Kleine musea Nederland telt veel kleine, minder bekende musea. NRC portretteert er deze zomer twaalf, uit elke provincie één. Deel 11: Museum Scheldewerf in Vlissingen (Zeeland).
Museum Scheldewerf aan de Willem Ruyslaan in Vlissingen met links de gele stoomhijskraan Schelde 38. Het gebouw deed vroeger dienst als ‘noodhospitaal’ van de scheepswerf.
Wat: Museum Scheldewerf
Waar: De Willem Ruystraat 100 4381NK Vlissingen
Open: Het hele jaar op woensdag, vrijdag en zaterdag van 13.00 uur tot 17.00 uur.
Verzameld wordt: 125 jaar scheepswerf De Schelde vanaf 1875 tot 2000.
Pronkstukken: Een 40 meter hoge stoomhijskraan en een model van de Willem Ruys.
Behuizing: Een villa uit 1918
Aantal bezoekers per jaar: 2.000
Aantal medewerkers/vrijwilligers: 20 vrijwilligers, onder wie 3 bestuursleden en een coördinator.
Kaartje: 6 euro, kinderen vanaf 4 jaar 3 euro; geen museumjaarkaart. Gratis koffie.
Terwijl de werknemers van scheepsbouwer Damen met hun lunchpakket in de hand langs de blikvanger van Museum Scheldewerf lopen – een 40 meter hoge stoomhijskraan – wacht het beheerdersechtpaar Doeke Roos en Marian Koolwijk op het balkonnetje van het museum op de eerste bezoekers. Meer dan een tiental verwachten ze er niet op deze zonnige woensdagmiddag in Vlissingen.
Ze noemen het museum over de geschiedenis van deze scheepswerf hun levenswerk. „Doeke is voorzitter, ik heb mezelf opgewerkt tot coördinator”, vertelt voormalig leerkracht Marian terwijl ze het bezoek trakteert op een Zeeuwse bolus. „We zijn er hartstikke trots op.” Alle credits gaan wat haar betreft naar echtgenoot en initiatiefnemer Doeke. Hij komt uit de zorg, zijn vader was loods op de Westerschelde, vandaar zijn affiniteit. In 2008 viel het besluit een museum in het oude hospitaal van de scheepswerf te vestigen. In 2022 verkocht de gemeente Vlissingen het gebouw aan de stichting Scheepsbouwgeschiedenis Vlissingen die het al die jaren in bruikleen had.
Scheepswerf De Schelde hield zich sinds de oprichting in 1875 bezig met scheepsbouw en scheepsreparatie, inclusief de fabricage van stoommachines en stoomketels. In ruim een eeuw werden meer dan vierhonderd schepen gebouwd, de marine was een belangrijke afnemer, net als de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd. Hoewel De Schelde het in vergelijking met andere Nederlandse scheepswerven lang volhield, werden de aandelen en de resterende bedrijfsactiviteiten rond 2000 verkocht aan Damen Shipyards, waarvan nu nog meer dan honderd tekenaars van de schepen – die elders worden gebouwd – in Vlissingen werkzaam zijn.
„Damen toont echt wel interesse in ons museum”, vertelt het beheerdersechtpaar. „Regelmatig komen hun werknemers en bezoekers hier een kijkje nemen.”
Replica’s op schaal van schepen die in Vlissingen zijn gebouwd.
Oude scheepsklokken tentoongesteld in het museum.
Twee Jannen, beiden 78 jaar en oud-werknemer van De Schelde, schuiven vlak voor de opening aan. Zij zijn gids, vrijwilligers. Op dinsdagen, als het museum gesloten is, helpen ze ook met klussen. Vandaag is Jan Coppoolse de rondleider, een geboren en getogen Zeeuw die bijna een halve eeuw werkzaam was bij De Schelde. Aan het eind van zijn loopbaan, toen hij officieel met pensioen was, reisde hij naar scheepswerven in het buitenland, en ging er aan de slag, om zijn expertise te gelde te maken.
Coppoolse vertelt tijdens zijn rondleiding van ongeveer een uur tot in de kleinste details over 108 jaar provinciale scheepsbouwgeschiedenis. Vierduizend mensen werkten in de hoogtijdagen op de werf. Op een luchtfoto bij de ingang zien we hoe groot hij was. „Zo’n 34 hectaren ofwel 70 voetbalvelden, een joekel van een bedrijf”, vertelt een zichtbaar trotse Coppoolse. Wijzend naar een vitrine: „Aan die boot heb ik ook nog gesleuteld.”
Aan de muur hangen rijen Delfts blauwe borden, geschenken voor en later van jubilerende oud-werknemers. Nazaten van ‘oud-Scheldenaren’ brengen na het leeghalen van hun zolderverdieping oud materiaal ‘terug’ naar het museum, vertelt Coppoolse: „Kinderen ruimen dan de zolder op en vragen of dat van ons is.”
Replica op schaal van de Willem Ruys, het passagiersschip dat in de (oorlogs-)periode 1938-1947 werd gebouwd voor de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd.
Blikvanger in het interieur is een replica op schaal van het schip Willem Ruys, de bouw is het historisch hoogtepunt van De Schelde. Het museum staat dan ook in de Willem Ruysstraat. Het passagiersschip werd in de (oorlogs-)periode 1938-1947 gebouwd voor de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd. Tijdens de oorlog lag de Willem Ruys, vernoemd naar de gefusilleerde Lloyd-directeur, werkloos op de helling. Het vlaggenschip voer tot 1958 op de lijndienst Nederland-Indië/Indonesië. Aan boord zaten veel repatrianten die naar Nederland gingen en emigranten uit Nederland op weg naar Australië en Nieuw-Zeeland. Als Italiaans cruiseschip werd het onder de naam Achille Lauro wereldberoemd door de kaping in 1985 en de brand en ondergang in 1994.
Gids annex techneut Jan Coppoolse vertelt over de technische snufjes van de Willem Ruys. Voor de fijnproevers: „Technisch was het uniek dat de twee schroeven via tandwielkasten werden aangedreven door acht snellopende tweetaktdieselmotoren.”
Het kleine museumgebouw deed vroeger dienst als ‘noodhospitaal’ voor gewonde werknemers. Op de benedenverdieping is nu een verbandkamer ingericht met oude medische apparatuur. Aan de muur hangt een vergeelde foto met een rokende verbandmeester. „Daar moet je nu niet meer mee aankomen”, vertelt Coppoolse terwijl we via de trap – met traplift bij gebrek aan een lift, om de vaak oudere bezoekers omhoog en naar beneden te helpen – op de eerste etage komen. Rechts staat het bureau van de naoorlogse directeur Jan Willem Hupkes tentoongesteld.
We kijken naar buiten, naar de stoomhijskraan Schelde 38 die vanwege het gemeentelijke milieubeleid alleen met Monumentendag – afgelopen zaterdag 13 september – stoom mag afblazen. Een jonge student wist de stoomhijskraan in 2016 van de sloop te redden en tot museumstuk om te laten bouwen. Historicus en tv-persoonlijkheid Maarten van Rossem was aanwezig bij de opening in 2021 en is sindsdien beschermheer van de kraan, waarvan tientallen grotere versies (de torenkranen) in de glorietijd van De Schelde het stadsgezicht van Vlissingen bepaalden.
Binnen toont gids Coppoolse het nagebouwde interieur van het kraanhuis. Onderdelen uit de gerestaureerde kraan zijn nog steeds te zien, zoals twee van de vier controllers voor de besturing en een van de weerstandskasten uit het machinehuis. Alles lijkt te kloppen, behalve de ‘barkruk’ van de kraanmachinist. „Een stoel voor een arbeider? Ik dacht het toch niet”, zegt Coppoolse die zijn loopbaan staand begon in de werkplaats, en later zittend op een kruk in de tekenkamer voor de machinebouw terechtkwam en nog weer later een stoel kreeg. „Ik heb niet zoveel zitvlees”, zegt de 78-jarige gids.
Een oude torenkraan waarvan er meerdere het stadsbeeld van Vlissingen bepaalden. De oude machinefabriek ernaast staat leeg.
Lees ook de andere afleveringen van deze serie:
Vorig jaar portretteerde NRC ook twaalf kleine musea, die artikelen zijn hier terug te lezen.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC