De Britse Premier Keir Starmer ligt onder vuur na zijn besluit om Palestina officieel te erkennen. Volgens critici maakt dit Groot-Brittannië kwetsbaar voor torenhoge claims. De angst is dat het land tot wel 2 biljoen pond (2.300.000.000.000 euro) moet betalen aan schadevergoedingen voor gebeurtenissen tijdens het Britse mandaat in Palestina van 1917 tot 1947. Dat bedrag is bijna twee keer zo hoog als alle jaarlijkse uitgaven van de Britse overheid samen. Tegenstanders vinden dat de erkenning geen einde maakt aan het huidige geweld en zelfs het risico vergroot dat Groot-Brittannië financieel en diplomatiek in de problemen komt.
De zorgen komen bovenop de commotie rond Starmers eerdere deal met Mauritius over de Chagos-eilanden. Daar trok hij 35 miljard pond uit om een militaire basis te huren, terwijl Groot-Brittannië diezelfde basis meer dan vijftig jaar geleden al had betaald. Veel commentatoren noemen dit een zinloze uitgave, omdat het land volgens internationaal recht helemaal niet verplicht was te betalen. Nu vrezen zij dat de Palestijnse kwestie uitloopt op een nog veel kostbaarder debacle.
Palestijns leider Mahmoud Abbas heeft al eerder geëist dat Groot-Brittannië excuses maakt en vergoedingen betaalt. Hij verwijst naar de Balfour-verklaring uit 1917, waarin Groot-Brittannië steun uitsprak voor een Joods thuisland in Palestina. Volgens Abbas leidde dat tot groot landverlies voor Palestijnen. Hij hintte eerder zelfs op een rechtszaak als er geen excuses zouden komen. Voorstanders van herstelbetalingen zien de Britse rol in die periode als bewijs van structureel onrecht.
Groepen van mensenrechtenadvocaten in Groot-Brittannië versterken die claims. Een collectief onder de naam Britain Owes Palestine publiceerde onlangs een rapport van 400 pagina’s waarin het Verenigd Koninkrijk wordt beschuldigd van illegale bezetting en structureel misbruik van Palestijnen. Juristen zoals Ben Emmerson spreken van een duidelijke internationale plicht voor Groot-Brittannië om schade te vergoeden. Voor critici zijn dergelijke rapporten juist onderdeel van een herschrijving van de geschiedenis die alleen het negatieve benadrukt.
David Lammy, de huidige minister van Justitie en voormalig minister van Buitenlandse Zaken, gaf zelf toe dat de erkenning geen einde zal maken aan het geweld en geen levens zal redden. Toch blijft de regering bij haar keuze. Israël reageerde woedend en waarschuwde dat het mogelijk minder inlichtingen zal delen. Ook de regering van president Trump in de VS is sterk ontevreden, omdat het besluit volgens hen extremistische groepen in de regio moed kan geven.
Tegenstanders in eigen land beschuldigen Starmer ervan zich te laten leiden door mensenrechtenadvocaten die vooral oog hebben voor claims tegen Groot-Brittannië. Ze wijzen erop dat tijdens het mandaat zowel Palestijnen als Joden geweld gebruikten tegen Britse militairen, waarbij honderden soldaten omkwamen. Volgens hen is het absurd om Groot-Brittannië nu neer te zetten als een grootverdiener van kolonialisme, terwijl het land destijds vooral probeerde orde te houden.
De angst bestaat dat de erkenning een domino-effect veroorzaakt. Eerder werd Groot-Brittannië al geconfronteerd met claims voor herstelbetalingen rond slavernij, die volgens sommige berekeningen oplopen tot 18,8 biljoen pond. Door nu ook Palestina te erkennen, vrezen critici dat de regering een rij nieuwe claims aanmoedigt. Voorstanders van erkenning stellen juist dat Groot-Brittannië moet bijdragen aan vrede door een Palestijnse staat te steunen, maar zelfs zij vragen zich af of de timing juist is.
Het debat draait uiteindelijk niet alleen om geld, maar ook om de vraag of erkenning überhaupt zin heeft zonder garanties voor stabiliteit. Voor critici is dit nog een stap van een premier die volgens hen verkeerde beslissingen neemt en zijn land opzadelt met gigantische risico’s. Voorstanders hopen dat erkenning ooit kan bijdragen aan een oplossing, maar de verdeeldheid over de vraag of dit nu het juiste moment is, blijft groot.
Source: Fok frontpage