Er stond veel „op het spel”, vorige week bij de Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer. Volgens SP-leider Jimmy Dijk „onze beschaving en de noden van mensen”, volgens Henri Bontenbal van het CDA „de democratie”, VVD-leider Dilan Yesilgöz zei dat het „onze manier van leven” was. Volgens Rob Jetten van D66 was Nederland „exporteur van chaos en verdeeldheid” geworden, NSC-lijsttrekker Eddy van Hijum wist heel zeker dat de problemen in Nederland „zelden groter en zelden ingewikkelder” waren geweest dan nu. Er was, zei hij, „een nijpend tekort” aan woningen, en „een instroom van migranten die het land niet aan kan”. SGP’er Chris Stoffer zag „de duistere kanten van de islam onze samenleving in komen”.
Tom Postmes, massapsycholoog en hoogleraar in Groningen, had een deel van het debat gevolgd en hoorde, zegt hij, „emotionele, hysterische taal”, en „angstbeelden”. Hij noemt het „kroegpraat”. „In het café staan we bij elkaar, we drinken wat en raken ontremd.” Dat mensen dan tegen elkaar zeggen waar ze bang voor zijn en soms zelfs, als ze onzeker of een beetje labiel zijn, denken dat het einde nabij is, is volgens hem „heel normaal” en „van alle tijden”. „Denk aan Heroïx, het stamhoofd van Asterix en Obelix die denkt dat de hemel op zijn hoofd valt.”
Maar sinds de Tweede Wereldoorlog, zegt Postmes, was het idee dat je als politicus juist géén angstbeelden en opzwepende taal zou moeten gebruiken. „Omdat je daarmee mensenmassa’s kunt ophitsen, alsof ze zich moeten verdedigen. En dan moet je niet gek opkijken als ze zich barbaars gaan gedragen.”
In 2014 had Wilders PVV’ers laten schreeuwen om „minder Marokkanen”, in 2015 was Trump begonnen met zijn campagne en zoals hij journalisten bij elkaar liet staan in een vak om ze te kunnen aanwijzen en uitschelden, zo deed Wilders dat een jaar later in het ‘Libelle Nieuwscafé’ in Den Haag. „Daar staan ze”, zei hij over de verslaggevers die van de organisatie tussen linten moesten staan. „Vreselijke mensen.” De Libelle-lezeressen hadden gelachen en hard geklapt.
Tom Postmes denkt dat de massa sinds Trump weer „een machtsfactor” is geworden. Postmes houdt er lezingen over en dan noemt hij ook altijd Jesse Klaver, die als GroenLinks-leider volle zalen trok met zijn ‘meetups’. „Ik noem hem vooral om niet te worden weggezet als linkse deugprofessor, want Klaver deed niet alsof hij er stond namens Jan met de Pet of namens het héle Nederlandse volk. Maar zijn technieken waren hetzelfde als bij rechts: hij gebruikte dreigende taal en probeerde ook wel om de zaal te laten scanderen.”
In Venlo, tweeënhalve week geleden, vroeg Wilders aan PVV’ers in een café of ze „een premier met ballen” wilden. Ja, schreeuwden ze. „Frènske Timmermans?” Néé. „Dominee Bontenbal?” Néé. Wie dan wel? „Wílders, Wílders, Wílders.” De vrouw die zich ‘Els Rechts’ noemt, was er ook. Zij organiseerde zaterdag de demonstratie op het Malieveld die uitliep op hevig geweld tegen de politie en journalisten.
In de Algemene Politieke Beschouwingen had Wilders twee keer het woord „terugvechten” gebruikt, en ook „oorlog”, en in het weekend begon Rob Jetten al over die „extreme woorden”. Postmes verwacht dat meer politici dat zullen doen. Maar ze moeten, vindt hij, naar zichzelf kijken. „Wilders zegt dit al twintig jaar. Hij is het niet die de context creëert voor dit soort rellen. Dat is Dilan Yesilgöz, die Timmermans neerzet als de duivel. Het zijn de middenpartijen, die de apocalyptische taal overnemen.”
Want dan, zegt hij, is voor iederéén „de maat vol”.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC