Home

70 jaar World Press Photo met een zelfkritische, soms ontluisterende maar ook komische tentoonstelling

De grootste fotocompetitie ter wereld viert haar 70-jarig bestaan met een expositie in Groningen waarin de eigen historie (zeer) kritisch wordt geëvalueerd.

is kunstredacteur van de Volkskrant en schrijft over fotografie.

Oei, pijnlijk zijn de talrijke clichés die opduiken in de vrijdag geopende tentoonstelling What Have We Done? van World Press Photo in Groningen. Met zo’n 120 foto’s uit het rijke en enorme archief van de grootste fotocompetitie ter wereld duikt de (Nederlandse) organisatie in de geschiedenis van de door haar gedocumenteerde naoorlogse top van de fotojournalistiek, en legt hiermee genadeloos bloot hoe ons mede door prijswinnende foto’s bepaalde wereldbeeld in elk geval deels is gestut op stereotypen, de koloniale blik, raciale vooroordelen en de ongemakkelijke traditionele rolverdeling tussen man en vrouw.

Pijnlijk inderdaad, maar ook bijzonder moedig hoe WPP zijn 70ste verjaardag luister bijzet met een zelfkritische, soms ontluisterende maar ook komische tentoonstelling. Samengesteld door de gezaghebbende Spaans/Belgische fotograaf (voorheen fotojournalist, tegenwoordig kunstenaar) Cristina De Middel, prominent lid van fotocollectief Magnum.

Ze is, vertelt ze in een begeleidend schrijven, op zoek naar nieuwe manieren om met fotografie de harten van het publiek te bereiken, omdat de traditionele vormen van fotojournalistiek ontoereikend zijn. De enorme stroom aan nieuwsfoto’s (en tv-beelden) stompt af, het is tijd opnieuw te definiëren wat fotojournalistiek nu behelst en hoe zij ondanks afnemende invloed, het tijdperk van gedrukte massamedia verglijdt, nieuwe relevantie kan krijgen.

In het nieuwe culturele centrum Niemeyer (tot voor kort werd hier tabak verwerkt) zijn de foto’s die dikwijls tot ons collectieve bewustzijn behoren, alle immers onderscheiden door jury’s van WPP, niet chronologisch maar thematisch gerangschikt. Wie de titels van de geclusterde foto’s ziet, krijgt meteen al een vermoeden waar de schoen wringt: ‘Vrouwen huilen, mannen redden’, ‘Zwarte huid, donker continent’, ‘Man zijn, vrouw zijn’.

Religieuze kunstgeschiedenis

Inderdaad, kijk naar foto’s over oorlog en natuurgeweld, en het valt meteen op: vrouwen worden afgebeeld in de rol van slachtoffer, rouwend om het verlies van man of gezin, omgeven door troost, niet zelden refererend aan de religieuze kunstgeschiedenis. Mannen daarentegen onderscheiden zich door puin te ruimen, gewonde kinderen in veiligheid te brengen, leiderschap en moed in crisissituaties te tonen. De individuele fotografen zullen het niet zo hebben bedoeld, maar al hun beelden tezamen bevestigen de indruk dat vrouwen bij crises zwak en hulpbehoevend zijn, waar mannen de catastrofe fier tegemoet treden.

Minstens zo pijnlijk is de beeldvorming over ‘donker’ Afrika. Talrijk zijn de foto’s van naamloze uitgemergelde kinderen en slachtoffers van geweld, bijvoorbeeld in Rwanda van een man met diepe machete-kerven aan de zijkant van zijn hoofd. De Afrikaan wordt neergezet als object, slachtoffer van honger en geweld, zelden als een individu met zelfbeschikking en waardigheid.

Een enkele keer duikt zelfs het gruwelijke cliché van de ‘nobele wilde’ op. Bijvoorbeeld bij een foto uit de racistisch bestuurde Engelse kolonie Rhodesië (tegenwoordig Zimbabwe), waar een zwarte atleet het hardlopend lijkt op te nemen tegen een locomotief op de rails naast hem. En wat te denken van de obsessieve belangstelling voor de zwarte huid? Alsof de Afrikaan een exotisch dier is, wiens schoonheid wordt gevierd.

Het is slim van De Middel dat de foto’s aan de wanden niet zijn voorzien van bijschriften. Dikwijls leiden die het oog van de bezoeker af van het beeld naar de tekst, gewend als hij is te willen weten wat hem wordt voorgeschoteld. Maar nu die het zonder dat houvast moet doen, wordt hij met zachte dwang genoodzaakt zélf te onderzoeken hoe hij zich verhoudt tot de informatie op de foto. Soms is overduidelijk dat er sprake is van een cliché of stereotypering, op andere momenten is dat veel minder voor de hand liggend. En juist dat scherpt het beoordelingsvermogen van de bezoeker, dwingt hem na te gaan of hij zelf clichés en vooroordelen heeft geïnternaliseerd.

Slordige omgang

Wie toch wil weten welke gebeurtenissen de foto’s tonen, kan zijn toevlucht nemen tot de brochure waar elke oorspronkelijke ‘caption’ (het door de fotograaf geschreven bijschrift) is afgedrukt. Ook die teksten zijn interessant, omdat ze door nonchalance of te summiere beschrijvingen, het ontbreken van namen en andere onvolledigheden veelzeggend zijn voor de niet zelden slordige omgang van massamedia met fotografie: alsof het slechts een illustratie is die geen context en zorgvuldigheid behoeft.

Wie door What Have We Done dwaalt, realiseert zich dat de individuele fotojournalist zelden veel te verwijten is bij stereotypering. Het is doorgaans de jarenlange herhaalde visie en keuzes van fotoredacties, persbureaus en, in het geval van WPP de in de massamedia geselecteerde juryleden, waardoor cliché op cliché wordt gestapeld, een mechanisme dat machtig en hardnekkig is.

Tegelijk wordt er wel degelijk vooruitgang geboekt. In de fotojournalistiek werken veel meer vrouwen dan in het verleden. Fotografen en media zijn zich meer bewust van de valkuilen in de beeldvorming. En bijvoorbeeld in Afrika zijn jonge generaties fotografen opgestaan die, in videofilms op de tentoonstelling, ruimte voor hun werk opeisen in de media. Waarom zouden wij vanuit Afrika niet eens jullie Europa vastleggen, vraagt een Zuid-Afrikaanse zich af.

What Have We Done, Unpacking Seven Decades of World Press Photo i.s.m. fotomanifestatie Noorderlicht. Niemeyer, Groningen t/m 19/10 en op andere locaties wereldwijd.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next