Home

Met trillende vingers stuurde ik dat ze zojuist aan een catastrofe was ontsnapt

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Met tegenzin klapte ik mijn laptop dicht en stond op. Naar de wc gaan in de bibliotheek is nooit een pretje. Me een weg banend tussen de kasten met boeken en studerende scholieren, appte ik nog even een vriendin. Ze had zich aan iemand geërgerd, ik vroeg aan wie en ze stuurde me de naam. Terwijl ik de deur van het genderdiverse toilet open trok bedacht ik dat ik die naam een jaar of twintig niet meer gehoord had.

Goed, ik stopte mijn telefoon weg, knoopte mijn broek open en ging aan de slag. Ik was een paar seconden onderweg toen ik ergens tussen het klateren door een ander, niet-inheems geluid hoorde. Een lange tuut, toen even stilte en toen nog een lange tuut. Het klonk een beetje als een telefoon die overgaa... o nee, god nee!

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ik was aan het broekzakbellen en de ontvanger was zeer waarschijnlijk de vriendin die ik zojuist geappt had. Als ze zou opnemen zou ze niets zien, maar wel horen dat ik aan het plassen was. Dat risico wilde ik niet nemen en dus nam ik een nog veel groter risico. Met mijn vrije hand trok ik mijn telefoon uit mijn broekzak – onderwijl iedereen die bij Apple werkt vervloekend – en probeerde het gesprek af te breken.

Misschien drukte ik te hard, te lang of te boos op de rode knop, maar de telefoon deed in niet wat ik wilde. De vriendin had in ieder geval opgenomen, zo bleek uit haar bebrilde gezicht dat me fronsend zat aan te kijken. Op dat moment, met in mijn ene hand mijn telefoon en in mijn andere hand mijn leuter, flitste mijn leven aan mijn ogen voorbij. O nee, o nee, o nee. Wat had ik gedaan? Wat had ze gezien? Had ik haar zojuist getrakteerd op de overtreffende trap van een dickpic: bewegend beeld van een piemel? Een plassende piemel. Míjn plassende piemel.

Uiteindelijk lukte het me het gesprek te beëindigen. Ik rondde af waar ik mee bezig was en stopte mijn telefoon weer in mijn broekzak. Daarna trok ik mijn broek omhoog en begon mijn handen te wassen. En weer klonk die lange tuut. En weer was mijn telefoon dezelfde vriendin aan het bellen. Ditmaal lukte het me haar sneller weg te drukken. ‘Stop met broekzakbellen!!!’, appte ze me onmiddellijk.

Met trillende vingers stuurde ik dat ze zojuist aan een catastrofe was ontsnapt en vroeg ik of ze iets gezien had. Alleen mijn gezicht heel even, antwoordde ze. Opgelucht haalde ik adem. Kort daarna appte ze weer: ‘Maar kip is ook goed!’ En vervolgens: ‘Ik maak saoto.’ Ze bleek de verkeerde Julien te hebben. Dus nu weet ik het ook allemaal niet meer.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next