Home

Opinie: Eenzaamheid maakt ook jonge kinderen van binnen kapot

Er is al volop aandacht voor eenzaamheid bij volwassenen en pubers, maar ook bij jonge kinderen is sprake van een pijnlijk gevoel van gemis. En daar kunnen we meer tegen doen.

Koning Willem-Alexander opent op 24 september de Week tegen Eenzaamheid. Dat onderstreept dat eenzaamheid een maatschappelijk probleem is dat nationaal wordt erkend. Toch is er nog veel onbekend over hoe eenzaamheid begint, vooral bij kinderen. En juist daar kunnen we veel meer doen.

Hoewel eenzaamheid bij volwassenen inmiddels veel aandacht krijgt rust er nog steeds een taboe op kindereenzaamheid. Uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut en de Universiteit Utrecht in opdracht van Kinderpostzegels blijkt dat in élke schoolklas twee tot drie kinderen zitten die zich vaak of altijd eenzaam voelen. Dat is 1 op de 10 kinderen – óók al op de basisschool.

Deze kinderen geven hun leven gemiddeld een 6,6, tegenover een 8,3 bij hun leeftijdsgenoten. Een meisje van 10 zei treffend: ‘Eenzaamheid is een hol gevoel van binnen. Dat niemand je ziet en tegen je praat, alsof je niet bestaat’.

Over de auteur

Sofie Vriends is directeur van de Stichting Koninklijke Nederlandse Kinderpostzegels.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Voelt als falen

Eenzaamheid is moeilijk te herkennen. Kinderen verbergen hun gevoelens vaak achter een lach of door standaardantwoorden als ‘leuk’ of ‘saai’ als je vraagt hoe het op school was. Signalen zijn subtiel: terugtrekken, buikpijn, prikkelbaarheid. Voor veel kinderen voelt praten over eenzaamheid als falen. Alsof het aan hén ligt.

Eenzaamheid is niet hetzelfde als alleen zijn. Iedereen voelt zich wel eens alleen; eenzaamheid is een pijnlijk gevoel van gemis. Als die gevoelens langdurig aanhouden, kunnen ze grote gevolgen hebben. Kinderen die zich eenzaam voelen, kampen vaker met stressklachten, slaapproblemen en somberheid. Ze presteren minder goed op school en hun zelfvertrouwen daalt.

De overgang naar de middelbare school maakt het vaak erger: het gemiddelde geluksgevoel zakt van een 6,6 in de basisschooltijd naar een 4,3 in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs. In die periode uiten zich ook vaak de eerste serieuze mentale klachten. Cruciaal dus om op tijd in te grijpen.

Eenzaamheid kan een voorbode zijn van grotere problemen, zoals depressie of sociale angst. Of het is juist een signaal dat er meer speelt: een scheiding thuis, pesten, armoede, of een ouder met psychische problemen. Het is dus geen individueel probleem van dat ene kind, maar een maatschappelijk vraagstuk dat ons allemaal raakt.

Ervaringen delen

Praten helpt. Toch vinden kinderen, ouders én leerkrachten dit vaak lastig. Een eerste stap is erkennen dat gevoelens van eenzaamheid normaal zijn en iedereen kunnen overkomen. Normaliseer het gevoel, maar bagatelliseer het probleem niet. Deel eigen ervaringen, luister zonder oordeel en neem de tijd om door te vragen. Beperk je niet tot de routinevraag ‘Hoe was school?’.

Ouders kunnen extra alert zijn bij ingrijpende gebeurtenissen, zoals een verhuizing of scheiding. Scholen kunnen actief werken aan een veilige sfeer in de klas, oog hebben voor sociale dynamiek en samenwerking stimuleren. Professionals kunnen helpen om het taboe te doorbreken, zodat kinderen weten dat ze niet de enigen zijn. Als samenleving kunnen we meer doen om kinderen te beschermen en te steunen.

Kleine dingen maken verschil

De kinderpostzegelactie 2025 staat daarom in het teken van eenzaamheid. Niet voor niets: meer dan zesduizend kinderen uit het onderzoek gaven vorig jaar aan dat zij willen dat kinderen geholpen worden die gepest of buitengesloten worden, of die zich alleen voelen door problemen thuis. Hun boodschap is duidelijk: dit is niet iets dat kinderen alleen moeten oplossen. Zoals Senna (12) zei: ‘Je kan het wel allemaal bij het kind neerleggen, maar volwassenen moeten meer doen om te helpen’.

We weten wat werkt: een veilige plek waar kinderen zichzelf kunnen zijn, toegang tot sport en spel om mee te doen met leeftijdgenoten, en een maatje dat luistert. Kleine dingen kunnen een groot verschil maken.

Daarom onze oproep aan ouders, leerkrachten, beleidsmakers en eigenlijk iedereen die met kinderen te maken heeft: stop met denken dat eenzaamheid pas in de puberteit begint. Begin er veel jonger over te praten. Haal het taboe eraf, zodat kinderen weten dat hun gevoelens er mogen zijn en dat steun vragen normaal is. Want niets doen is geen optie. Elk kind verdient het om gehoord en gezien te worden.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next