Home

Geen sjeik of rijke zakenman, maar de trouwe supporter als geldschieter: het Duitse St. Pauli wil laten zien dat het ook anders kan

Voetbal Via een coöperatie van supporters haalde St. Pauli bijna 30 miljoen euro aan kapitaal op. Het initiatief krijgt navolging bij in elk geval twee andere Duitse clubs, maar er zijn meer geïnteresseerden.

Confetti in Millerntor, het stadion van de Hamburgse voetbalclub St. Pauli, voor aanvang van de thuiswedstrijd tegen Borussia Dortmund in augustus. Voor 850 euro konden fans een stukje van dit stadion kopen.

Bij haar eerste bezoek aan het Millerntor-Stadion was Anna Daus meteen verkocht. Haar hele leven hield ze al van voetbal, maar een vaste club had ze nooit gevonden. Omdat ze voor haar werk in de data-analyse regelmatig naar een andere stad verhuisde, maar ook omdat ze zich nooit helemáál thuis voelde in de stadions die ze bezocht. Tot het voorjaar van 2011 dus, toen ze net in Hamburg was komen wonen, en naar thuiswedstrijd van FC St. Pauli ging.

Dat kwam door de mensen die ze trof op de tribunes, vertelt Daus (43) in een videogesprek. St. Pauli is bekend om zijn tegendraadse karakter: de club en zijn fans zijn politiek zeer links, en uitgesproken tegen discriminatie, racisme, kapitalisme en seksisme. Op haar vertrouwde Gegengerade, tegenover de hoofdtribune, staat Daus zij aan zij met gelijkgestemden, vertelt ze. Terwijl ze in stadions elders weleens moeite had met de sterk botsende politieke en sociale opvattingen van andere toeschouwers.

Bovendien hoeft ze hier niet bang te zijn dat aangeschoten, mannelijke bezoekers haar in of rond het stadion lastigvallen. Andere fans zullen dan meteen ingrijpen, vertelt ze. „Soms ben ik de enige vrouw in mijn vak en voel ik me volledig veilig. Iedereen zorgt hier voor elkaar.” Het bleek eens te meer toen ze ooit een jaar op reis ging, en de supporters in haar vak Daus een afscheidscadeautje gaven, „zodat ik ze niet zou vergeten”.

Dus toen ze begin dit jaar de kans kreeg om een stukje van het stadion te kopen, aarzelde ze geen moment. Millerntor voelde als zo’n vertrouwde, warme plek dat ze met liefde een bijdrage leverde aan het behoud ervan. Na vijftien seizoenen als vaste toeschouwer en lid van de vereniging St. Pauli is Daus nu ook lid van de zogeheten Genossenschaft: de coöperatie die de club onlangs oprichtte om geld bij fans op te halen.

In het bedrijfsleven zijn zulke coöperaties een veelvoorkomende organisatievorm. In Nederland hebben melkboeren bijvoorbeeld hun krachten gebundeld (onder de naam FrieslandCampina), net zoals lokale supermarkteigenaren (Plus) en kwekerijen (Royal FloraHolland). Samen zijn de leden daar eigenaar van het grote geheel en beslissen ze over de koers. Hoeveel geld je inlegt, maakt niet uit. Elke stem heeft hetzelfde gewicht.

Binnen de voetbalwereld is de trend juist omgekeerd: Europese clubs komen in toenemende mate in handen van één eigenaar. Soms is het een steenrijke suikeroom die de club ziet als speeltje, of een durfinvesteerder die zijn bezit in de toekomst met winst wil verkopen. Ook niet ongebruikelijk: een staatsinvesteringsfonds van een rijk land, dat zijn imago via de sport probeert op te poetsen.

In Duitsland zijn er regels die zoiets onmogelijk maken. Bij voetbalclubs op de twee hoogste niveaus moeten leden van de vereniging minimaal de helft van alle stemrecht in handen houden: 50 procent van alle stemmen, plus één. Dat maakt Duitse clubs minder aantrekkelijk voor een grote geldschieter, omdat die nooit in zijn eentje het beleid kan uitzetten. Het gevolg is dat clubs in Duitsland moeite hebben om mee te komen in een wereld waarin het geld internationaal elk seizoen sneller rondpompt en de uitgaven almaar toenemen.

St. Pauli-speler Danel Sinani neemt een hoekschop tegen Borussia Dortmund. De club en zijn aanhang staat bekend als politiek zeer links. Foto DPA

Ook St. Pauli belandde enkele jaren geleden op een keerpunt, alleen dan op nationaal niveau. De club pendelde al een aantal jaren tussen eerste en tweede Bundesliga. Sinds vorig seizoen is de tweede club van Hamburg weer terug op het hoogste niveau. Maar wilden de Paulianer blijven meedoen, dan was er nieuw kapitaal nodig, om schulden af te lossen die in de coronalockdowns waren ontstaan. En om te kunnen investeren. Alleen: hoe doe je dat, als je wars bent van grote investeerders?

De huiskamer verkopen

Niemand is zo loyaal aan een voetbalclub als de trouwe fan. Daarom komt het voor dat clubs in hun zoektocht naar nieuw kapitaal een beroep doen op hun supporters. Door aandelen te verkopen bijvoorbeeld, zoals recent bij de Franse clubs Bastia en Sochaux gebeurde. Een andere optie is om tijdelijk geld bij supporters te lenen, via een obligatie tegen een bepaalde rente. Dat deden het Britse Bolton Wanderers FC en Queens Park Rangers FC onder meer.

Voor St. Pauli waren dat geen opties, legt Oke Göttlich uit. Hij is al jaren fan van de club en sinds elf jaar voorzitter van de raad van commissarissen. St. Pauli wordt volledig bestuurd door de leden van club, een vaste kern van trouwe supporters, en zeggenschap uit handen geven door aandelen te verkopen, zien ze niet zitten. Zíj zijn het die St. Pauli karakter geven, vinden ze, en daarom ook recht hebben om te beslissen over de koers.

Door aandelen te verkopen maakt een club zich kwetsbaar. Er kan een investeerder opstaan die de kleine aandeelhouders een royaal bod doet en zo een flink deel van de macht naar zich toetrekt.

Wat ook meespeelt: aandelen en obligaties zijn financiële producten. Middelen om van geld nog méér geld te maken. Die prikkel wil St. Pauli juist ten koste van alles buiten de club houden. De sport moet centraal staan, legt Göttlich uit, en niet de commercialisering die hij op zo veel andere plekken in het voetbal ziet. „Voetbal draait om samenzijn, vinden wij. Om de gemeenschap die je samen vormt.”

De oplossing vond hij in Duitse wijn. Göttlich werkte in het verleden in de regio Freiburg, net zoals Andreas Rettig, de vorige directeur van St. Pauli. In dat gebied zitten veel wijnboeren, die hun krachten al bijna een eeuw geleden bundelden in een coöperatie. Tijdens de lange treinritten naar uitwedstrijden spraken de twee bestuurders er over. „Zouden we ook een coöperatie kunnen bouwen? En hoe zou zoiets eruitzien?”

Ze deden inspiratie op bij de Green Bay Packers, de American-footballclub die in handen is van supporters en die zijn winst volledig uitkeert aan maatschappelijke projecten in de omgeving. En bij de supporters trusts in het Britse voetbal, stichtingen waarin fans zich verenigen om met hun eigen geld een belang in de club terug te kopen van de bestaande eigenaar. Vergelijkbare initiatieven, maar ongeschikt voor een club die al in handen is van de leden.

Zo kwamen ze tot een nieuw initiatief: om één van de bezittingen uit de vereniging te tillen en die voor een deel aan een coöperatie van supporters te verkopen. Op die manier kon St. Pauli volledig door leden bestuurd blijven en tóch kapitaal ophalen. En welk eigendom was daarvoor geschikter dan Millerntor, het opvallende stadion aan de rand van het Hamburgse uitgaanscentrum Reeperbahn? „De huiskamer van onze supporters”, zoals Göttlich het noemt.

Vorig najaar werd het plan na jaren van voorbereiding formeel aangekondigd. De inleg werd bepaald op 850 euro: 750 euro voor een stukje van het stadion, en 100 euro voor de administratie en oprichting van de coöperatie. Het werd een onmiddellijk succes. Binnen een week was de grens van 10.000 inschrijvingen al gepasseerd, tegen het einde van vorig seizoen waren dat er ruim 22.500.

Gemiddeld kochten ze anderhalf aandeel in de coöperatie, voor opgeteld 29,2 miljoen euro. Ruim meer dan de ondergrens van 20 miljoen die St. Pauli vooraf had gesteld.

Emotionele investering

Nooit kocht FC St. Pauli zo’n dure speler als Martijn Kaars. De Nederlandse spits kwam deze zomer, vlak voor het sluiten van de markt over van FC Magdeburg. De transfersom: naar verluidt zo’n 4 miljoen euro, een clubrecord. En tegelijkertijd een schijntje, voor een club op het hoogste niveau in Duitsland.

Want St. Pauli mocht dan dertig miljoen aan nieuw kapitaal hebben opgehaald, dat geld is niet te gebruiken voor spelers, alleen voor investeringen in lange termijn, zo is afgesproken. De keuze viel op het aflossen van de coronaschuld. „Omdat het ons meteen geld scheelt”, zegt Regnar Knoop, al 35 jaar seizoenkaarthouder en deelnemer in de coöperatie. Volgens hem betaalde St. Pauli over dat krediet jaarlijks tussen de anderhalf en twee miljoen euro aan rente, geld dat nu overblijft voor andere dingen.

Het succes van het initiatief heeft ook de interesse gewekt van andere clubs, zegt president-commissaris Göttlich. Zo volgde FC Schalke 04 al snel met plannen voor een eigen supporterscoöperatie, en bij het eveneens Hamburgse HSV is dat proces nu in volle gang. „Daarnaast zijn er nog drie Duitse clubs en vijf clubs uit andere delen van Europa die ons benaderden omdat ze interesse hebben.” Wie dat zijn wil Göttlich niet zeggen, wel dat er geen Nederlandse clubs bijzitten.

Ook St. Pauli zelf overweegt volgens Göttlich de coöperatie opnieuw in te zetten, bij grote investeringsprojecten in de toekomst. Stel dat er kapitaal nodig is voor de ontwikkeling van het trainingscentrum, of het uitbouwen van de vrouwentak of de jeugdopleiding, dan is het volgens hem logisch om opnieuw zo’n onderdeel los te weken van de club en deels te verkopen aan de supporters. Al benadrukt hij ook dat het voorlopig ideeën zijn, geen concrete plannen.

Een gevolg van de actie is dat St. Pauli nu nog maar voor dik 40 procent eigenaar is van het stadion, en de club de coöperatie vanaf dit seizoen moet gaan betalen voor het gebruik. Een „eerlijk bedrag”, zo verzekert de coöperatie op haar website. Wel zijn alle inkomsten uit kaartverkoop en catering voor de club, en betaalt de coöperatie vanaf nu de kosten voor het runnen en het onderhoud van het stadion.

Voor deelnemers is het daarmee meer een „emotionele” investering dan eentje waarvan ze rijk worden, zegt Göttlich. Als de coöperatie ooit rendement gaat uitkeren, dan is dat hooguit 3 procent, valt op de website te lezen. Ook is het voor leden niet mogelijk om te speculeren met een aandeel in de coöperatie. Verkopen mag, maar alleen tegen het oorspronkelijk ingelegde bedrag. Het risico dat ze lopen is maximaal het ingelegde bedrag.

Het weerhield weinig supporters ervan te investeren, merkte Regnar Knoop. In zijn supportersvereniging heeft ongeveer de helft van alle leden geld ingelegd, schat hij. Het heeft volgens hem veel te maken met het vertrouwen in de mensen die het plan hebben bedacht. Het coöperatiebestuur, maar ook de clubleiding, vrijwel allemaal komen ze van de tribunes van Millerntor. „Ik ken Oke [rvc-voorzitter Göttlich] al twintig jaar, we stonden in hetzelfde vak. Dat helpt enorm.”

Ook speelt de drang om te bewijzen dat het ánders kan een rol, zegt Knoop. „Als je Bundesliga speelt, kun je de club niet runnen alsof je amateur bent.” Dan moet je accepteren dat daar geld voor nodig is, vindt hij. „Alleen wij willen de mensen laten zien dat je niet per se een rijke eigenaar hoeft binnen te halen. Dat je ook als supporters samen iets kan bereiken. En natuurlijk ga ik hier niets aan verdienen. Dat geeft niet. Wat ik hiervoor terug krijg, is dat wij als club op het hoogste niveau kunnen meedoen op ónze voorwaarden: als vereniging waar de leden het voor het zeggen hebben. Dat is voor mij genoeg.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next