Home

Robin Kester biedt een toevluchtsoord – Campra’s koorddans tussen rouw en hoop

Nieuwe Albums Het tweede album van Robin Kester klinkt hemels, en tussen de wolken van instrumentaties zien we vergezichten, gedragen door Kesters romige zangstem. De lang vergeten componist André Campra biedt tederheid in zijn requiem en miserere.

Robin Kester is op haar tweede album de stratosfeer in geschoten. De zangeres klinkt nog hemelser en ongrijpbaarder dan eerst, net als de muzikale omlijsting. Die is wolkig, ijl, etherisch, wordt gekleurd door in elkaar overvloeiende patronen, en veel verzachtende galm.

Pop

Robin Kester

Dark Sky Reserve

Maar er zijn ook heldere pianoklanken, zoals in het openingsnummer. Elk lied heeft ergens een baken dat richting geeft aan de melodie, en een houvast aan de luisteraar – in de vorm van een repeterend motief op de achtergrond of een onderstroom van krachtige violen.

Er is een droog ploppend basgeluid dat doet denken aan de stijl van het Franse duo Air, als anker, zoals in het prachtige ‘An Hour Per Day’ en in ‘The Daylight’. Ook de drums zijn duidelijk gedefinieerd, ze onderscheiden zich met felle tikken op de snare van de luchtige omgeving.

De tempo’s zijn ingehouden, variërend tussen loom en wiegend, waardoor de liedjes rond de luisteraar deinen. Tussen de wolken zien we vergezichten in de instrumentaties, alles gedragen door de koesterende en romige zangstem van Kester.

Kester kreeg veel lof voor haar debuutalbum Honeycomb Shades (2023) dat ze maakte met de Nederlandse producer Marien Dorleijn – het was volgens deze krant het beste Nederlandse album van 2023. De hoofdrol van zachtmoedige gitaren is nu gegeven aan de hecht geweven sound van een nieuwe producer, Ali Chant uit Bristol. De gitaar wordt nu, mistig en geheimzinnig, gespeeld door Adrian Utley, bekend van Portishead.

Helderheid

Kesters nieuwe album heet Dark Sky Reserve, zelf associeerde ze de sfeer van haar nummers blijkbaar ook met het uitspansel. Een ‘dark sky reserve’ is een officieel aangewezen gebied waar de hemel donker en helder is, zodat sterren en melkweg er goed zichtbaar zijn. Hier is het wellicht een metafoor voor de enige plaats waar ‘helderheid’ is, het duister biedt bovendien bescherming. Je kunt je er verstoppen. Misschien heeft Kester het juist zo bedoeld. Ze maakte de nieuwe nummers na een persoonlijk moeilijke periode. Daar verwijst ze naar in ‘Game Sound’ („I’ve been taking those pills like I should”).

De teksten van het album laten zich lezen als een verhaal, het ene nummer sluit aan op het volgende. Dat verhaal gaat over rijden door graslanden, naar een feestje gaan, een zwart-witfilm bekijken. En over zelfbegoocheling en twijfel. Ze verwoordt het in de liedjes direct en simpel, zonder opsmuk. Zo klink ook haar stem, weliswaar koesterend en hemels, maar met een no-nonsense ondertoon.

Kester maakte de afgelopen periode deel uit van het orkest van harpist Remy van Kesteren. Met hem en een aantal andere Nederlandse artiesten van nu (Eefje de Visser, Amber Arcades) deelt ze een aanpak: uit muzikale ingrediënten wordt een subtiel en nauwkeurig bouwsel gemaakt. Je kunt denken dat deze gelaagde stijl een cerebrale uitkomst heeft. Maar een reserve is ook een toevluchtsoord, hier zowel voor de zangeres zelf als voor de luisteraar. Zoals Kester zingt in ‘Tree-lines Lanes’: „I’m up in space floating away”.

Hester Carvalho

Koorddansen tussen hoop en rouw

Na de eerste communie op mijn zevende was ik tien jaar misdienaar in een kleine katholieke parochie in een streng gereformeerd dorp. Mij werd niets gevraagd: in ons gezin was religie geen zaak van inspiratie, maar van plicht. Enfin, als ik toch naar de Mis moest: misdienaars hadden wat te doen en ze zaten niet – zoals andere kerkgangers – tegen ruggen aan te kijken.

Klassiek

Les Arts Florissants o.l.v. William Christie: André Campra – Requiem & Miserere

Voor dat eenzelvige jochie was de Latijnse Mis een hoogtepunt, die me het gevoel gaf bij een eeuwenoud geheim genootschap te horen. Ik begreep niets van de raadselachtige woorden, maar het mysterie werkte des te sterker op de verbeelding en daar pluk ik nu nog de vruchten van.

Die jeugdervaringen komen vaak weer naar boven bij het horen van Latijnse kerkmuziek uit de klassieke canon. Het ‘Kyrie’, ‘Sanctus’ of ‘Agnus Dei’, ze verbinden me met een vroeger dat verder teruggaat dan mijn eigen leven. Ik dacht eraan bij het luisteren naar het Requiem en het Miserere van de Franse componist André Campra (1660-1744). Lang was hij vergeten. Er was begin jaren zeventig een Amerikaan voor nodig om de Fransen hun barokmuziek te laten herontdekken.

Een halve eeuw later heeft de inmiddels 80-jarige William Christie met zijn Les Arts Florissants nog niets aan bevlogenheid en verbeeldingskracht ingeboet. De opname van de twee geestelijke werken van Campra – voormalig kapelmeester van de Notre Dame – verklankt de mens die nederig oog in oog staat met wat hem/haar/hun overstijgt: de dood en het goddelijke. En Les Arts Florissants brengt de boodschap met overtuigende deemoed.

Het is een goede keus van Christie – whats in a name – om deze twee stukken naast elkaar te zetten. In het Requiem bidden achterblijvers voor het zieleheil van hen die heengingen. Het Miserere daarentegen is een hartenkreet over het eigen lot. Het koor verveelvoudigt hier de stem van de eenling. Want zijn gewetensvragen niet voor iedereen hetzelfde?

Campra schreef het Miserere (1725) dertig jaar na het Requiem. Rond 1700 verbande de clerus hem uit de Notre Dame, omdat hij opera ging schrijven. De kerkelijke autoriteiten vonden het wereldse en sensuele toneel geen plek voor hun kapelmeester. Drie decennia later mocht Campra zich aan het Franse hof weer aan religieuze muziek wijden. Het operaverleden liet zijn sporen na in het Miserere, dat dramatischer klinkt dan het Requiem.

In dat Requiem zit veel tederheid. Evenals zijn landgenoot Gabriel Fauré ruim anderhalve eeuw later schrapte Campra de donderende woorden van het ‘Dies Irae’, de Dag des Oordeels. Zijn Requiem is een innige ode aan de doden. Het danst op het dunne koord van rouw en hoop: het verdriet om het verlies en het geloof dat het sterven een poort opent naar een beter bestaan. Christie en zijn Les Arts Florissants vinden hierin een liefdevol evenwicht.

Joost Galema

Van veelbelovende popprinses in 2019, ontwikkelde de Amerikaanse Mikaela Strauss alias King Princess zich de laatste tijd tot een ruige zangeres met ruige instrumentatie. Die ‘indie’-stijl klinkt minder persoonlijk, haar stem en dramatische woorden pasten goed bij het theatralere geluid van de begintijd. Strauss is een strijdbare zangeres, die alle aspecten van vrouw-zijn en vrouwenliefde met zorg analyseert, zoals in het lieftallige ‘RIP KP’. (Hester Carvalho)

Vijfmansband ontstaat in Sydney, verhuist naar Berlijn en wint na zo’n tien jaar uiteindelijk de harten wereldwijd. Op 26 september staan ze in Ziggo Dome, Amsterdam. Daar zullen ze het publiek laten dansen op hun gesoigneerde veelstemmige disco-liedjes, en laten zwijmelen bij de nummers van het nieuwe derde album, die akoestischer en langzamer zijn. (HC)

Al een kwarteeuw weet het Amerikaanse vijftal Black Lips de perfecte mix te maken tussen doe-het-zelf-garagerock, Ramones-punk en melige mariachi-smartlappen. Op het elfde album houden ze dat niveau vast en razen ze lallend en knarsend langs veertien heerlijke songs, waarvan ‘Tippy Tongue’ de beste pick-upline aller tijden heeft: „Let me taste the touch of the top of the tip of your tongue”. (Frank Provoost)

De Argentijnse modernist Ginastera horen we hier sowieso weinig, laat staan zijn strijkkwartetten. Terwijl die fris en opwindend blijken, zeker in de gedreven uitvoering van Miró. De invloed van Bartók en volksmuziek is duidelijk in ‘nr. 1’, obsessieve ritmiek domineert ‘nr. 2’, en ‘nr. 3’ heeft een emotioneel geladen sopraanpartij door Kiera Duffy. (Joep Stapel)

Muziek voor twee marimba’s, houd dat maar eens een uur lang spannend. Ramon Lormans en Georgi Tsenov van Mallet Collective slagen daarin ruimschoots. Met ‘treinreizen’ als rode draad spelen ze werk van o.a. JacobTV, Anthony Fiumara en de broers Antal en Misha Sporck. Hoogtepunt is het vernuftig-sprankelende ‘Dubbelspel’ van hun vader Jo Sporck. (JS)

Meer albums: nrc.nl/albums

Source: NRC

Previous

Next