Home

Voor cellist Anastasia Kobekina weerspiegelen de Bach-suites elk denkbaar gevoel

Anastasia Kobekina, cellist De Russische Anastasia Kobekina paart kinderlijk vuur aan een weemoed die veel ouder is dan zijzelf. Dit seizoen speelt ze vijf concerten als artist in residence van het Utrechtse TivoliVredenburg. „Veel mensen herkennen in de cello de diepten van de menselijke stem.”

Cellist Anastasia Kobekina

Een dag telt nauwelijks momenten waarop de eeuwenoude Stradivari-cello zich buiten haar gezichtsveld bevindt. Wanneer ze reist, zit hij stil naast haar in trein of vliegtuig. „En in dat laatste geval mag hij zelfs een gratis drankje bestellen”, glimlacht Anastasia Kobekina (31). Maar voor de verandering is hij deze keer thuis in Frankfurt gebleven. In het Baarnse Kasteel Groeneveld rust nu – in de koffer achter haar stoel – een modern instrument. Kobekina heeft net gespeeld op zomerfestival Wonderfeel. Onder de van regen zwangere julilucht heersten verstilling en weemoed in Valentin Silvestrovs Moments of Memory en Sergei Rachmaninovs Eerste trio élégiac. „Een taal die ik ken”, zegt ze.

Het alfabet hiervan leerde Kobekina in haar geboortestad Jekatarinaburg, een industrieel bolwerk in Russisch Azië. Inmiddels woont ze alweer dertien jaar in Duitsland. Muziek blijft haar oertaal. Haar vader componeert, haar moeder is pianist. En in de ban van de cello raakte ze op haar vierde. „Ik heb mijn kindertijd zingend en dansend doorgebracht.”

Dat jeugdige vuur toont ze uitbundig op sociale media, maar haar blik verraadt tegelijkertijd de melancholie waarmee Russen geboren lijken. Ze noemen het toska, een doffe zielepijn, sinds mensenheugenis doorgegeven van ouder op kind. Die emotie kleurt onmiskenbaar het slotstuk ‘Ariadne’s Lament’ van haar debuutalbum Venice: variaties op de bekende klaagzang van Claudio Monteverdi, geschreven door vader Vladimir Kobekin.

Is het de droefheid van het voorbije, een verlangen naar iets waarvoor je geen woorden kunt vinden, geen van tweeën of beide? Toska blijft een mysterieus en onvertaalbaar woord. Velen laten zich erdoor verlammen of ontmoedigen, maar sommigen – vooral kunstenaars – gebruiken dit levensgevoel als brandstof. En Kobekina is een van hen.

‘Vonken van hoop’

Het zal haar ongetwijfeld deze vrijdag van pas komen bij het vertolken van het Celloconcert van Edward Elgar in Utrecht. „Een werk van lange schaduwen”, beaamt ze. „Vonken van hoop ontvlammen in het duister en zinken er daarna weer in terug. Het stuk peinst, het treurt. Hij schreef het een jaar na de Eerste Wereldoorlog. In de zinloze orgie van dood en verderf had hij nauwelijks een noot uit zijn pen kunnen persen. In zijn buitenhuis werd de stilte van de nacht verscheurd door doffe knallen van het artillerievuur, een geluid dat over Het Kanaal uit Vlaanderen kwam aanwaaien. In 1918, vlak na een operatie, vroeg Elgar in bed op een ochtend pen en papier en noteerde de melodie waarmee het Celloconcert zou beginnen”, vertelt Kobekina.

Het werd de laatste grote muzikale scheppingsdaad van Elgar, en één die hem altijd zou bijblijven, vertelt Kobekina. „Op zijn sterfbed, zo’n vijftien jaar later, neuriede hij die beginmelodie voor een vriend en zei: ‘Wanneer je na mijn dood wandelt in de heuvels en de bossen en je hoort plots uit het niets dit deuntje, schrik dan niet. Ik ben het maar.’ Veel mensen herkennen in de cello de diepten van de menselijke stem. Misschien is Elgars concert daar wel het beste bewijs van. Het instrument spreekt, zingt, huilt, schreeuwt, fluistert, en weerspiegelt ons gevoel op een manier die onder de huid kruipt. Met die weemoed voel ik verwantschap.”

Half december keert Kobekina terug naar TivoliVredenburg met de Cellosuites van Johann Sebastian Bach, waarvan ze deze maand een album uitbrengt. „Op mijn achtste begon ik met het studeren ervan”, zegt ze. En het kostte haar tijd om er vertrouwd mee te raken. „De suites zijn een soort paradox: abstract en tegelijkertijd persoonlijk. Ik vond pas aansluiting bij Bach toen ik besloot een duik te nemen in de barok, in de opvattingen en instrumenten van de 18de eeuw, in de wereld van de darmsnaren.”

In die tijd werd Kobekina gegrepen door dit „fascinerende universum. Solist zijn in Elgars Celloconcert is ingewikkeld, maar onderschat niet het spelen van de begeleidende basso continuo in barokstukken. Je hebt slechts enkele noten, maar die vormen wel het fundament onder het grote muzikale bouwwerk. Haal die baslijn weg of verpruts hem en de melodie hangt in het luchtledige: het huis stort in. Basso continuo is de kunst van de naakte eenvoud.”

Levensfasen

En dat geldt evengoed voor de zes Bach-suites, weet Kobekina. „Het vertolken ervan blijft uitzonderlijk, want er bestaan weinig stukken waarin cellisten alleen zijn met hun instrument, waarin wij ons het verhaal kunnen toe-eigenen. Maar wel zonder de illusie dat – wanneer ik mijn strijkstok neerleg – het laatste woord hierover gezegd is. Op de voorkant van het Bach-album maak ik een foto van mezelf in een spiegel. Een metafoor die vertelt: de muziek en dit beeld zijn momentopnamen.”

Anastasia Kobekina over het Celloconcert van Edward Elgar: „Vonken van hoop ontvlammen in het duister en zinken er daarna weer in terug.” Foto Jane Petrova

De zes suites met dansen belichamen voor Kobekina een reis door levensfasen en gemoedstoestanden. „De eerste gaat over het wonder van de natuur, in de tweede bespeur ik menselijk lijden, de struikelende zoektocht naar betekenis.” Ze zingt wat noten uit de snelle ‘Courante’. „Er zit iets van woede in, vind je niet? De derde danst daarentegen speels en vrolijk, de vierde voert ons naar mystieke diepten, in de vijfde lijkt de dood rond te spoken. En in de zesde weerklinkt de bijna kinderlijke stem van de vijfsnarige cello piccolo. Wat gebeurt hier? Zijn we tussen de engelen in de hemel beland?”

Kobekina vertolkte de Bach-suites in concertzalen, kerken, ziekenhuizen en huiskamers. De dansen lenen zich, vindt ze, voor elke plek, omstandigheid en emotie. De Russische cellist Mstislav Rostropovitsj speelde de muziek op een stoeltje bij checkpoint Charlie na de val van de Berlijnse Muur, Irakees Karim Wasfi op smeulende puinhopen van bomaanslagen in Bagdad. De één vierde bevrijding, de ander betreurde terroristisch geweld.

„De suites weerspiegelen elk denkbaar gevoel. Mijn meest intense ervaring met deze stukken deed zich voor in een ziekenhuis”, herinnert Kobekina zich. „Een paar verplegers vroegen me te spelen voor een ouderpaar wiens vijfjarige kind was gestorven. Tot mijn verrassing trof ik in de kapel niet alleen de treurende man en de vrouw, maar ook het opgebaarde kind. Deel worden van hun rouw, deze gevoelens laten stromen in de ‘Sarabande’ uit de Tweede Suite, was het meest diepzinnige en betekenisvolle moment uit mijn muzikale leven.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next