Home

Klimaat trekt niet meer de aandacht

Het was geen goede week voor het klimaat. Dat is het eigenlijk nooit, laten we eerlijk zijn, maar deze week was er extra slecht nieuws. Dinsdag meldde het Planbureau voor de Leefomgeving dat het „heel erg onwaarschijnlijk” is dat Nederland zijn klimaatdoel voor 2030 haalt, en donderdag bleek dat Eurocommissaris Wopke Hoekstra veel EU-landen niet mee krijgt met zijn klimaatplannen. Toch viel het woord ‘asiel’ op de eerste dag van de Algemene Beschouwingen drie keer zo vaak als het woord ‘klimaat’. De aarde mag nog rap opwarmen, het onderwerp is alweer uit. Klimaat was hot in de jaren 2019-2023 en sindsdien is het so last season, om in modetermen te spreken.

Je ziet dat terug in de acties van en aandacht voor klimaatactivisten. De Duitse tak van de actiegroep Letzte Generation bekend van hun vastplakacties aan het asfalt verdween dit voorjaar uit beeld nadat verschillende leden jarenlange celstraffen boven het hoofd hingen. Medeoprichter Lea Bonasera verliet de groep al in 2023, uit onvrede over de strategie. Door enkel wegen te blokkeren kun je mensen ook afstoten, vertelt ze in een interview in NRC. Ondertussen zijn de A12-bezettingen van Extinction Rebellion geen schim van hun vroegere zelf. Op het hoogtepunt in september 2023 kwamen er 25.000 mensen op af, onder wie vele BN’ers. Bij de laatste bezetting, vorig weekend, stonden er vijfhonderd demonstranten op een verregende snelweg.

De gedaalde actiebereidheid gaat samen met afnemende zorgen. Woensdag bleek uit een peiling van Ipsos I&O dat klimaat een veel minder grote rol speelt bij de stemkeuze dan in 2021: toen noemde 36 procent klimaat in de top-drie van belangrijke thema’s, nu nog maar 16 procent. Afgelopen juni meldde hetzelfde onderzoeksbureau dat onder alle leeftijdsgroepen de klimaatzorgen dalen: in 2022 maakte nog 71 procent zich (enige of veel) zorgen, in 2025 61 procent. Vooral de oudste (65+) en de jongste groep (18 t/m 24) zijn minder bezorgd.

Dit verbaast mij niet, de berichtgeving over klimaatvrezende jongeren leek me altijd al overdreven. Ik ben zelf ook jong geweest, en ik was ook bang voor klimaatverandering – het waren de jaren van zure regen en het gat in de ozonlaag –, maar ik was nóg meer bezig met wat het betekende dat die ene leuke jongen mijn geodriehoek wilde lenen. De meeste mensen maken zich met name druk over dingen die hen direct beïnvloeden. Uit het laatste kwartaalbericht van het RIVM over welzijn onder jongeren, van 2 september, bleek dat ook: 45 procent maakt zich zorgen om klimaatverandering, en ongeveer twee derde om de gevolgen van oorlog, de woningnood, en de hogere kosten van dagelijkse dingen. Het verschil is denk ik nog groter als je naar de intensiteit van die zorgen kijkt. Klimaatverandering zeurt in je achterhoofd, gebrek aan geld of huisvesting is in your face.

In het publieke debat draait alles om aandacht, en aandacht is eindig. Dat klimaat nu minder de aandacht vasthoudt dan oorlog, woningnood en inflatie is begrijpelijk. Daar zijn nog de zorgen over Gaza, AI, de rechtsstaat en defensie bijgekomen, zo toont het Ipsos-onderzoek van deze week. Bovendien: klimaat is een abstract probleem, met weinig handelingsperspectief. Individuele offers leiden niet automatisch tot individuele beloningen, behalve in de vorm van een goed gevoel.

De vraag is dus niet waarom het klimaat mensen nu minder bezighoudt, maar hoe het in de jaren 2019-2023 wél de aandacht wist vast te houden. Misschien had het te maken met de eendrachtige sfeer die ontstond door de coronacrisis. Denk aan de collectieve verwondering toen twee dolfijnen in maart 2021 de Venetiaanse lagune binnenzwommen. Zodra de mens aan de zijlijn stond, greep de natuur haar kans. Alles wordt nu anders, dachten de mensen.

Die eendracht viel samen met het optimisme en de daadkracht van een progressief moment: Biden in de VS, een centrum-linkse Europese Commissie, een klimaatbezorgde middencoalitie in Nederland. Hoe anders is dat een paar jaar later: ‘nu even niet’, lijkt de klimaatslogan van politiek en bedrijfsleven wereldwijd. Dit moet wel zijn weerslag hebben op burgers. Waarom zou je afzien van vliegen als Trump het klimaatbeleid afbreekt en bedrijven hun duurzaamheidsdoelen laten vallen? Het politieke en maatschappelijke cynisme drijft individuen terug op hun eigen vierkante meter en moedigt ze aan om te kiezen voor het hier en nu. De vleesconsumptie neemt weer toe, in restaurants is de vega-hype voorbij. Juist nu het er meer toe doet dan ooit, heeft de mens zijn halfslachtige sprintje gestaakt.

Wil klimaat weer de aandacht trekken, dan moet het mensen samenbrengen en iets positiefs in het vooruitzicht stellen. Iets beters dan ‘als we allemaal ons best doen wordt het misschien iets minder rampzalig dan verwacht’. Ik moet denken aan Laurens Dassen van Volt, die in een Kamerdebat afgelopen juni een dolenthousiast betoog hield over kweekvlees en goedkope treinreizen. Zoiets werkt aanstekelijk. Zoals Janan Ganesh onlangs schreef in zijn Financial Times-column: „Pessimisme gaat niet over de verhouding tot feiten, maar over de verhouding tot andere mensen.”

Dat beseft ook Lea Bonasera van Letzte Generation. „Ik zou nu afzien van symbolische of demonstratieve acties, zolang die niet gecombineerd worden met een constructief plan”, zegt ze in het interview. Dit moeten niet alleen activisten doen, maar ook politici. Niet angstzaaien, maar hoopzaaien.

Floor Rusman (f.rusman@nrc.nl) is redacteur van NRC

Source: NRC

Previous

Next