Home

Opinie: Mannelijkheid betekent niet dat je altijd ‘je mannetje staat’

Mannen verdienen net zo goed het recht om kwetsbaar te zijn, om slachtoffer te zijn, om te zeggen: dit wilde ik niet, dit was niet oké.

Wanneer we het hebben over seksueel grensoverschrijdend gedrag denken we aan The Voice. Aan Gisèle Pelicot, de Franse vrouw die door haar eigen man werd gedrogeerd zodat tientallen mannen haar konden verkrachten. En aan de MeToo-beweging, waarin de stilte omtrent seksueel overschrijdend gedrag moedig wordt doorbroken en slachtoffers eindelijk gehoord worden.

Maar er is een opvallende leemte in dit verhaal: waar zijn de mannen? Niet de daders, die krijgen vaak genoeg aandacht. Ik bedoel de mannelijke slachtoffers. Want die zijn er wel degelijk. Ook in Nederland zijn er voorbeelden: van de misbruikzaken in de katholieke kerk tot meer recentelijk de verhalen van jongens die in de voetbal- en turnwereld slachtoffer werden.

Bovendien blijkt uit de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) uit 2024 dat 7,4 procent van de mannen in de afgelopen twaalf maanden slachtoffer was van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dat zijn heel veel mannen. Ze praten er alleen niet over. En dat is geen toeval.

Het zit al vervat in onze taal: ‘je mannetje staan’. Als man word je geacht je mannetje te staan. Altijd. In elke situatie. En als dat niet lukt? Dan heb je gefaald in je meest basale mannelijke eigenschap. De woordkeus is geen toeval: het verraadt hoe diep het zit, dit idee dat mannen altijd in controle moeten zijn. Altijd sterk. Altijd de baas over hun eigen lichaam en hun omgeving.

Maar wat gebeurt er als je plotseling niet meer de baas bent? Als iemand anders de controle overneemt? Dan is het niet alleen je lichamelijke integriteit die wordt geschonden, het is je hele identiteit als man. Het mannetje moet altijd staan, mag nooit op zijn knieën worden gedwongen.

Over de auteur

Etienne Boonen is journalist.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Massage

Drie jaar geleden kreeg ik op Bali een massage. Normaal gesproken vulde je bij het salon, waar ik eerder was geweest, bij binnenkomst een formulier in waarop je aangaf waar je niet aangeraakt wilde worden. Deze masseuse gaf me dat formulier niet, achteraf heel slim van haar. Ze sprak me flirterig toe, maar ik dacht: misschien is dit gewoon vriendelijkheid.

Tot ze me aanraakte. Daar beneden. Ze pakte letterlijk mijn penis beet. Geen ongelukje, geen per abuis, dit was bewust en opzettelijk. Alles in mij schreeuwde: blijf van me af, ik wil dit niet. Maar ik verstarde volledig. Later leerde ik dat dit een ‘freeze response’ heet, net zo normaal als vechten of vluchten. Maar op dat moment voelde het als pure zwakte.

Ik ben nota bene journalist, dingen aankaarten, vragen stellen, kritisch durven zijn, het is mijn vak. Bovendien ben ik bijna twee meter en zeker niet op mijn mondje gevallen. Zij was een kleine Indonesische vrouw. Waarom kon ik haar niet gewoon op haar plaats zetten? Waarom stond ik mijn mannetje niet?

Het perverse van grensoverschrijding bij mannen is dat je twee keer verliest. Eerst wordt je lichamelijke autonomie geschonden. Daarna wordt je mannelijkheid in twijfel getrokken; door jezelf, door anderen, door de maatschappij.

Ik weet al precies wat bepaalde types zouden zeggen over mijn verhaal. ‘Jeetje, wat stel je je aan? Je kreeg een happy ending na een massage. Dat is wat elke man wil. Hou je bek, wat loop je te janken?’

Mythe

Daar zit de kern van het probleem: de mythe dat mannen altijd seks willen, altijd beschikbaar zijn, altijd blij moeten zijn als ze seks krijgen aangeboden. Tegen hun wil in? Maakt niet uit, je hebt toch gekregen waar je naar verlangt?

Deze mythe is niet alleen giftig, ze ontkent dat mannen ook grenzen hebben, ook kwetsbaar kunnen zijn, ook het recht hebben om nee te zeggen. Ze reduceert mannelijkheid tot een primitieve honger die nooit verzadigd raakt, en zorgt ervoor dat mannelijke slachtoffers zich dubbel schuldig voelen.

Eerst omdat ze ‘zich hebben laten doen’, daarna omdat ze er überhaupt over klagen, want er is ook nog dat nog dat hoogverraad van je eigen lichaam: je reageert fysiek, dus je moet het wel hebben gewild. Een erectie als bewijs van instemming, terwijl het gewoon fysiologie is, net zo onwillekeurig als blozen of rillen.

Mannelijke identiteit

Misschien is dat waarom mannelijke verhalen zo weinig gehoord worden in de #MeToo-beweging. Niet omdat ze er niet zijn, maar omdat de drempel om ze te vertellen zo ongelofelijk hoog ligt. Een man die zijn verhaal vertelt, doorbreekt naast stilte en schaamte zijn eigen mannelijke identiteit, althans, zo voelt het.

Dat moet anders.

Mannen verdienen net zo goed het recht om kwetsbaar te zijn, om slachtoffer te zijn, om te zeggen: dit wilde ik niet, dit was niet oké. Mannelijkheid zou niet moeten betekenen dat je altijd ‘je mannetje staat’, want dat kost ons zonder twijfel meer dan het ons oplevert. Het zou moeten betekenen dat mannen zichzelf mogen zijn zonder de constante druk om onaantastbaar te lijken. Ware mannelijkheid toont zich juist in de moed om kwetsbaarheid toe te laten en hulp te zoeken wanneer dat nodig is.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next