Home

Taakstraffen en celstraffen tot zes weken voor Malieveld-rellen. ‘Stenen gegooid? Ik zou niet durven, zo ben ik niet’

Supersnelrecht Voor de rechtbank in Den Haag verschenen dinsdag veertien personen, onder wie drie minderjarigen, verdacht van betrokkenheid bij de Malieveld-rellen afgelopen zaterdag. Velen zeiden spijt te hebben. „De samenleving is geschokt.”

Botsing van demonstranten met de politie tijdens het anti-migratieprotest, zaterdag in Den Haag.

Hij was niet van plan om midden in de chaos terecht te komen. Voor de rechter zit de 61-jarige Maurice Z. uit Den Haag. Hij houdt zijn hoofd gebogen. In zijn shirt zit een scheur, op zijn joggingbroek verfvlekken. Hij wrijft over de tatoeages op zijn armen. De man wilde naar eigen zeggen demonstreren tegen het asielbeleid en het tekort aan woningen. Uit nieuwsgierigheid was hij meegelopen met een grote groep naar de A12. Daar was een politiebusje tegen hem aangereden. „Uit boosheid heb ik toen op het busje geslagen.”

Maar de officier van justitie ziet dat anders. Het bleef niet bij een klap tegen de politiebus. Agenten hebben gezien dat hij met een steen heeft gegooid. De man: „Nooit! Ik zou niet durven. Zo ben ik niet.”

In de rechtbank verschenen dinsdag veertien verdachten van de rellen die afgelopen zaterdag plaatsvonden op het Malieveld en in de binnenstad van Den Haag. De zaken werden bij de politierechter via het supersnelrecht behandeld. De rechter legde uiteenlopende straffen op, van taakstraffen van 60 en 80 uur tot celstraffen van maximaal zes weken, waarvan in verschillende gevallen geheel voorwaardelijk. Een man werd vrijgesproken, een andere man ontkende dat hij betrokken was - hij werd later pas opgepakt en daarom komt er een onderzoek. Daarnaast moeten meerdere veroordeelden geld overmaken aan het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Ernstige gewelddaden

Wat afgelopen zaterdag begon als een demonstratie voor een strenger asielbeleid, liep uit op ernstige gewelddaden. Groepen relschoppers keerden zich tegen de politie: agenten werden bekogeld met stenen en vuurwerk, een politieauto ging in vlammen op. Ook het partijkantoor van D66 werd beschadigd.

In totaal pakte de politie 37 mensen op, vooral vanwege openlijk geweld en vernielingen. Vier agenten en zeven journalisten raakten gewond. Tien verdachten kwamen zondag weer vrij.

In de rechtbank benadrukte de officier van justitie hoe heftig die middag was verlopen. „De samenleving is geschokt door de rellen”, zei ze. „Er werden paarden ingezet, traangas en een waterkanon. Agenten vreesden voor hun veiligheid en waren bang dat ze hun vuurwapen zouden moeten gebruiken. Zó heftig hebben zij het nog niet eerder meegemaakt.”

Velen zeggen spijt te hebben

De 61-jarige man hoort het gelaten aan. Hij vertelt dat zijn twee zoons nog thuis wonen, want er zijn geen huizen. „Ik wilde mijn stem laten horen vanwege het woningtekort.” De Hagenaar wil bedrukken dat hij geen racist of fascist is. „Mijn schoondochter is een gekleurde. Verder ben ik sociaal en empathisch.” Het vonnis luidt: een gevangenisstraf van twee weken, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar plus een taakstraf van tachtig uur. Daarnaast moet de man duizend euro betalen aan het Schadefonds Geweldsmisdrijven. De rechter sprak hem streng toe: „Niet meer van dit soort geintjes. Er is een groot verschil tussen demonstreren en er een teringzooi van maken.” De man: „Ik ben u dankbaar. Ik doe het nooit meer. Ik heb mijn lesje wel geleerd.”

De andere verdachten hebben vergelijkbare verhalen. Ze betuigen spijt, zeggen niets tegen buitenlanders te hebben en wijzen op hun zorgen over het woningtekort. Een van hen woont nog bij zijn ouders, anderen hebben kinderen die geen kans zien op een eigen woning.

Vrees voor baanverlies

De meesten zeggen nooit eerder bij een demonstratie te zijn geweest en zich ver te houden van voetbalgeweld. Sommigen hebben een goede baan, anderen kampen met psychische problemen. Ze vrezen de gevolgen van deze rechtszaak: „Straks ben ik mijn baan kwijt,” zegt de een. „Straks gaat mijn vriendin bij me weg,” zegt een ander. In de rechtszaal zijn tranen te zien, maar verdachten erkennen wel iets te hebben gedaan, „maar niets excessief”. Sommigen hebben een blanco strafblad, anderen zijn eerder voor kleine vergrijpen veroordeeld. „Het lijken eerder meelopers dan leden van de harde kern”, schetst een politieagent op de gang.

Halverwege de middag schuift de 45-jarige Laurens K uit Zeewolde aan in het beklaagdenbankje. Al snel begint hij te snikken. „Dit zijn de ergste dagen van mijn leven. Het was een enorme schok om in de cel te zitten,” zegt hij. De man is financieel manager, heeft een „lieve vriendin” en kinderen. „Straks raak ik alles kwijt.” Hij wil een goed voorbeeld zijn voor de kinderen. Toch trapte hij tegen een politiebus, met een bivakmuts op, en trok aan een spiegel. De rechter begrijpt dat hij spijt heeft. Maar: „U hebt zich tegen de politie gekeerd. Die was daar niet om een potje te vechten; agenten waren er om iedereen te beschermen. En nu waren ze bang.” Ook voor Laurens K. geldt: voorwaardelijk celstraf, taakstraf en betaling aan het fonds.

Twee minderjarigen, van 17 en 16, kregen respectievelijk vijftig uur werkstraf en tien dagen voorwaardelijke jeugddetentie met een leerstraf van twintig uur. De zaak van een derde minderjarige wordt waarschijnlijk op een later moment behandeld.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next