Home

Badr heeft veel geld in zijn onderbroek: 'Indruk maken op de meisjes' - Omroep West

DEN HAAG - 'Vindt u dat niet vreemd, zoveel geld op zak?' De politierechter stelt de vraag aan de verdachte, maar Badr haalt z'n schouders op. 'Nee, niet echt. Ik had het geleend van mijn broertje en was een avondje uitgegaan.' De officier van justitie vindt het wel vreemd, en vervolgt de 27-jarige voor witwassen.

Dit is een verhaal in onze serie Bij de Politierechter

Badr werd aangehouden in Voorburg omdat hij te hard reed. Zijn bijrijder sprong daarbij uit de auto, ging er rennend vandoor en gooide op zijn vlucht een nepvuurwapen en een taser weg. Verdacht genoeg voor de politie om het tweetal mee te nemen.

Op het politiebureau moest Badr zijn broek uitdoen en toen viel er een stapel flappen uit z'n onderbroek. 39 briefjes van 50, twee van honderd en één van vijfhonderd. In totaal 2685 euro.

'Mijn broertje had dat geld gepind en ik heb het van hem geleend', vertelt de jongeman. 'Met geld kan je indruk maken op de meisjes.'

De officier van justitie wijst erop dat pinautomaten geen briefjes van honderd en vijfhonderd euro geven. Badr is niet voor één gat te vangen: 'Ik was met vrienden in de club en ik zag die paarse briefje en die groene en die vond ik mooi en toen heb ik ze gewisseld. In Duitsland kan je die wel pinnen.'

'Waarom had u zo'n groot bedrag geleend van uw broer?' Badr ontwijkt de vraag van de rechter: 'Ik heb het niet echt nodig.' 'Maar waarom leent u het dan?' De verdachte: 'Dat maakt toch niet uit? Ik had het ergens voor nodig, maar dat ga ik nu niet zeggen.'

De advocaat van Badr onderbreekt de rechter in haar ondervraging en wijst erop dat de juridische vraag is waar het geld vandaan kwam, niet waar het voor bestemd was.

'Nee, maar als een verdachte met een verklaring komt, dan kan dat reden zijn om te concluderen dat er geen sprake was van witwassen', legt de rechter haar lijn van ondervraging uit.

De advocaat zegt dat zijn cliënt graag wil aantonen waar het geld vandaan kwam, maar dat de informatie daarover in zijn telefoon zit en die krijgt hij niet terug van de politie. Wel heeft de broer van Badr de rechtbank gemaild met zijn verklaring over de lening, die in totaal 3900 euro bedroeg.

'Heb je daar een deel van uitgegeven', vraagt de raadsman aan zijn cliënt. 'Ja, natuurlijk', antwoordt die, op een toon die zegt 'zijn jullie allemaal dom ofzo?' Daarom had hij ook nog maar 2685 euro over.

De officier van justitie weet niet wat er met de telefoon is gebeurd, die staat niet op de beslaglijst,. De rechter kan daarom ook niet beslissen dat Badr die terug moet krijgen om eventueel zijn onschuld aan te tonen. De verdachte schampert 'dat gaat wel vaker zo'. Hij heeft duidelijk ervaring, zo blijkt ook uit zijn strafblad.

De rechter merkt op dat de jongeman een vrij uitgebreid strafblad heeft, waar ook drugsfeiten op staan. 'Ik had nu toch geen drugs bij me', reageert Badr fel. De rechter beaamt dat.

'Waarom moet je dat dan opnoemen?' De rechter blijft rustig: 'Ik benoem alleen dat u al eerder met justitie te maken heeft gehad.'

Voor de officier van justitie is het duidelijk dat het geld uit een misdrijf afkomstig moet zijn geweest. Welk misdrijf kan ze niet vaststellen, maar iemand met zoveel geld in zijn onderbroek vindt ze verdacht. Ook de vlucht van de bijrijder, het feit dat die een nepvuurwapen en een taser had, en een henneplucht in de auto spelen mee.

Bovendien is Badr vier dagen voor deze aanhouding ook al gecontroleerd, en toen had hij tweeduizend euro op zak. En de klap op de vuurpijl: hij had een Blue Eye in zijn auto, een duur apparaat dat vertelt of er een politieauto in de buurt is. 'Dat heb je normaal niet', aldus de officier.

'Hij komt nu pas met de verklaring van een lening van zijn broer, maar dat vind ik ongeloofwaardig. Als hij dat eerder had gezegd had dat onderzocht kunnen worden.' Ze eist een taakstraf van vijftig uur. Badr wordt er zo te zien niet warm of koud van.

De advocaat gaat voor vrijspraak, en het geld terug. 'Dat hij nu pas verklaart maakt hem niet ongeloofwaardig. De officier had ook zijn broer kunnen verhoren en de transacties kunnen controleren, maar dat doet ze niet. Ze trekt meteen negatieve conclusies voor mijn cliënt.'

'Ze vindt geld in zijn onderbroek niet logisch', vervolgt de raadsman, 'maar er gebeuren zoveel dingen die niet logisch zijn. Zijn broer werkt bij een tandarts, dus die verdient geen crimineel geld. En een hennepgeur in de auto? Misschien hadden ze geblowd. Het levert alleen een vermoeden op, geen wettig en overtuigend bewijs.'

Als iedereen zijn zegje heeft gedaan sluit de rechter haar onderzoek en doet ze meteen uitspraak. Ze vindt het geld in de onderbroek wel degelijk verdacht, en legt uit dat een verdachte dan een niet-onwaarschijnlijk verhaal moet hebben wat het OM kan onderzoeken.

De mailtjes van de broer die deze ochtend zijn binnengekomen zijn te weinig en te laat, zo stelt ze. De advocaat onderbreekt de rechter en eist dat hij dan alsnog de broer mag oproepen als getuige, maar ook dat is nu te laat.

'Ik heb het onderzoek al gesloten', zegt de rechter. De advocaat protesteert dat hij dat haar niet heeft horen zeggen, maar de griffier bevestigt dat ze dat wel heeft gezegd. De rechter gaat verder met de uitspraak. Ze vindt het witwassen bewezen.

Badr voelt de bui al hangen en trekt zijn jas vast aan. Terwijl de rechter hem conform de eis veroordeeld tot een werkstraf van vijftig uur staat hij al op.

De rechter wijst nog op de termijn van twee weken voor het aantekenen van hoger beroep, maar de verdachte en zijn advocaat zijn al onderweg naar de uitgang. Dat hoger beroep gaat er wat hen betreft wel komen.

De naam van Badr is gefingeerd.

Source: Omroep West L'dam

Previous

Next