Paranoia-thriller P.T. Andersons ‘One Battle After Another’, met Leonardo DiCaprio als gedrogeerde sloddervos in kamerjas, reflecteert een tot op het bot verdeeld Amerika. Het is een pessimistisch, maar niet hopeloos beeld.
Leonardo DiCaprio als Bob, een activist en bommenmaker van de Occupy-generatie. Foto AP
Stel je een Amerika voor waar de gekken de inrichting hebben overgenomen. Links losgeslagen, gedrogeerde trotskisten, rechts verknipte, gewelddadige nazi’s. Die laatsten zijn de ruggengraat van de politiestaat en kunnen zich alles veroorloven, zolang het middenveld maar niet te verontrust raakt. Dat zit verdoofd voor the tube die vertelt wat te kopen, te dragen, te doen en te denken.
One Battle After Another. Regie: Paul Thomas Anderson. Met: Leonardo DiCaprio, Sean Penn, Regina Hall, Benicio Del Toro, Teyana Taylor. 161 min
Aldus in 1990 de wereld van de roman Vineland van de mysterieuze Amerikaanse schrijver Thomas Pynchon. Zijn werk wordt door complotdenkers bevolkt, maar zelf is hij dat niet: bij Pynchon is er geen ‘room where it happens’, maar slechts chaos. Alles verdwijnt in mist en verwarring.
Thomas Pynchon is het literaire idool van regisseur Paul Thomas Anderson, die in One Battle After Another voor de tweede maal uit zijn hermetische proza put en nu een meesterwerk vindt. Een briljante, opwindende paranoia-thriller van 161 minuten, grotesk maar spannend, spectaculair maar relevant, grappig maar serieus. En met een blockbuster-budget: wie zegt dat de Amerikaanse filmindustrie geen risico’s meer neemt? Anderson slaagt door Pynchons kreupelhout-proza plat te slaan tot een rechtlijnig actieplot van kat en muis, ontvoering en achtervolging: in één minuut worden vermoedelijk meer kogels afgevuurd dan in zijn hele filmoeuvre tot dusver.
Een Pynchon-film van Paul Thomas Anderson was niet bij voorbaat veelbelovend. Zijn eerste poging was in 2015 de noir-pastiche Inherent Vice, geen hoogtepunt in zijn oeuvre. Joaquin Phoenix speelt hippie-detective Doc Sportello die in het Los Angeles van 1970 in een labyrintische intrige belandt met nazi-bikers, een louche vastgoedman en een drugsboot. Wie of wat Doc onderzoekt verandert per kwartier, het waarom lost op in wietdampen. De stijlvolle dromerigheid van Inherent Vice benadert het dichte, ongrijpbare proza van Pynchon, waar plotflarden, popcultuur, uitweidingen en mijmeringen elkaar als jungleplanten verstikken. Dat leverde een film op die fraai, maar onbevredigend was: een iets minder grappige The Big Lebowski .
One Battle After Another draait eveneens om een gedrogeerde sloddervos in kamerjas. Dude van dienst is Bob (Leonardo DiCaprio), in Pynchons roman Vineland een hippie-reliek die in de contra-revolutionaire Reaganjaren tot kamerplant is verworden. In Andersons update is Bob een activist en bommenmaker van de Occupy-generatie die vijftien jaar geleden onderdook. De context is niet langer de War on Drugs maar de actuele ‘War on Ilegals’.
Leonardo di Caprio in ‘One Battle After Another’.
Bobs nemesis is kolonel Lockjaw, een belachelijk opgepompt strebertje met o-benen die afgemeten militair jargon bezigt met de onderkaak vooruit, als Donald Trump. Het is een prachtrol van Sean Penn, die zijn vertrouwde nervositeit en tics griezelig komisch inzet. Lockjaw jaagt in de proloog voor overheidsdienst ICE op illegalen; bij een gewapende bevrijdingsactie door Bobs strijdgroep wordt hij seksueel vernederd door Bobs vriendin, de losgeslagen zwarte radicaal Perfidia (Teyana Taylor). Als Lockjaw haar later oppakt eist hij meer; zoals meer mannetjesputters wil hij eigenlijk seksueel gedomineerd worden. Er volgt een stiekeme sm-relatie die Perfidia ook wel lijkt op te winden. Ze raakt zwanger en bevalt, tobt met haar moederschap en verraadt ten slotte haar revolutionaire cel en haar sullige vriendje Bob, die tijdig weet onder te duiken met dochter Willa. Maar is Willa van Bob of van de kolonel?
Die vraag blijkt vijftien jaar later plots relevant, als Lockjaw op zoek gaat naar de onder een nieuwe identiteit levende Bob en Willa. Zijn vurig gewenste lidmaatschap van de invloedrijke, elitaire white supremacy-loge The Christmas Adventurers staat op het spel: dat hij ooit een interraciale relatie had mag niet aan het licht komen. Zaak is dus sporen daarvan uit te wissen, zoals Willa – mocht zij zijn dochter zijn. Hij gaat op jacht, en zo komt een dynamisch plot op stoom, met inval en tunnel, parcours en skateboard, molotov cocktail, arrestatie en nipte ontsnapping.
DiCaprio weet de komische, verlopen Bob – die geen joint laat passeren en als running gag codes en wachtwoorden vergeet – zo te gronden dat je toch meevoelt met de desperate vader die zijn dochter Willa wil beschermen. Voor zover ze zijn hulp nodig heeft overigens.
Paul Thomas Anderson leeft zich visueel uit; net als recentelijk The Brutalist werd One Battle After Another opgenomen in een ouderwetse VistaVision-breedbeeldformaat. Tegenover artificiële digitale scherpte zet het een chique, analoog soort gruizigheid: je ziet voor je ogen hoe de focus handmatig wordt bijgesteld. Veel actiescènes zijn opmerkelijk, met name een door gebruik van telelenzen bijna abstracte auto-achtervolging in een heuvelachtige woestijn. Niet minder knap is de afwisselend bloednerveuze, dan weer ontspannen vloeiende score van vaste kracht Jonny Greenwood. Het wachten blijft op een slechte film van Paul Thomas Anderson; One Battle After Another verdient een plek op zijn bovenste plank, tussen There Will Be Blood en Boogie Nights, Magnolia en Phantom Thread, Licorice Pizza en The Master.
Een actuele, politieke film is het niet zozeer: One Battle After Another negeert populisme en sociale media, al reflecteert het wel een tot op het bot verdeeld Amerika. Maar bij Pynchon én Anderson hebben de gekken al lang geleden de inrichting overgenomen; niks nieuws onder de zon. Verzet en activisme zijn heldhaftig, maar de toekomst is veel strijd zonder eindzege – aan Lockjaws geen gebrek immers. Bob kan maar beter op z’n Voltairiaans zijn eigen tuintje cultiveren terwijl een jonge lichting activisten het stokje overneemt.
Het is een pessimistisch, maar niet hopeloos beeld: One Battle After Another kon wel eens de gezichtsbepalende film van Amerika onder Trump 2 worden, nu links beseft dat de zachte krachten voorlopig niet zullen zegevieren. Al draait One Battle After Another uiteindelijk om intieme relaties, zoals elke film: een geconflicteerde moeder die de klootzak verkiest boven de lobbes, een dochter tussen vaderfiguren van uiteenlopende toxiciteit. Dochter Willa is zelfredzaam én een MacGuffin waarop links en rechts jagen: belichaamt zij de toekomst van Amerika? Daarover mogen anderen zich buigen; deze moderne klassieker biedt genoeg stof tot exegese.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet
Source: NRC