Home

Het geheugen is bepaald geen onfeilbaar opnameapparaat, laat Wim Voermans zien

Geheugen De staatsrechtgeleerde Wim Voermans buigt zich in een onderhoudend boek over de juridische, politieke en psychologische aspecten van herinneren.

Arjen Lubach maakte drie jaar geleden in zijn Avondshow al een bijna tien minuten durend item over hem: Wim Voermans. Het gaat slecht met de democratie, was de conclusie, want de Leidse hoogleraar staatsrecht is de laatste jaren steeds vaker op tv. Bij elke politieke crisis komt Wim Voermans immers trouw opdraven om die op televisie te duiden.

De eerste gedachte bij het zien van de hoofdstuktitels van Actieve herinnering, zijn nieuwe boek, is dan ook: is dit staatsrecht? Een tweede gedachte is al snel: wat verfrissend, een academicus die over de grenzen van zijn eigen vakgebied heen kijkt. Want dit boek is van alles wat: psychologie, sociologie, filosofie, geschiedenis, en ja, staatsrecht. De rode draad: het heeft allemaal te maken met herinneren.

Voermans begint op vertrouwd terrein – de Tweede Kamer – met een beschrijving van de gebeurtenissen daar op 1 april 2021. Op die dag debatteerde de Kamer met premier Rutte over ‘positie Omtzigt, functie elders’, de woorden die voor veel commotie zorgden omdat ze op een gefotografeerd document stonden.

Rutte kon zich niet herinneren dat hij de positie van Omtzigt in een gesprek met verkenners ter sprake had gebracht. Voor veel Kamerleden was de maat vol. Ze waren zijn smoesjes over ‘geen actieve herinnering’ zat. Hetzelfde jaar nog kregen die woorden een plek in de Van Dale.

Veel mensen zullen waarschijnlijk denken dat de woordcombinatie een vondst is van Rutte. Voermans heeft het toch maar even nagezocht en wat blijkt: Rutte gebruikte de woorden geen enkele keer in het debat van 1 april. Sterker nog, dat deed hij nooit in een Kamerdebat in alle jaren dat hij premier was. Volgens de vergaderverslagen van de Tweede Kamer was het GroenLinks-Kamerlid Bram van Ojik die de woorden als eerste gebruikte in de Rutte-jaren. Dat was al in maart 2015 in een debat over de zogeheten Teeven-deal.

Hoe zit dat eigenlijk met herinneren, vraagt Voermans zich af. Om te beginnen: hoe werkt ons geheugen? Daarvoor maakt hij een uitstapje naar de biologie met uitleg over de hippocampus en de amygdala. Ondanks zijn heldere uitleg ben ik bang dat ik veel ervan na lezing al snel weer vergeet, maar dat illustreert eigenlijk perfect wat hij hier vooral wil vertellen: ons geheugen is verre van onfeilbaar. Voermans haalt bijvoorbeeld onderzoek aan waaruit blijkt dat zestig procent van de ondervraagden zich herinnert ooit beelden te hebben gezien van het neerstorten van een El Al-Boeing in de Bijlmer (die beelden bestaan niet). Eigenlijk is het een wonder dat we ons überhaupt dingen herinneren, gezien de gigantische hoeveelheid informatie die er dagelijks op ons af komt.

Toch moeten we ons van alles herinneren. In het maatschappelijke verkeer wordt er bijvoorbeeld van je verwacht dat je de namen onthoudt van mensen met wie je zaken doet. En ook de overheid verlangt van burgers dat ze van alles onthouden. Dat begint al op jonge leeftijd, met leerdoelen in het onderwijs. Snel rekenen is lastig als je de tafels niet kent. Om nog maar te zwijgen over het alfabet.

In rechtszaken word je zelfs verondersteld de waarheid en niets dan de waarheid te vertellen. Alsof er maar één waarheid is en je die exact kunt reproduceren. „We verwachten vaak dat ons geheugen werkt als een onfeilbaar opnameapparaat – op een onrealistisch hoog niveau”, schrijft Voermans. „En ook de herinneringen van anderen leggen we langs die lat.” Er is dus een grote discrepantie tussen ons vermogen om te herinneren en het belang dat we daar aan hechten.

Dat we zo hechten aan herinneren is wel te verklaren. Voor individuen maken routines het leven makkelijker. En voor samenlevingen zitten er ook allerlei voordelen aan. Vanaf de vroegste beschavingen geven mensen informatie aan elkaar door (tekeningen in een grot, het spijkerschift) die anderen helpt te overleven. Een gedeeld verleden zorgt voor samenhang. Het kan ook helpen een collectieve schuld af te lossen, zoals de Holocaust of het slavernijverleden.

In een democratie is het ook handig als burgers inzage hebben in de herinneringen van politici. Zo valt immers te controleren of ze hun beslissingen op zuivere gronden hebben genomen. En zo keren we terug op het terrein waarvan we Wim Voermans kennen, dat van de politiek.

Loopje nemen

In Nederland zijn we niet gediend van politici die een loopje nemen met de waarheid, laat Voermans aan de hand van tal van voorbeelden zien. Denk bijvoorbeeld aan Halbe Zijlstra, die in 2018 als minister loog over zijn aanwezigheid in de datsja van Poetin (zou hij daar nu nog over hebben gepocht?) en, wat verder terug in de tijd, Charles Schwietert die als staatssecretaris bleek te hebben gejokt over zijn cv.

Vandaar dat er wetten zijn die het mogelijk maken de herinneringen van bestuurders te controleren. De Wet open overheid (Woo) bijvoorbeeld die iedereen het recht geeft bij een overheidsorgaan informatie op te vragen. Wat betreft de uitvoering daarvan scoort Nederland in internationale vergelijkingen slecht. Ook individuele politici worstelen met de plicht tot herinneren. Over Rutte schrijft Voermans: „Met zijn charmante gewoonheid pakt hij je letterlijk in waar je bij staat; je voelt je direct thuis. Daar is geen kruid tegen gewassen, heb ik een paar keer ervaren.” Dat weerhoudt Voermans er niet van de oud-premier een ‘informatieacrobaat’ te noemen. Volgens Voermans heeft „de praktijk van de informatiehuishouding van de overheid” veel weg van „een huishouden van Jan Steen: één grote bende.” En wat die ‘positie Omzigt – functie elders’ betreft? Voermans weet het natuurlijk niet zeker, maar heeft toch het sterkte vermoeden dat het niet Rutte was, maar de overijverige verkenner Annemarie Jorritsma die dat opperde.

Voermans moet de beschikking hebben over een goed geheugen dat hij het allemaal zo vlot heeft kunnen opschrijven. Want al staat er een hoop informatie in Actieve herinnering, het verveelt nooit. Dat komt ook doordat Voermans regelmatig een persoonlijke anekdote vertelt of een uitstapje maakt naar populaire cultuur (Jiskefet, A Few Good Men). Het doet vermoeden dat Voermans een aanstekelijke docent is en het verklaart ook waarom hij zo geliefd is bij televisieredacties.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next