De hond van de Nachtwacht Nieuw onderzoek toont aan dat Rembrandt van Rijn zich voor het hondje op zijn schilderij ‘De Nachtwacht’ liet inspireren door een tekening van tijdgenoot Adriaen van de Venne. Zelfs de halsband is identiek.
Het hondje van Rembrandt van Rijn (links) en het hondje van Adriaen van de Venne (rechts).
Het is een detail dat je snel over het hoofd ziet. Maar tussen de voeten van het gezelschap op De Nachtwacht (1642) blaft toch echt een kleine, lichtgekleurde hond richting de schutter met de trommel. Zijn open bek en hangende oren geven hem iets levendigs en bijna komisch, alsof hij elk moment de drukte van de statig gepositioneerde compagnie wil overstemmen.
Na bijna vier eeuwen is het verhaal achter de hond van het beroemdste schilderij van Rembrandt van Rijn (1606-1669) nu ontdekt. Waar voorheen werd aangenomen dat Rembrandt de inspiratie voor het hondje had gehaald uit zijn eigen studietekeningen van honden op straat, blijkt nu dat hij geïnspireerd werd door werk van een van zijn tijdgenoten. „Toen ik de tekening in het Zeeuws Museum in Middelburg zag, moest ik direct aan de hond op De Nachtwacht denken”, vertelt Anne Lenders, conservator Operatie Nachtwacht en specialist 17de-eeuwse kunst bij het museum. „De kop en de houding zijn zó vergelijkbaar, dat het haast niet anders kan.”
Het hondje op de schets van Adriaen van de Venne (1619). Beeld Rijksmuseum
Het gaat om een schets van Adriaen van de Venne (1590-1662) uit 1619. Dit ontwerp was bedoeld als titelblad voor het boek Self-stryt, dat is, Krachtighe beweginghe van Vlees ende Gheest van Jacob Cats. De tekening bevindt zich al meer dan een eeuw in de collectie van het Rijksmuseum, pas onlangs werd de opmerkelijke gelijkenis met Rembrandts hond erkend. „Door deze ontdekking komen we beetje bij beetje steeds dichterbij Rembrandt en krijg je een inkijkje in zijn hoofd en gedachtegang.”
De ontdekking was puur toeval. „Ik werk pas twee jaar aan De Nachtwacht en had nooit verwacht dat zoiets zou gebeuren”, zegt Lenders lachend, „zeker niet op een dag waarop je helemaal niet met De Nachtwacht bezig bent. Ik was erg opgetogen, maar ook voorzichtig. Ik heb heel vaak naar beide werken gekeken en ze vergeleken, want ik kon niet geloven dat ik de eerste was die dit zag.”
De Nachtwacht (1642) van Rembrandt. Beeld Rijksmuseum
De overeenkomsten zijn inderdaad opvallend. Zowel bij Van de Venne als bij Rembrandt kijkt de hond met halfgeopende bek schuin omhoog. In beide gevallen markeert een donkere streep de plek van het rechteroog en is het schedeldak op dezelfde manier verdeeld. Ook de halsband met cirkelmotief en ring is identiek. Toch bracht Rembrandt wijzigingen aan. Hij gaf de hond een plattere neus, liet de oren iets meer hangen, de bek wijder openstaan en voegde een tong toe.
Dat Rembrandt zijn voorbeeld bewust aanpaste, blijkt ook uit de recent ontdekte ondertekening. Met macro-röntgenfluorescentie (MA-XRF) werd zichtbaar dat hij in een vroege schets de voorpoot gebogen had getekend, meer lijkend op die van Van de Vennes hond. „Het dier verhoogt vooral de dramatiek van het tafereel”, zegt conservator Lenders. „Door de hond op vier poten te zetten, sluit die beter aan bij de compositie. De hond staat nou eenmaal in het gedrang van al die schutters.”
Rembrandt greep wel vaker terug op bestaande prenten en tekeningen. Voor houdingen van schutters in De Nachtwacht gebruikte hij bijvoorbeeld illustraties uit een militair oefenboek van Jacques de Gheyn. Ook bezat hij talloze prenten van kunstenaars als Goltzius en Tempesta, die honden in vergelijkbare poses tonen. Toch zijn de overeenkomsten met Van de Venne zo specifiek dat die ls belangrijkste bron wordt gezien.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC