Home

Amerikaanse heffingen zijn een administratieve nachtmerrie. ‘De douane lijkt op dit moment niet echt ter zake kundig’

Nederlandse industrie Er zijn relatief weinig Nederlandse industriebedrijven die verplaatsing van hun productie naar de VS overwegen, ondanks de hoge Amerikaanse heffingen op alles van staal en aluminium. De heffingen leiden tot veel meer administratie. „Ze doen er echt alles aan om onze export te ontmoedigen.”

Onderdelen uit de fabriek van Hankamp Gears

Ze stonden wel even raar te kijken in Enschede. Een paar weken lang had een levering van tandwielen van Hankamp Gears ‘vastgezeten’ in een distributiecentrum in Philadelphia. En toen kwam die zending zomaar zonder aankondiging weer terug naar de productielocatie in Twente. Bij de Amerikaanse douane was iets niet helemaal duidelijk over de herkomst van een legering van de tandwielen, de samenstelling van metalen die was gebruikt. En de transporteur had niet laten weten dat de douane daar nog wat extra informatie over had willen hebben.

Volgens Fred van Roest, accountmanager bij Hankamp Gears – maker van tandwielen voor luchtvaart, robotica en de voedingsindustrie – is de terugzending van de tandwielen exemplarisch voor wat er op dit moment aan de hand is in de handelsrelatie tussen Europa en de Verenigde Staten. „Ze doen er echt alles aan om onze export te ontmoedigen”, zegt Van Roest. En het middel dat daarvoor wordt ingezet: informatieverzoeken. „Normaal gesproken leveren wij onze producten met een zogenoemde HTS-code. Dat zijn internationaal afgesproken codes die de douane hanteert om te zien welke producten er worden verhandeld. Maar dat is sinds Trump met zijn heffingen begon niet meer voldoende.”

Nu wil de Amerikaanse douane alles weten: „Waarvoor zijn onze tandwielen, waarvan zijn ze gemaakt, waar komen ze vandaan en dus zelfs: uit welke legering bestaan de producten?”, vertelt Van Roest. „Daar kunnen wij redelijk in voorzien. Maar soms duurt het ook even voor we de antwoorden hebben op die vragen. De Amerikaanse douane werkt enorm vertragend. En als ik het netjes zeg: de douane lijkt op dit moment ook niet meer echt ter zake kundig.”

Sinds het uitbreken van de handelsoorlog is de export naar VS voor veel Nederlandse industriële bedrijven een administratieve nachtmerrie geworden. Hun machines, onderdelen of producten bevatten vaak ook staal en aluminium. Daarvoor geldt niet de basisheffing van eerst 10 procent (sinds april) en daarna 15 procent (sinds augustus). Op alles van staal of aluminium rust een invoerheffing van 50 procent, tot juni was dat nog 25 procent.

Dure grap

Ook andere bedrijven hebben leveringen zien terugkeren. Ensa, maker van machines voor de sigarenindustrie, kreeg een zending retour uit Puerto Rico. „Het is echt een dure grap als je heen en weer blijft zenden”, zegt sales-supportmanager Kees Kuipers van het bedrijf in Eersel. En dat zijn niet de enige extra kosten. „Het papierwerk is echt enorm toegenomen. Laatst hebben we een document van 65 pagina’s meegestuurd met een kleine zending van reserve-onderdelen. We zijn drie tot vier keer zo veel tijd kwijt aan administratie van een zending.”

Met het versturen van een hele machine heeft Ensa nog geen ervaring, tot dusverre ging het om verzendingen van onderdelen. Voor een project dat op stapel staat, gaat Ensa eerst proefdraaien wat er allemaal nodig is. „In zo’n hele machine zit echt heel veel staal en aluminium.”

Kuipers schetst hoe diep het onderzoek van de machinebouwer tegenwoordig moet gaan en hoeveel bij toeleveranciers moet worden nagevraagd. „We moeten voor alles terug tot de oorsprong, dus tot de hoogovens en smelters waar het staal en aluminium vandaan komt. Ze willen waarschijnlijk uitsluiten dat het uit Rusland komt. We kwamen erachter dat ons staal en aluminium uit slechts twee landen komt. Gelukkig niet uit Rusland.”

Of neem Logiqs, bouwer van automatische teeltsystemen voor de tuinbouw uit Maasdijk. De roltafels waarop de planten door de kwekerij bewegen, bestaan grotendeels uit staal en aluminium en vallen dus onder het hoogste importtarief van 50 procent. „Pittig”, zegt algemeen directer Gert-Jan van Staalduinen, die hoopt dat zijn sector – net als in Trumps eerste termijn – op korte termijn alsnog uitgezonderd zal worden van dit hoge tarief. „Maar dankzij andere trends blijft onze orderlijst vanuit de VS groeien.” Hij doelt op de legalisering van cannabis in een aantal Amerikaanse staten, waardoor telers snel systemen nodig hebben om met de productie te kunnen beginnen. Die groeiende vraag compenseert voorlopig nog de heffingproblemen, aldus Van Staalduinen, maar dat neemt niet weg dat handel met de VS een stuk onzekerder is geworden.

Vroeger stuurde Logiqs een monteur mee met de bestelde systemen, zodat het product in de VS in elkaar gezet kon worden. Dat mag nu niet meer, omdat de regering de werkgelegenheid in de VS wil stimuleren. Voor Logiqs betekent dat concreet dat er nog wel een supervisor mee mag, maar die mag niet meehelpen met in elkaar zetten. „En als onze supervisor dan een paar dopsleutels in zijn bagage heeft zitten wordt hij zonder pardon op het vliegtuig naar huis teruggezet door de douane.”

Hele machines

De handelsdeal van eind juli tussen de Amerikaanse president Donald Trump en Europese Commissie-voorzitter Ursula von der Leyen had bedrijven helderheid moeten geven. Maar voor veel industriële bedrijven en machinebouwers die exporteren naar de VS is de onzekerheid nog lang niet voorbij. Behalve de hoge heffing op de onderdelen die van aluminium en staal zijn gemaakt, moeten ze ook vrezen dat hun héle machine onder die hoge heffing zal vallen.

Want sinds half augustus brengt de regering-Trump, op voordracht van Amerikaanse bedrijven, steeds meer producten in hun geheel onder die hogere heffing om de Amerikaanse industrie te beschermen. „Dan moet je denken aan landbouwmachines, verpakkingsmachines, metaalbewerkingsmachines of industriële robots”, zegt Geoffroy Feij, belangenbehartiger internationaal ondernemen bij de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie FME. „En die lijst wordt alleen maar langer. Het blijft dus heel onzeker voor veel bedrijven of hun Amerikaanse afnemers die 50 procent moeten gaan betalen. Zeker kleinere bedrijven beseffen lang niet altijd dat dit hun ook nog boven het hoofd hangt. Het valt totaal niet te voorspellen.”

FME hield eerder deze maand een enquête onder de 2.100 leden over de impact van de handelsoorlog, die door directieleden van 244 industriebedrijven werd ingevuld. 55 procent van die bedrijven zegt last te hebben van de mondiale handelsoorlog, zij verwachten een omzetdaling van gemiddeld 14 procent. Van de bedrijven die naar de VS exporteren, verwacht ruim de helft een afzetdaling in de VS, gemiddeld met 33 procent. Meer dan een vijfde verlaagt zijn productie in Nederland en 17 procent heeft al investeringen uitgesteld.

Last van handelsoorlog

De impact gaat dus veel verder dan de grote administratieve druk. Wel zegt 57 procent onzeker te zijn over de juiste tariefcodes, classificaties en regels en 49 procent noemt het extra papierwerk. Voor de leden van de FME is de VS de tweede exportmarkt, na Duitsland. Zij exporteren voor ongeveer 7,5 miljard euro over de Atlantische Oceaan, met de kanttekening dat daar ook de dure machines van ASML (ongeveer 350 miljoen euro per stuk) bij zitten.

Meer dan de helft van de industriële exporteurs laat de Amerikaanse klanten opdraaien voor de heffingen, blijkt ook uit de enquête. „Ik heb zelf veel bedrijven gesproken en maar een klein deel geeft aan dat ze hun Amerikaanse klanten gedeeltelijk tegemoetkomen”, zegt Feij. „Zij willen hun marktaandeel behouden en zijn bereid iets te slikken in de hoop dat het later vruchten afwerpt.” Maar meer dan de helft piekert er niet over zelfs maar iets van die heffingen te betalen. „Soms ook omdat het anders niet meer rendabel is om naar de VS te exporteren.”

De sigarenmakers in de VS – de klanten van Ensa – hebben nog niet gereclameerd, vertelt Kuipers. „Zij hebben onze onderdelen gewoon nodig om hun machinepark te laten draaien en hun productie zeker te stellen. We zien nog geen daling in de bestellingen en ze hebben tot op heden nog niet geprobeerd om de kosten voor de invoerheffing bij ons neer te leggen. Maar het wisselvallige beleid van Trump veroorzaakt veel onzekerheid, zowel voor onze klanten als voor ons. We hebben er weinig vertrouwen in dat we de laatste maatregelen en veranderingen hebben gezien, met als resultaat dat onze klanten mogelijk toch nog een pas op de plaats gaan maken.”

Verplaatsing productie

Er zijn maar weinig bedrijven die verplaatsing naar de VS of uitbreiding van de productie daar overwegen. 43 procent zegt in de FME-enquête dat dit niet loont. 5 procent heeft de productie wel gedeeltelijk verplaatst naar de VS of de productie daar opgeschaald, 14 procent overweegt het. „Sommige bedrijven zeggen dat de VS een te grote markt vormen om te negeren. Die enorme economie kun je niet zomaar links laten liggen”, zegt Feij. „Maar voor veel bedrijven blijft de situatie daar te onvoorspelbaar om langetermijninvesteringen te doen. Ook geldt voor veel bedrijven dat zij daar niet voldoende schaalgrootte kunnen behalen. En ik hoor vaak dat ze terugschrikken vanwege het gebrek aan technisch personeel. In sommige gevallen spelen ook hoge energiekosten mee.”

Fred van Roest van Hankamp Gears vertelt dat de directie al eerder een tweede vestiging heeft overwogen. „We hebben zitten rekenen, maar kwamen erop uit dat het produceren in de VS dubbel zo duur zou zijn als hier. Dus de heffing van 50 procent die we nu hebben, valt in die zin nog mee.” Het is vooral irritant, al die extra vertraging en verzoeken om informatie. „Het kost ons omgerekend een halve fte aan extra werk”, aldus Van Roest. En dat voor zendingen die een paar keer per jaar min of meer hetzelfde zijn voor veel klanten. „We hebben weleens gevraagd aan onze afnemers of ze niet een clearance voor een langere periode konden regelen, zodat we niet steeds de hele molen door hoefden. Maar dat is tot nu toe niet gelukt.”

Het kan ook verschil maken of er een Amerikaanse concurrent op de markt is die door de hogere heffingen een concurrentievoordeel krijgt. Dan kan het zinvol zijn om te verplaatsen. Voor Ensa is dat niet het geval, zij zien niet zo snel een Amerikaanse concurrent opduiken. Kuipers: „De productie van sigaren is een nichemarkt met een zeer beperkte omvang, vooral in vergelijking met de rest van de tabaksmarkt. Het is zeer gespecialiseerd werk en het vergt aanzienlijke investeringen om zelf zo’n machine te kunnen bouwen. Bovendien heb je hiervoor gespecialiseerd personeel nodig, dat niet makkelijk te vinden is. Deze markt is niet laagdrempelig om te betreden”, zegt hij. „Verplaatsing of het openen van een nieuwe vestiging in de VS is geen optie voor Ensa, omdat de organisatie daarvoor te klein is.”

Ondanks de heffingen biedt beleid van de regering-Trump voor sommige bedrijven ook kansen. Zoals Logiqs uit Maasdijk. „Door het strenge immigratiebeleid in de VS kunnen kwekers op dit moment heel lastig aan goedkope arbeid komen. Dat heeft tot gevolg dat ze juist nu willen investeren in automatisering en dan komen ze bij onze producten uit”, zegt Gert-Jan van Staalduinen. Maar met zelf investeren en acquireren in de VS is de technisch directeur van het bedrijf dat teeltsystemen produceert nog heel voorzichtig. „De onzekerheid zal nog lang blijven voortduren, verwachten wij. Alleen al door de rechtszaken die er lopen over of de heffingen wel mogen. De VS worden minder belangrijk voor ons. In sommige perioden kwam de helft van de omzet uit de VS, nu is het minder dan 15 procent.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Amerika

Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet

Source: NRC

Previous

Next