Home

Door het niet benoemen van rechtsextremisme is de positie van justitieminister Van Oosten nu al kwetsbaar

Politiek geweld Justitieminister Foort van Oosten moet zich donderdag in de Kamer verantwoorden omdat hij terughoudend was in het benoemen van het extreemrechtse geweld in Den Haag, tegen dringend advies van de antiterreurdienst NCTV in.

Foort van Oosten, demissionair minister van Justitie en Veiligheid in gesprek met Frans Timmermans (Groenlinks/Pvda) voorafgaand aan het wekelijkse vragenuur.Foto Bart Maat

Foort van Oosten heeft „een hoge leercurve”, stelde hij woensdag zelf vast toen hij de pers te woord stond. De demissionair minister van Justitie en Veiligheid (VVD) was pas achttien dagen minister toen hij dinsdag in opspraak raakte vanwege zijn woordkeus rond het extreemrechtse geweld van zaterdag in Den Haag. NRC onthulde woensdag dat hij dringende adviezen van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTV) in de wind had geslagen om het geweld expliciet rechts-extremistisch te noemen. Donderdag debatteert Van Oosten met een boze Kamer, die hem beschuldigt van wegkijken van rechtsextremisme.

De NCTV had Van Oosten expliciet geadviseerd dat als hij het rechtsextremisme niet zou benoemen, hij het zou normaliseren. De „democratische rechtsorde” en de „nationale veiligheid” zouden dan in gevaar komen. Van Oosten negeerde tijdens het Vragenuur op dinsdag de NCTV.

Van meet af aan was de kabinetshouding over het extreemrechtse geweld ambigu.

Op zaterdag al, toen meutes in Den Haag vochten met politie, het D66-partijkantoor in brand probeerden te steken, het Binnenhof bestormden, Hitler-groeten brachten en leuzen als „kanker azc’s” en „Sieg Heil” riepen.

Premier Dick Schoof noemde het geweld zaterdagavond op X „volstrekt onacceptabel”. Over het politieke karakter zweeg hij. Zondag sprak demissionair minister van Financiën Eelco Heinen zijn afschuw uit, maar hij zei ook dat het ging om „hooligans” en dat het „niets met politiek te maken” had. Het begon te rommelen, volgens de oppositie keek Heinen weg.

Maandagochtend overlegde Schoof met Van Oosten, kort daarop vertrok hij naar New York voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Sindsdien bemoeide hij zich niet meer met de kwestie. Daarmee verdween een ervaren stem van het toneel – Schoof is directeur geweest bij de NCTV en inlichtingendienst AIVD.

Van Oosten las op maandag of dinsdag het NCTV-advies, voorafgaand aan het Vragenuur. Hij negeerde het en koos de inmiddels controversiële lijn van Heinen. In de Kamer zei hij dat het „puur” ging „om het belagen van politieagenten, het vernielen van andermans bezit. Het is niet meer en minder dan dat”.

Daarmee ging hij rechtstreeks in tegen de NCTV: „Door enkel te spreken over relschoppers, tuig of hooligans, zonder de achterliggende rechts-extremistische denkbeelden te benoemen, wordt geen volledig beeld van de werkelijkheid geschetst.” Even later zei hij überhaupt niet te „willen speculeren over een politiek motief.” De oppositie wees hem erop dat het kabinet zeer kort na de Maccabi-rellen al had gezegd dat jongeren met een migratieachtergrond een „integratieprobleem” hebben.

Gevoelige zaak

Dinsdagavond tijdens een debat over antisemitisme kwam Van Oosten terug op zijn woorden. Hij was „te star” geweest. De demonstranten waren „nazistisch, antisemitisch”. „Als ik dat in het Vragenuur vanmiddag onvoldoende duidelijk heb gemaakt, dan bij dezen.” Hij wilde als minister de strafzaken tegen de relschoppers niet verstoren, maar was de „balans” kwijtgeraakt, zei hij woensdag.

Terwijl het kabinet en Van Oosten worstelden met deze gevoelige zaak, kwamen de partijgenoten van de kersverse minister in actie, al leidde dat vooral tot nog meer verwarring. VVD-leider Dilan Yesilgöz en oud-VVD-minister Christianne van der Wal schoven aan bij talkshows om de woorden van Heinen af te zwakken. VVD-Kamerlid Ulysse Ellian was dinsdagavond voorzichtig kritisch op Van Oosten, hij had direct moeten spreken van rechtsextremisme. „Want over de Hitlergroet kan denk ik geen misverstand bestaan.”

Woensdag verscheen Van Oosten voor de pers. Van tevoren had hij overleg met partijgenoten, terwijl zijn woordvoerder van het ministerie buiten wachtte. „Natuurlijk heb ik contact gehad met de VVD”, maar ook met anderen, zei hij daarover. „Ik denk dat het niet heel relevant is met wie ik mij omgeef.”

Het genegeerde advies van de NCTV, de terughoudendheid van het kabinet en het gebrek aan regie maken Van Oosten kwetsbaar. Hij zal zijn best moeten doen om de Kamer te vriend te houden tijdens het debat donderdag. Maar hij weigert expliciet te erkennen dat hij een fout heeft gemaakt. Veel partijen vinden zijn handelen verkeerd, van onhandig tot levensgevaarlijk. Vooraan de Partij voor de Dieren, die een motie van wantrouwen gaat indienen. Een meerderheid is heel ver weg, maar omdat het kabinet nog maar op 32 zetels rust, is de positie van Van Oosten veel benauwder dan normaal.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC De Haagse Stemming

Volg politiek Den Haag op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Source: NRC

Previous

Next