De vier academische ziekenhuizen die kinderen met aangeboren hartafwijkingen opereren, slagen er nog altijd niet in om constructief samen te werken.
is zorgverslaggever van de Volkskrant.
Bindende afspraken over de toekomst van de kinderhartchirurgie lappen het Erasmus MC (Rotterdam), het LUMC (Leiden), het UMCU (Utrecht) en het UMCG (Groningen) aan hun laars. De ingewikkelde zorg voor kwetsbare kinderen is daarom ‘onvoldoende toekomstbestendig’.
Met dat harde oordeel kwam de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) deze week, een week waarin het UMCG in Groningen zich genoodzaakt zag voorlopig helemaal te stoppen met de kinderhartchirurgie. Daarmee ettert de open wond die de kinderhartchirurgie al vele jaren is maar voort, zonder zicht op een duurzame oplossing.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Korte resumé: kinderhartchirurgie is prestigieus en nauw verbonden met andere afdelingen in een ziekenhuis, en zeer complex. Er zijn maar weinig kinderhartchirurgen in Nederland, en omdat zij verdeeld zijn over vier ziekenhuizen moeten zij bijna altijd bereikbaar zijn. Om de kwaliteit van deze zorg te verhogen, zou het beter zijn de kinderhartchirurgie te concentreren, constateerden de artsen zelf in 2021. De werkdruk zou afnemen, en hoe vaker je als team zeldzame ingrepen doet, hoe beter je erin wordt.
Probleem: geen van de ziekenhuizen wilde de zorg kwijt, ze gingen rollebollend over straat, en dus besloot voormalige VWS-minister Hugo de Jonge (CDA) in 2021 de knoop dan maar zelf door te hakken. Groningen en Leiden zouden de zorg kwijtraken. Een storm van protest stak op, De Jonges opvolger Ernst Kuipers (D66) kwam met een nieuwe procedure, en na een ‘impactanalyse’ besloot Kuipers de kinderhartchirurgie aan Rotterdam en Groningen te gunnen. Waarop Utrecht en Leiden naar de rechter stapten, die hen gelijk gaf en Kuipers’ beslissing begin 2024 vernietigde.
Alles weer terug bij af. Kuipers’ opvolger Pia Dijkstra (D66) sloot daarop in juni 2024 een ‘bestuurlijk akkoord’ met bindende afspraken met de ziekenhuizen. Zij zou afzien van hoger beroep, de ziekenhuizen beloofden de kinderhartchirurgie toekomstbestendig te maken, zorguitkomsten met elkaar te delen en te vergelijken, landelijk samen te werken, en uiterlijk in juni 2026 met een definitief plan te komen.
Daar komt voorlopig niets van terecht, concludeert de IGJ nu. De inspectie kan ‘geen oordeel vellen over de kwaliteit van zorg in een individueel ziekenhuis’, omdat de juiste data ontbreken. Daardoor kunnen ziekenhuizen ook niet van elkaar leren en de zorg verbeteren.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
In het bestuurlijk akkoord hebben de ziekenhuizen afgesproken twee zorgnetwerken te beginnen. Utrecht, Leiden en Groningen werken nu samen, Rotterdam en het Radboudumc in Nijmegen deden dat al. Maar, schrijft de IGJ, ‘het UMCG, LUMC en UMCU hebben door de twee achtereenvolgende concentratiebesluiten ervaren hoe het voelt om op het punt te staan de kinderhartchirurgie te verliezen’. Dit netwerk wil daarom vooral dat de zorg zo blijft als ze is, terwijl het Erasmus MC er nog altijd van overtuigd is dat de zorg in minder ziekenhuizen geleverd moet worden om de kwaliteit hoog te kunnen houden.
Dat verschil van mening bevordert de afgesproken landelijke samenwerking niet. Uit het IGJ-rapport: Het multidisciplinaire overleg waarbij alle ziekenhuizen zouden moeten aansluiten ‘ging frequent niet door. Een van de bezochte ziekenhuizen gaf aan maar een beperkt aantal keer deelgenomen of patiënten ingebracht te hebben. De reden hiervoor was een gevoel van onveiligheid in de samenwerking.’
De zorg voor individuele patiënten gaat over het algemeen overigens nog wel goed, constateert de IGJ, ‘de problemen in de samenwerking speelden vooral op bestuurlijk niveau en bij de kinderhartchirurgen’.
Toch is het ook in Groningen mis. Het UMCG kondigde eerder deze week aan de afdeling kinderhartchirurgie de rest van het jaar te sluiten. Officieel op eigen initiatief, omdat ‘hoogcomplexe operaties onder de best mogelijke omstandigheden [moeten] plaatsvinden. Op dit moment zijn die niet volledig aanwezig (...).’
Het Groningse ziekenhuis zei daar niet bij dat de Inspectie in juli op bezoek was geweest, en daar een uitermate kritisch verslag van had gemaakt. Het aantal ervaren kinderhartchirurgen, concludeert de IGJ, ‘was ten tijde van het inspectiebezoek te beperkt om de continuïteit van zorg op de middellange termijn te kunnen garanderen zonder zorgverleners overmatig te belasten’.
Bovendien was ‘de samenwerking tussen de twee vaste kinderhartchirurgen al langer onderwerp van gesprek’. Een andere kinderhartchirurg is inmiddels uit Groningen vertrokken en in Leiden begonnen. Zij heeft bij de raad van bestuur haar zorgen gemeld over de samenwerking tussen de chirurgen, over de sociale veiligheid en over de bereidheid om incidenten en calamiteiten te melden.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Het Dagblad van het Noorden citeerde deze week uit een verslag van een operatie-nabespreking. Daaruit bleek dat eén kinderhartchirurg de Nederlandse taal nog niet machtig is, en haar ‘communicatiepatroon’ niet helder. Dat zou tijdens de operatie tot ‘meerdere onveilige situaties’ hebben geleid. Ook had ze minutenlang niet door dat de hartlong-machine was uitgeschakeld.
De NFU, de koepelorganisatie van academische ziekenhuizen, laat in een reactie weten ‘dat het doel en de inzet onverminderd overeind blijven’ om de afspraken uit 2024 na te komen en ‘dat er goede stappen worden gezet in de landelijke samenwerking en in de opbouw van wederzijds vertrouwen’. Maar, geeft ook de NFU toe, ‘we zijn er nog niet’.
Volgens Marco Varkevisser, hoogleraar marktordening in de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit die het conflict al jaren nauwgezet volgt, is het rapport van de IGJ een ‘terechte en stevige wake-upcall’. ‘Het bestuurlijk akkoord is niet de eerste kans om het probleem van de kinderhartchirurgie in onderling overleg op te lossen. Dit zou het sluitstuk moeten zijn van onderling geruzie en modder gooien.’
De ontwikkelingen baren de huidige minister van VWS Jan Anthonie Bruijn (de opvolger van minister Daniëlle Jansen (NSC), die weer de opvolger was van minister Fleur Agema (PVV), die op haar beurt weer de opvolger was van minister Dijkstra) ‘grote zorgen’, schreef hij vrijdag in de Kamer. Hij heeft alle betrokken partijen daarom begin oktober op zijn ministerie ontboden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant