Home

Wie redt ons?

Ik had al jaren niet meer aan de Griekse staatsschuldencrisis gedacht, tot ik afgelopen week te gast was op een poëziefestival vlakbij Athene. Een bejaarde dichter beklom het podium.

„Dit gedicht gaat over de ramp van 2010”, kondigde hij in gebrekkig Engels aan.

Hij was niet de eerste die zou voordragen over de schuldencrisis, ik had gedurende het festival al meer van zijn landgenoten over deze traumatiserende periode gehoord: hele klaagzangen over de toenmalige lakse regering en de onredelijk strenge Europese Unie. Ik zette me dus schrap voor wat, zo dacht ik dan, de zoveelste tirade zou zijn. Maar toen schraapte de oude dichter zijn keel.

„We stonden voor het parlementsgebouw”, begon hij het gedicht, „Met onze monden vol as.”

Tot mijn verbazing volgde er geen jeremiade maar een elegie. De man verhaalde over het verdriet dat je overspoelt wanneer je inziet dat de toekomst waar je ooit van droomde, niet zal aanbreken. Over de teleurstelling dat je vertrouwde op een overheid die, zo ontdekten miljoenen Grieken pas in mei 2010, jarenlang de financiële cijfers bleek te hebben vervalst.

Toch was het vers geen dis. Het draaide niet om oorzaken of schuldigen, maar om gevolgen. Voor vaders, moeders, kinderen, vrienden, families. Het trillen van de stress, het wakker liggen van de zorgen. En het onophoudelijke gepieker, waarom men zijn veiligheid had durven toevertrouwen aan derden, politici die het achteraf bezien belangrijker hadden gevonden om de eigen positie te behouden dan om op tijd openheid van zaken te geven. Die ondanks het oplopende begrotingstekort maar mooi weer bleven spelen en gouden bergen beloofden, tot alles ineenstortte.

Ik dacht aan het nieuws dat ik de laatste tijd voorbij had zien komen. Demonstraties in Frankrijk vanwege de aangekondigde bezuinigingen. Opiniestukken dat de Europese overheidstekorten nog best wat verder mogen oplopen zolang men maar investeert in defensie. Ten slotte een griezelig artikel in de Groene Amsterdammer over de vraag wie, nu de VS niet meer kan worden vertrouwd, bij een volgende economische crisis nog de hoeder is van het financiële systeem.

„We bleken zo klein”, sprak de dichter ondertussen vanaf het podium, „En niemand die ons kwam redden.”

Ik rilde en zag het voor me, de gezamenlijke val de afgrond in. Hoe ook wij een speelbal konden worden van gebeurtenissen die door geen enkele instantie meer werden overzien, laat staan beteugeld.

„Daar stonden we”, besloot de oude man zijn gedicht, „monden vol as, pleinen nat van angst.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next