Toezicht Volgens de Raad voor Cultuur moet het toezicht op culturele instellingen professioneler aangepakt worden. Zo is er onder andere behoefte aan betere werving, goede scholing en duidelijke afspraken.
Gouke Moes (BBB), demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, staat de pers te woord.
Het toezicht op culturele instellingen in Nederland moet beter en professioneler worden ingericht. Dat stelt de Raad voor Cultuur in een dinsdag gepubliceerd advies aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het rapport, getiteld Toezicht in de culturele sector: een kunst apart, bevat aanbevelingen voor zowel het ministerie als subsidieverstrekkers, brancheorganisaties, culturele instellingen en toezichthouders zelf.
Volgens de Raad vervullen veel raden van toezicht hun rol zorgvuldig, maar de maatschappelijke en politieke eisen zijn de laatste jaren zwaarder geworden en daardoor zijn ook de uitdagingen groter geworden. „Het is goed dat er inmiddels meer aandacht is gekomen voor zaken als sociale veiligheid, fair pay en inhuur van zelfstandigen”, zegt Kristel Baele, voorzitter van de Raad voor Cultuur. Maar nu is het volgens haar van belang dat die ontwikkelingen binnen culturele instellingen ook goed kunnen worden doorgevoerd.
Vooral kleinere organisaties kampen met een tekort aan gekwalificeerde toezichthouders. Aangezien de culturele sector bestaat uit veel kleine instellingen die vaak projectmatig opereren en – mede door de subsidiesystematiek – geen constante financiële zekerheid hebben, wordt er de nodige creativiteit van de toezichthouder gevraagd. Scholing en werving kunnen hierbij beter, en ook een betere betaling kan bijdragen aan een professionelere invulling van de functie. Ook stelt de Raad voor om toezicht te bundelen, waarbij meerdere instellingen gezamenlijk één toezichtsorgaan krijgen.
De Governance Code Cultuur, de leidende gedragscode voor de sector, is volgens de Raad aan vernieuwing toe. Een onafhankelijke commissie zou hier voortaan voor verantwoordelijk moeten zijn. Daarnaast zijn duidelijke regels rond vertrouwenspersonen en klokkenluiders nodig om misstanden tijdig te signaleren.
Behalve regels en codes spelen ook gedrag en bedrijfscultuur een rol, schrijft de Raad. Onderlinge verhoudingen tussen toezichthouders en directeuren blijken nu nog een te grote invloed te kunnen hebben op de besluitvorming van een organisatie. Verder is er behoefte aan een centraal informatiepunt waar instellingen en toezichthouders vroegtijdig terecht kunnen met vragen.
Het advies is verstuurd aan demissionair minister Gouke Moes (OCW).
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC