Wim Semeins is 100 jaar. Hoe ziet deze artistieke techneut onze toekomst? ‘We hoeven minder te werken. Wat we dan gaan doen? Leven! Zingen, de natuur in, kunst maken.’
De 100-jarige Wim Semeins zou zo een volgepakte collegezaal kunnen boeien met zijn analyses van de toestand in de wereld en zijn vermoedens waar het heengaat met ons – een idyllisch vergezicht. De wanden van zijn appartement hangen vol kleurrijke schilderijen die hij na zijn pensioen is gaan maken. De eeuweling beweegt zich in zijn trippelstoel behendig door zijn leefruimte. Elke dag komt een dochter voor hem koken.
Wat weet u van uw voorouders?
‘Mijn moeder is de kleindochter van de Duitse schilder Carl Albrecht. Haar eerste man sneuvelde tijdens de Eerste Wereldoorlog op het slagveld. Ze woonde in Hamburg, waar ze mijn vader jaren later leerde kennen toen hij daar civiele techniek studeerde. Na hun huwelijk verhuisden ze naar Den Helder, waar mijn jongere zusje en ik zijn geboren.
‘Uit de stamboom van de familie Semeins blijkt dat we een aftakking zijn van Semeins uit Antwerpen, een reder die met de prins van Oranje op de vlucht sloeg voor de Spanjaarden, en zich in Enkhuizen vestigde. Hij had de prins 100 duizend gulden geschonken voor zijn strijd tegen de Spaanse overheersers. Ik heb een kopie van een afschrift waaruit blijkt dat hij in ruil daarvoor bestuurlijke privileges kreeg, zo is hij eind 16de eeuw burgemeester van Enkhuizen geworden.’
Hoe was u als kind?
‘Ik raakte vertrouwd met alleen zijn, daardoor ben ik een alleenganger geworden. Ik was 1 jaar toen we verhuisden naar een huisje aan een dijk langs het Wieringermeer, dat toen werd drooggelegd. Op die dijk waren geen kinderen met wie ik kon spelen. Mijn vader was er door Rijkswaterstaat naartoe gestuurd, als projectleider van de bouw van sluizen voor de Zuiderzeewerken. Toen het water was weggepompt, liepen we over een bodem vol schelpen.
‘Op mijn 5de verhuisden we naar Den Haag. Daar zag ik voor het eerst een hoop kinderen, op de kleuterschool. Ik had een sociale achterstand opgelopen en moest niks hebben van dat zooitje ongeregeld. Vrienden maken kon ik niet, ook op de lagere school niet. Ik ging mijn eigen gang en speelde vaak in mijn eentje in de natuur, in de bosjes van Pex en de duinen; schedels van konijnen zoeken, plantjes bekijken en met een schepnet garnalen vissen uit zee. Thuis las ik veel, van Bruintje Beer tot boeken over hoe de wereld in elkaar zit.
‘Later, op de hbs, kreeg ik wel vrienden, en tijdens een halfjaar dwangarbeid in Duitsland had ik twee compagnons met wie ik optrok en altijd bevriend ben gebleven. In Duitsland moesten we loopgraven graven en een shelter bouwen voor jachtvliegtuigen. Zodra de Russen oprukten en onze bewakers de benen namen, zijn we naar Berlijn gelopen. Het was avontuurlijk en gevaarlijk tegelijk, er werd veel geschoten in Berlijn, de lijken lagen op straat. Op zoek naar eten vonden we een ziekenboeg waar we elke dag een kop soep konden krijgen, in ruil voor het versjouwen van zakken bonen. Zodra Duitsland was verslagen, zijn we richting het westen gelopen. We aten kippenvoer dat we op een boerderij vonden. Bij thuiskomst bleek ik tbc te hebben, daar ben ik twee jaar ziek van geweest.’
Kon u zelf kiezen wat u wilde worden?
‘Nee. Ik wilde naar de kunstacademie. ‘Daar komt niks van in’, zei mijn vader, ‘met schilderen is geen droog brood te verdienen.’ Hij stuurde mij naar de Technische Universiteit in Delft. Zodra ik eenmaal met de studie civiele techniek bezig was, begon ik het boeiend te vinden. Ik heb bij diverse bedrijven gewerkt, zoals de Hoogovens, Heidemij en ingenieursbureau Tebodin.
‘Bij de Hoogovens heb ik gezien hoe de productie van staalplaten steeds verder werd geautomatiseerd. De vervolmaking van het maakproces in de industrie is de mens nu aan het afronden, zodanig dat er helemaal geen mensen meer aan te pas zullen komen. De kwaliteit van producten wordt steeds beter, waardoor veel spullen een leven lang mee kunnen, zoals elektrische auto’s, meubels, kleding, een koffiezetapparaat. Deze ontwikkeling maakt een circulaire economie mogelijk, noodzakelijk als we onze planeet willen behouden.’
De tendens lijkt tegengesteld; economische groei en koopkracht blijven heilig, de bestrijding van klimaatverandering is in landen als de Verenigde Staten en Nederland politiek geen prioriteit meer.
‘We zitten in een overgangstijd en daar hoort een luidruchtige tegenbeweging bij. In de Nederlandse politiek zien we een spartelende VVD, die niet weet wat ze aanmoet met de klimaatverandering en kiest voor de korte termijn van gevestigde belangen. We hebben een Boeren moeten Boeren Blijven, de BBB, die het belangrijker vindt dat er meer koeienmest kan worden uitgereden over land dan dat er grond vrijkomt om woningen op te bouwen of de natuur de kans te geven zich te herstellen.
‘Steeds meer landen worden geregeerd door extreem rijke mannen die niets op hebben met democratie en overal de vrede verstoren – bokitogedrag van de beste willen zijn. Vastgoedmiljardairs dobberen als zinloze badeenden op hun jachten en leggen aan in havens van belastingvrije landen. Ze zijn slapende rijk geworden over de rug van anderen, die ze veel te veel geld laten betalen voor de huizen die ze verhuren of doorverkopen, zoals Donald Trump met zijn Trump Tower. We moeten af van het oneerlijke privaatkapitalisme, dat de ongelijkheid vergroot en het behoud van onze planeet in de weg staat, en toe naar een publiek kapitalisme van gemeenschappelijk bezit, waaruit bijvoorbeeld een basisinkomen kan worden betaald.
‘Ik ben optimistisch, want er zijn steeds meer initiatieven die de goede kant op gaan, zoals bedrijven die circulair werken, schone energie opwekken, schone auto’s produceren, duurzaam bouwen, en burgers die zich verenigen en bijvoorbeeld een voedselbos beginnen.’
Hoe zal de samenleving van de toekomst er volgens u uitzien?
‘Nadat we door een periode van vergrijzing heen zijn gegaan, blijft er een kleinere bevolking over. Zuid-Korea verwacht deze eeuw een halvering van zijn bevolking, in Japan gaat de krimp ook snel. Europa zal ook die kant op gaan als we delen van onze economie afstoten, waardoor we geen arbeidsmigranten meer nodig hebben. De meeste vrouwen willen weinig kinderen, een deel helemaal niet. Het huwelijk komt op de helling te staan.
‘We gaan meer leven in collectieven, waarin we zoveel mogelijk delen en samenwerken, zoals het verbouwen van ons eigen voedsel. In China zijn ze hier al mee bezig, daar zijn projecten waar stedelingen voedsel produceren voor eigen consumptie, dat ze verbouwen in kassen zonder bestrijdingsmiddelen en mechanisch oogsten. Ook houden ze kippen. Het zijn onze mensen van de Universiteit Wageningen die deze projecten begeleiden – we hebben de kennis in huis maar doen er zelf niks mee. Dat zal veranderen.’
Hoe ziet u dat voor zich?
‘Om te beginnen zal de politiek moeten kiezen welke economische activiteiten we wel en niet voortzetten. Met grootschalige land- en tuinbouw, die vooral gericht is op export waarmee Nederland nu de hele wereld voedt en waar slechts een enkeling rijk van wordt, moeten we stoppen. Intussen zetten we vol in op een circulaire economie, waarin we duurzaam produceren voor vooral eigen gebruik en veel hergebruiken, zodat zo min mogelijk grondstoffen nodig zijn.
‘De technologie zal ons helpen. Zo kan er volop worden ingezet op de ontwikkeling van kweekvlees. Zodra dat lekkerder is dan het lapje vlees in de supermarkt, gaan meer mensen het kopen en zal de prijs dalen. Varkensflats, de hele bio-industrie, hebben we dan niet meer nodig.
‘Er zullen geen arbeidsmigranten meer nodig zijn in de kassen, slachterijen en distributiecentra, waarmee er een einde komt aan de mensonterende omstandigheden waarin we deze mensen laten werken en leven – ook hier in Den Haag slapen ze in parken. De woningnood wordt zo ook opgelost. Dit alles moet je Europees organiseren.’
Leeft u zelf volgens uw idealen?
‘Ik koop niet meer dan wat ik echt nodig heb en dat van de allerbeste kwaliteit. Ik draag al veertig jaar een tweedjasje, onverslijtbaar. Deze broek is deels van kunststof en heb ik al twintig jaar, mijn scheerapparaat dertig jaar. Die stoel heb ik tweedehands gekocht, voor 60 euro. Als ik kom te overlijden, kan alles naar de kringloopwinkel voor een tweede of derde leven.’
U voorziet dat we toegroeien naar een matriarchaat, las ik op uw website.
‘Vrouwen zijn meer geschikt voor beheren en behouden, wat past bij de circulaire economie waar we naartoe gaan. Ook hebben ze geen behoefte om de baas te spelen en dat is nodig in een samenleving die meer collectief gericht zal zijn, waarin woningen, voedselproductie, water- en energievoorziening gemeenschappelijk bezit zijn. We gaan elkaar zien als mensen, in plaats van óf man óf vrouw. We zien nu al steeds beter dat er veel variatie in gender is. Op weg hiernaartoe is er nu een tegenbeweging van mannen die verzanden in conservatisme en de man-vrouwverhouding willen verstoren, zoals de vermoorde Amerikaan Charlie Kirk en jongens in Beverwijk.’
Hoe brengen we onze tijd door, als economische activiteiten afnemen en veel banen verdwijnen?
‘Leven! Zingen, de natuur in, wandelen, paardrijden, kunst maken, voedsel verbouwen. Het leven zal als veel zinvoller worden ervaren. Als je al het noodzakelijke hebt, ga je daar leuk mee leven, of zoals Nietzsche zei: ‘Zeg ja tegen het leven dat je hebt.’
‘Het is niet zo dat we niet meer hoeven te werken, wel minder; de werkgelegenheid zal zich verleggen van produceren naar behoud en vrijetijdsbesteding.’
En waar blijven de dobberende badeenden?
‘Een deel dobbert zorgeloos verder. Maar rijkdom zal vaker een gevolg zijn van persoonlijke verdienste in plaats van uitbuiting van anderen. Max Verstappen heeft ook twee jachten, die heeft hij zelf verdiend.’
geboren: 28 augustus 1925 in Den Helder
woont: zelfstandig, in Den Haag
familie: vier kinderen, een kleinkind
beroep: civiel ingenieur
weduwnaar sinds 2013
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant