Home

‘Ik heb goud, bizar, echt bizar’ zegt een zelfverzekerder, volwassener en stabieler Jessica Schilder

WK atletiek Jessica Schilder behoort al jaren tot de wereldtop bij het kogelstoten. Dit seizoen maakte ze een progressie door. Die ontwikkeling werd zaterdag bekroond met een historische wereldtitel in Japan. NRC volgde haar de afgelopen maanden op de voet.

Jessica Schilder viert haar overwinning zaterdag in de finale kogelstoten voor vrouwen op de WK atletiek 2025 in Tokio.

Al sinds de tijd dat Jessica Schilder met kogelstoten begon, kijkt ze op naar Rutger Smith. De inmiddels out-atleet uit Groningen behoorde begin deze eeuw tot de wereldtop bij zowel het discuswerpen als kogelstoten en won een zilveren en twee bronzen WK-medailles. „Ik dacht altijd: die heeft vast wel een wereldtitel gehaald”, zegt Schilder.

Maar dat heeft Smith niet, en Schilder nu wel. Zaterdagavond won ze als eerste Nederlander in de atletiekhistorie goud bij het kogelstoten. „Het is bizar om te beseffen dat ik nu een beetje op Rutgers niveau zit. Al kijk ik nog steeds tegen hem op hoor, dat kan makkelijk want hij is zo'n beetje drie meter groot.”

In het Nationaal Stadion in Tokio bleef het lang spannend; zonder uitschieters bleef het veld dicht bij elkaar – één verre stoot kon de verhoudingen tot aan het eind overhoop gooien. En dat deed Schilder, in haar laatste poging: haar zesde stoot was verreweg haar beste en met 20,29 meter stond ze ineens bovenaan.

Daarna moest ze lijdzaam toekijken hoe nog drie concurrenten de kans kregen haar afstand te verbeteren. „Oh man, eerst wilde ik brons halen, toen werd het zilver en bij die laatste stoot zag ik gelijk dat-ie ongeldig was. Ik heb goud, bizar, echt bizar.”

Eerder dit seizoen sprak Schilder haar ambitie uit om wereldkampioen te worden. Dat is nieuw: hoewel de geboren Volendamse al jaren tot de wereldtop behoort, zat ze met zelftwijfel zichzelf vaak in de weg. Dit seizoen lijkt Schilder echter een flinke stap in haar ontwikkeling te hebben gezet, zowel in haar prestaties als op mentaal vlak.

Wat verklaart haar nieuwe progressie, en hoe verging het Schilder dit seizoen? NRC volgde de nieuwe wereldkampioen in haar laatste maanden richting Japan.

Psychologische hulp

‘Komaan, yes!’ Schilder klapt in haar handen. De kogel is net met een doffe plof tegen de achterwand van de hal in Papendal gevlogen. Het is begin juni, Schilder werkt een indoortraining af en dit is de eerste keer dat ze de kogel zo ver stoot. Snel meet ze samen met haar coach Gert Damkat de afstand op. Hoe ver haar stoot was, houdt ze liever voor zichzelf. „Ik stoot dit ook in wedstrijden, vandaar.” Damkat laat iets meer los: „Dat was ruim over de twintig meter.”

Twintig meter; pas wanneer je dichtbij staat, zie je hoe ver dat is. Schilder zou de kogel over de lengte van een stadsbus kunnen stoten. Het is een selecte groep vrouwen die zo ver stoot; de grens slechten is vergelijkbaar met (mannelijke) atleten die op de 1.500 meter onder de 3.30 lopen, of polsstokhoogspringers die over de 6 meter springen.

Schilder lukte het dit jaar vaker wel dan niet; een groot verschil met 2024, toen ze het slechts twee keer presteerde. Meestal staat haar coach er niet eens meer bij stil, zegt Damkat na de training. „Maar om dit te kunnen, moet je echt al jaren stoten.” Aan het begin van het seizoen, vertelt Damkat, spraken Schilder en hij af dat ze vaker over die grens heen moest. „Niet twee keer per jaar, maar telkens. Dat is echt een duidelijk doel geweest.”

Ze is een stuk stabieler geworden, beaamt Schilder. Dat heeft alles te maken met de psychologische hulp die ze heeft gezocht na de Olympische Spelen van vorig jaar. „De olympische finale in Parijs was mentaal heel zwaar. Omdat het regende, was ik doodsbang om te vallen.”

Schilder kampte al langer met een valfobie, nadat ze in 2023 tijdens een toernooi in Madrid onderuit ging en haar elleboog blesseerde. „Dat is mijn grootste angst”, zegt ze. „Dat als ik val, ik iets breek, en daardoor lang niet kan doen waar ik gelukkig van word.”

Toen ze zesde was geworden in Parijs, terwijl ze vooraf als medaillekandidaat gold, dacht Schilder: „Dit kan zo niet langer.” Nog altijd is de valangst niet helemaal weg – „dat zal denk ik nooit gebeuren”, zegt Schilder – maar dankzij haar therapie is het nu wel te overzien. „Daarna moest ik zelf het laatste stapje zetten.”

De eerste keer dat ze dat deed was dit jaar op trainingskamp in Zuid-Afrika. Het regende en coach Damkat zei: we gaan trainen. „Dat vond ze echt heel lastig. Maar na een tijdje zag je dat ze gewoon weet wat ze moest doen.” Inmiddels trainen ze elke maand een keer in de regen.

Jessica Schilder kan nog niet geloven dat ze goud heeft behaald bij het kogelstoten. Foto Eugene Hoshiko/AP

Voor de finale in Tokio heeft Schilder bovendien een back-upplan: ze heeft van haar kledingsponsor speciale werpschoenen toegestuurd gekregen. „Met extra grip voor als het glad wordt”, zegt Schilder. „Net als de regenbanden in de Formule 1.”

Schreeuwen

Tijdens de Diamond League-wedstrijd in Monaco in juli heeft Schilder nog één kans om de winnende afstand te stoten. Ze legt de kogel in haar nek, begint aan haar stoot, en dan, als de kogel haar vingertoppen verlaat, schreeuwt ze het uit.

Coach Damkat moet lachen als hij eraan terugdenkt. „Prachtig was dat.” Een maand eerder was Schilder naar hem toegestapt, vertelt hij, en had ze voorzichtig gevraagd wat hij ervan zou vinden als ze zou schreeuwen. „Ze vroeg of dat niet gek was.”

Veel van haar concurrenten schreeuwen altijd, maar Schilder nooit eerder. „Dat heb ik altijd al eens willen doen”, zegt ze een paar weken later. „Ik denk dat dit past bij een Jessica die groeit en steeds beter wordt.”

Het is de versie van Schilder die zij en haar coach „het grote meisje” noemen. Zittend in de kantine van Papendal recht ze haar rug, drukt ze haar schouders naar achteren, duwt haar borst vooruit. „Ik maak mezelf vaak klein. Dan hang ik met mijn schouders naar voren, ga ik aan mezelf twijfelen. Nu weet ik dat ik moet denken: je mag er gewoon zijn, let’s go. En dan maak ik mezelf letterlijk groot.”

Soms schiet ze terug in haar oude stand. Bij de EK indoor in Apeldoorn in maart durfde ze de koning geen handje te geven nadat ze Europees kampioen geworden was. Een paar jaar geleden was het nog veel erger, zegt Schilder. „Dan stond ik in een stadion en dan dacht ik: ‘Wat doe ik hier? Ik kan dit helemaal niet.’”

Steeds vaker zet Schilder zich over haar zelftwijfel en schroom heen. De laatste stoot mét schreeuw in Monaco bleek de winnende te zijn. Daarna stond ze naast de baan te kijken hoe Femke Bol haar wedstrijd op de 400 meter horden won. Schilder snelde de baan op, ging naast Bol staan en nam een selfie.

„Vroeger durfde ik niet zomaar met haar te praten”, zegt Schilder. „Dus die selfie was heel leuk. Daarna heb ik wel mijn excuses aangeboden. Ze was helemaal leeg en toen kwam ik aan met mijn telefoon. Ik ga de volgende keer iets langer wachten.”

Massa is kassa

Als Schilder haar handen gebald op tafel legt, lijkt het wel alsof de rechter helemaal om de linker heen past. „Allemaal spier”, zegt Schilder. Een extra laag ter bescherming van haar vingers, die de terugslag van het wegstoten van een kogel van vier kilo op moeten vangen.

Haar rechterhand is het resultaat van een tot in de puntjes gesynchroniseerde beweging. Als Schilder een werpring instapt, heeft ze de kogel in haar linkerhand en draait ze haar rug naar het veld. Ze stapt naar achteren. Vanaf het moment dat ze de kogel van haar linker- naar haar rechterhand verplaatst, is haar stootproces begonnen.

Jessica Schilder zaterdag tijdens de finale kogelstoten voor vrouwen op de wereldkampioenschappen atletiek in Tokio, Foto Matthias Schrader/AP

Schilder legt de kogel in haar nek, maakt met haar linkerarm een roterende beweging en zet dan haar draaibeweging in. Linksom gaat het, tegen de klok in, anderhalf rondje, twee stapjes en dan duwt Schilder de kogel de lucht in. Met de punten van haar nagels geeft ze de laatste zwieper.

„Toen Jessica in 2021 onder mij kwam, deed ze heel veel op kracht”, zegt Damkat. „Sindsdien is ze sterker geworden, maar dat ze nu zo goed is, is vooral omdat ze technisch zo veel beter geworden is.”

Schilder is in vergelijking met haar voornaamste concurrenten Chase Jackson, de regerend wereldkampioen uit de Verenigde Staten, en de Canadese Sarah Mitton maar een kleintje, en in kogelstoten geldt: massa is kassa. De Nederlandse moet dat met haar techniek compenseren.

Daarom is Schilder altijd aan haar techniek aan het schaven. Dit seizoen introduceerde ze een extra pasje aan het begin van haar stoot, voor een snellere rotatie die voor een langere afstand moet zorgen. Het is een belangrijke reden dat ze nu stabiel over de twintig meter stoot.

Maar in augustus, vanaf de NK atletiek in Hengelo, lijkt Schilder haar techniek kwijt te zijn. De nationale kampioenschappen, een wedstrijd in het Poolse Silesia, een Diamond League in Brussel; over de twintig meter stoot Schilder niet meer.

„We hadden een paar weken de tijd, dus we hebben zitten sleutelen aan haar techniek”, zegt Damkat na de NK. „Ze draait nu wat meer in, het ziet er mooier uit, maar het gaat minder ver dan we op papier verwachtten. Nu moet ze het weer afleren.”

De synchronisatie is weg, zegt Schilder na haar derde plaats (met 19,58 meter) in Brussel in augustus. Ze heeft haar nieuwe beweging zo goed aangeleerd dat ze het onbewust is gaan uitvoeren. Nu moet ze er bewust vanaf zien te komen. „Het lukt me nog niet om mijn ritme te vinden. Maar ik heb hoop dat het voor Tokio goedkomt.”

Ziek

De laatste keer in Tokio, daar heeft Schilder geen goede herinneringen aan. Tijdens de Spelen van 2021 in coronatijd moest ze in isolatie, omdat ze in de buurt van een besmette Ecuadoriaanse sporter had gezeten. Uiteindelijk bleek Schilder niet positief, maar ze mocht twee dagen niet naar buiten. Ze probeerde intussen fit te blijven door krachttraining te doen in de gang van haar hotel.

Dit jaar was Schilder daarom extra alert op gezondheidsrisico’s. Ze vloog naar Japan met een mondkapje op. Ze nam extra vitamines. Alles om gezond te blijven.

Een week voor haar WK-wedstrijd wordt Schilder toch ziek. Koorts, koppijn, misselijk. Twee dagen lang eet ze nauwelijks wat. „De oude Jessica had waarschijnlijk gedacht: waarom moet dit mij dit nou overkomen?”, zegt Schilder over de telefoon vanuit het trainingskamp van de Nederlandse ploeg in Chiba. „Maar ik ga nu niet bij de pakken neerzitten. Ik weet gewoon dat ik dit kan.”

Schilder won vlak voordat ze naar Japan reisde de Diamond League-finale in Zürich met een worp van 20,26 meter en werd gekroond tot beste kogelstoter van het seizoen, dus haar techniek is terug. Nu heeft ze nog een week om fysiek in orde te raken, en daar heeft Schilder vertrouwen in. Alleen haar stresslevels zijn nog steeds enorm hoog in aanloop naar een groot toernooi, merkt ze. „Maar ik weet nu beter hoe ik daar mee om moet gaan.”

In juni sprak Schilder de ambitie uit om wereldkampioen te worden. „Daar is het eigenlijk wel tijd voor”, zei ze toen. Haar coach hoorde het tevreden aan. „Dat had ze een paar jaar geleden niet durven te zeggen”, zegt Damkat.

Maar een week voor de WK stelt Schilder haar doel toch wat bij. „Dan had ik niet ziek moeten worden. Ik zou al heel blij zijn met een medaille. Mijn herinneringen aan de Spelen zijn best wel stressvol, hopelijk komen er nu wat mooie herinneringen bij.”

Red Bulls

Chase Jackson, Sarah Mitton, de Duitse olympisch kampioen Yemisi Ogunleye; alle drie stoten ze zaterdagochtend in het Nationaal Stadion in Tokio over de afstand van 19,20 meter, wat rechtstreekse kwalificatie betekent voor de finale. Dat lukt Schilder niet. Ze komt niet verder dan 18,98 meter, haar laatste stoot is zelfs een foutpoging. Alleen op basis van haar ranking – achtste van de twaalf die door mogen – kwalificeert ze zich.

Vals alarm, zegt Schilder even later in de catacomben. „Dit was het plan.” De Nederlandse atlete is vermoeid na een lang seizoen, en dus wil ze haar krachten sparen. „Ik heb me bewust ingehouden.”

Ook dat is nieuw voor Schilder, die twee jaar geleden op de WK in Boedapest nog de verste afstand in de kwalificatie stootte, maar daarna niks meer presteerde. Nu wist ze, zegt Schilder, dat ze met 18,98 meter zich toch wel zou gaan plaatsen. Haar laatste, mislukte worp gebruikte ze enkel om haar regenschoenen te testen. „Dat voelde goed, dus die trek ik vanavond aan. Ik wil heel graag laten zien dat ik dit kan. Hopelijk kan ik vanavond met twee Red Bulls op nog een keer vol gas geven.”

Als de twaalf finalisten zich zaterdagavond melden op de atletiekbaan, staat Schilders gezicht op serieus. Er kunnen net twee kleine kushandjes vanaf als ze wordt voorgesteld.

Schilder begint slecht, maar al gauw blijkt dat er een stijgende lijn in haar stoten zit. Het gaat van 18,23 naar 18,68 naar 19,24 naar 19,51 meter. Maar daarmee staat ze nog altijd maar vierde – de Nieuw-Zeelandse Maddison-Lee Wesche leidt met 20,06 meter. „Ik zag dat er maar een klein gat was tussen de derde en vierde plek, dus ik dacht bij mijn laatste stoot: als ik het wil, moet ik het nu doen.”

In die laatste stoot komt alles samen: soepel draait Schilder in de rondte, als ze de kogel nog een laatste zetje geeft, schreeuwt ze het uit. Meteen weet ze: deze is over de 20-metergrens. „Ik dacht zelf 20,24, ik voelde dat-ie raak was.” Het is nog vijf centimeter verder.

Schilder is nog lang niet klaar. Ze mikt op de Spelen van Los Angeles, in 2028, en als haar lichaam het toelaat, ook op de Spelen van Brisbane vier jaar later. Ze wil olympisch goud en over de 21 meter stoten, een magische grens die twaalf jaar geleden voor het laatst door een vrouw is geslecht. Dat ze inmiddels een grote ster in het kogelstoten is, daar wil ze niks van weten. „Ik wil eerst zoveel mogelijk binnenhalen. Aan het eind van mijn carrière kijk ik dan wel terug.”

Haar bravoure laat zien hoe ver Schilder mentaal is gekomen. „Ze zal de spanning richting een wedstrijd nooit helemaal kwijtraken”, zegt Damkat. „Maar dat gebrek aan eigenwaarde past bij haar, en het geeft haar ook een grote drive. Ze wil zichzelf elke keer bewijzen.”

Schilder ziet de wereldtitel als een beloning. „Ik heb eerder dit jaar gezegd dat ik kans maakte op goud en ik ben heel blij dat ik dat heb waar kunnen maken. Deze Jessica is zelfverzekerder, volwassener en stabieler. Daar ben ik heel gelukkig mee.”

Source: NRC

Previous

Next