Politiek De VVD is alleen nog in naam een liberale partij, vindt Simon van Teutem. Arbeid loont nog steeds te weinig en sociaal is de partij ook niet vrijzinnig.
In 1971 ging de eerste e-mail de wereld rond en zakte de VVD voor de laatste keer onder de twintig zetels. Een halve eeuw later dreigt dat opnieuw te gebeuren. Wie het verval wil begrijpen, doet er goed aan terug te bladeren naar een brief uit 2017. Geadresseerd aan informateur Herman Tjeenk Willink, ondertekend door Mark Rutte. Onderwerp: samenwerken met de PVV.
Simon van Teutem is schrijver, zijn nieuwe boek is Waarom een echte liberaal geen VVD stemt.
In de brief somde Rutte drie redenen op waarom de VVD nooit met de PVV in zee kon: de tirannieke partijleider Geert Wilders verwerpt liberale kernwaarden, ondermijnt de instituties („nepparlement”, „neprechtbank”) en weigert verantwoordelijkheid te dragen. Rutte draaide de deur op slot.
Dilan Yesilgöz gooide diezelfde deur in 2023 wagenwijd open. Ze verhief migratie tot speerpunt en scheurde Ruttes brief aan flarden. Het liberalisme – dat rede boven emotie stelt, waarheid boven wensdenken, en minderheden beschermt – werd verloochend. Dat bleek, zacht gezegd, een misrekening. Alles wijst erop dat de VVD straks opnieuw een electoraal pak slaag krijgt.
Wie zich liberaal noemt, weet intussen: bij deze partij is niets te halen. Toch staat er meer tussen de VVD en het liberalisme dan Dilan Yesilgöz. Vijftien jaar was de VVD aan de macht. Wie terugblikt, ziet hoe liberale principes al langer vooral opgevoerd werden als decorstukken. In beleidskeuzes werden ze achteloos ingeruild voor peilingsgevoelig opportunisme.
Neem de hypotheekrenteaftrek. Een gigantisch belastingvoordeel van 11 miljard euro waarvan in 2021 bijna de helft ging naar de twintig procent hoogste inkomens. Partijen als CDA en D66 willen die 11 miljard gebruiken om de belasting op werk te verlagen. Dat is eerlijk – arbeid vraagt inspanning en draagt direct bij aan de samenleving – maar ook noodzakelijk in tijden van arbeidskrapte en vergrijzing. Maar de VVD wil er niet aan.
De partij belooft al vijftien jaar dat werken meer moet lonen. Maar onder vier kabinetten-Rutte gebeurde het tegenovergestelde. Sinds 2010 zijn de lasten op inkomen en arbeid niet gedaald, maar nog harder gestegen dan de economie zelf. Inspanning wordt gestraft, stilzitten beloond. Een erfgenaam betaalt nog geen 20 procent over een erfenis, maar wie meer werkt, ziet de helft van zijn extra loon verdwijnen in de blauwe envelop — voor sommigen zelfs tot 80 procent. De VVD, partij van de hardwerkende Nederlander? Alleen op de verkiezingsposter.
Terwijl de belastingdruk op arbeid toenam, werd een fijn huis voor veel hardwerkende Nederlanders onbereikbaar. In de afgelopen zeventig jaar is er nooit zo weinig nieuwbouw geweest als in de eerste vijf jaar van de kabinetten-Rutte. Dat begon met het verdwijnen van het ministerie van Volkshuisvesting („Ik ben de eerste VVD’er die een heel ministerie heeft doen verdwijnen!” pochte Stef Blok). Vervolgens introduceerde de VVD de jubelton: niet de hardwerkende Nederlander, maar de verwende rijkeluistelg kreeg voorrang op een koophuis.
De tweede mythe rond de VVD draait niet om geld, maar om principes. Vaak hoor je dat deze partij, naast economisch rechts, toch sociaal progressief zou zijn. Rutte noemde haar in 2017 nog „een heel linkse partij” op sociale thema’s, voorvechter van abortus, homohuwelijk en euthanasie. Mooie woorden, maar de werkelijkheid oogt minder fraai.
Neem het homohuwelijk. In 1996 stemde de helft van de VVD-fractie tegen een PvdA-D66-motie die de weg vrijmaakte voor legalisering. Fractievoorzitter Frits Bolkestein behoorde tot de tegenstanders. Hij waarschuwde dat Nederland de wenkbrauwen in het buitenland zou doen fronsen. Dat risico woog blijkbaar zwaarder dan de gelijke behandeling van homoseksuelen.
En op het gebied van abortus was de VVD niet de voorloper die ze zegt te zijn. In de jaren zeventig diende de partij samen met de PvdA nog een voorstel in voor ruime legalisering en het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen. Maar in de Eerste Kamer ging het mis: op 14 december 1976 stemden acht van de twaalf VVD-senatoren tegen, waardoor het voorstel sneuvelde. Opmerkelijk genoeg wees VVD-initiatiefnemer Els Veder-Smit niet naar haar eigen fractie, maar naar feministische actiegroep Dolle Mina. Hun leus ‘Baas in eigen buik’ zou het debat „wanstaltig verstoord” hebben.
Ook bij klimaatverandering kwam de VVD pas in beweging toen het niet meer anders kon. In 2012 zei Mark Rutte nog: „Als het maar niet die malle windmolens zijn. Want u weet, die draaien op subsidie, niet op wind.” In 2019 zette fractieleider Klaas Dijkhoff D66-voorman Rob Jetten weg als ‘klimaatdrammer’, terwijl hij in dezelfde adem het Klimaatakkoord een tik uitdeelde. Nu belijdt de partij braaf de klimaatdoelen van Parijs, maar onder leiding van VVD-minister Sophie Hermans – die schaduw met stemgeluid – blijft het beleid onvoldoende. Too little, too late.
De VVD kijkt niet vooruit, maar opzij. Zo gaat het telkens weer: bij het zwartepietendebat, excuses voor het slavernijverleden, en eerder al bij de erkenning van de Indonesische onafhankelijkheid. Daar is niets liberaals aan. De Britse denker John Stuart Mill werd in de negentiende eeuw nog gearresteerd omdat hij pamfletten over anticonceptie verspreidde in de Londense sloppen. Vrouwen hadden recht op zeggenschap over hun eigen lichaam, vond hij. Dát is de liberale traditie: niet afwachten, maar nieuwe vrijheden verdedigen, ook tegen de stroom in.
Naast het belazeren van hardwerkende en progressieve Nederlanders, houdt de VVD er ook een beperkt vrijheidsbegrip op na, en breekt zij beloftes over migratie. Vrijheid, dat is gereduceerd tot het ‘Dikke Ik’: de burger die niets wil afstaan, maar overal recht op meent te hebben – goedkoop vlees, een parkeerplek voor de deur, een vlucht naar Bali. Geen voorwaarde voor gezamenlijk floreren, maar een excuus voor het afwentelen van kosten op wie zwakker, later of verder weg is.
Bovendien doet de VVD al jaren drieste beloftes over migratie, maar komt zij deze niet na. In 2010 was ‘het beperken van immigratie’ een prioriteit in het verkiezingsprogramma; in 2024 is het migratiesaldo meer dan verdubbeld. Een daadwerkelijk liberale partij zou op dit netelige onderwerp bescheiden zijn in woorden en voortvarend in acties. De VVD doet precies het omgekeerde.
Wat stelt dat liberale anker nog voor als het steeds wegdrijft zodra de wind draait? De keuzes van Yesilgöz, dat politieke wonder , zijn misschien niet de oorzaak, maar wel de nekslag voor de VVD.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC