Foto van: Wouter van Oorschot (1952)
Op de foto: Hilly van Oorschot-Munneke (1920-1979) en Geert van Oorschot (1909-1987)
‘Begin dertiger jaren riep mijn vader in den lande als agitator arbeiders op tot de klassenstrijd. Hij logeerde dan bij partijgenoten, zoals in Emmen, bij fietsenmaker Jannes Munneke en zijn vrouw Anna Klara Smid en hun drie dochters. De jongste was Hilly, die hem daar als tienermeisje nauwelijks zal zijn opgevallen.
Geert trouwde met een andere vrouw en kreeg twee zoons met haar, in 1933 en 1937. Hilly verloor in 1934 haar vader en verhuisde later met haar moeder naar Haarlem, die daar een huishoudelijke betrekking kreeg bij een welvarende dame en een bescheiden som van haar erfde. Hiervan begon zij een winkeltje waar zij onder meer boeken verkocht. Zo kreeg zij weer contact met Geert, die intussen verkoopleider bij uitgeverij Querido geworden was en als vertegenwoordiger ook bij haar langsging. Of Hilly en Geert elkaar toen al hebben gezien, is onbekend.
Tijdens de oorlog verhuisde Hilly naar Amsterdam, waar zij in april 1943 werd opgepakt, vermoedelijk in het kader van de April-meistaking tegen de Arbeitseinsatz voor jonge mannen. Zij verbleef van 5 tot 15 mei in Kamp Vught.
Zeer kort na haar vrijlating ontmoette zij Geert en toen moet de bliksem wederzijds zijn ingeslagen: omstreeks half juni, ruim een maand voor haar 23ste verjaardag, was zij zwanger. In augustus sprak de rechtbank de scheiding uit tussen Geert en zijn eerste vrouw. Zij kreeg de kinderen toegewezen. Hij werd veroordeeld tot 250 gulden alimentatie per maand.
Op 17 maart 1944 werd mijn oudere broer Guido geboren, die in 1963 zelfmoord zou plegen – waarover ik verslag heb gedaan in mijn vertelling Verkleed als mens (2004).
Het straattoneel op de foto, vermoedelijk van zeer kort na de bevrijding, had in aanmerking kunnen komen voor de Parool-rubriek ‘Hoe goed kent u de stad?’; volgens mij is hij genomen op Rokin of Damrak. Ach, wat waren zij nog gelukkig toen.”
Source: NRC