in met bewoners, want die weten wat er echt speelt en waar behoefte aan is. De gemeente Utrecht erkent dat delen van het stationsgebied „nu nog aanvoelen als onveilig” en laat weten daaraan te gaan werken door „veel woningen, groen en voorzieningen” te bouwen.

'Kennis is er'

Ook uit onderzoek blijkt keer op keer: relatief simpele aanpassingen kunnen vrouwen (en mannen) al een veiliger gevoel geven. Slingerland: „Daarom vind ik het bizar dat er zo weinig met die kennis, uit jarenlang onderzoek in binnen- en buitenland, wordt gedaan.” Het wiel hoeft niet opnieuw te worden uitgevonden, benadrukken de stadsontwerpers. In haar onderzoek naar gendersensitieve stadsplanning refereert Anna Nikolaeva, universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam, voortdurend aan Nederlandse onderzoeken uit de jaren tachtig. „Ik ben op conferenties geweest waar oudere stedenbouwkundigen me vertelden dat ze dezelfde gesprekken voerden als veertig jaar geleden.” De verbinding tussen onderzoek en de echte wereld lijkt te ontbreken, zegt Nikolaeva.

Volgens postdoctoraal onderzoeker Catherine Koekoek, die een proefschrift schreef over democratische infrastructuur, komt dat deels doordat de interesse in emancipatie rond de eeuwwisseling afnam. Nederlanders dachten dat ze gelijkheid hadden behaald. Daarmee ging kennis verloren, ook omdat er werd bezuinigd, zegt ze. „Sinds een jaar of tien weten we wel beter en staat er een nieuwe golf feministische bouwkundigen op, die de kennis van de eerdere generaties opnieuw opzoekt.”

De hernieuwde aandacht voor genderinclusiviteit is ook te merken op planologische en stedenbouwkundige opleidingen, blijkt uit een rondvraag. Verschillende universiteiten zien onder studenten veel interesse voor inclusiviteit als scriptie-onderwerp. En de TU Delft heeft sinds dit jaar bijvoorbeeld twee afstudeerclusters waarin vrouwvriendelijke steden speciale aandacht krijgen.

Straat van Jaarbeursplein naar de fietstunnel bij het centraal station in Utrecht. Foto Joost Rutten

Barcelona

Kijk ook naar het buitenland, zeggen de stadsontwerpers. In de buitenwijken van Barcelona kun je als busreiziger vanaf 22.00 uur zelf een stop aanvragen op de route, zodat je niet lang naar huis hoeft te lopen. In de Zweedse stad Karlskoga strooit de gemeente bij sneeuw eerst het voetpad en dan pas de autoweg, nadat ze erachter kwam dat er meer vrouwen op de eerste hulp belandden omdat die zich vaker te voet verplaatsen dan mannen. De stad Wenen heeft al 25 jaar een bureau dat bij elk stadsproject bekijkt of een ontwerp net zo geschikt is voor vrouwen als voor mannen, beleid dat in 2009 in de grondwet is vastgelegd. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen steden als veiliger ervaren als ze zijn opgeknapt vanuit een vrouwelijk perspectief.

Ook in Nederland zou genderinclusiviteit een vast en verplicht onderdeel van stedenbouw moeten zijn, vinden de stedelijk ontwerpers. „Elke gemeente moet een toetsingsteam krijgen dat checkt: is voldoende naar gender gekeken?”, zegt James. „En het moet sowieso in de harde eisen komen van aanbestedingen voor nieuwe wijken.” Niet pas ingrijpen na een tragedie als de dood van Lisa, zeggen deze deskundigen, maar die proberen te voorkomen door de veiligheid van vrouwen en gemarginaliseerde groepen in te bouwen in stadsplanning. Die systematische aanpak heeft altijd ontbroken in Nederland, zegt Nikolaeva. „Ik hoop dat de huidige aandacht voor het onderwerp daar eindelijk verandering in gaat brengen.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next