Opvang Oekraïners Bijna vanaf het begin van de oorlog in Oekraïne is er een tekort aan opvangplekken in Nederland. Vorige maand waren zo’n vierhonderd Oekraïners zelfs dakloos. De oplossing van de demissionair minister: werkende mannen uitsluiten van opvang.
Opvang voor Oekraïense vluchtelingen in voormalig Hajé hotel in Heerenveen.
„Vergeet niet dat de oorlog in Oekraïne nog altijd gaande is”, zegt Daniëlle Brouwer, woordvoerder van het Nederlandse Rode Kruis. „Oekraïners laten mijn collega’s video’s zien van bombardementen, soms op een kilometer van hun oude huis. Ze vertellen hoe ze bijna alleen nog maar in de schuilkelder zaten. Als ze dan naar Nederland vluchten, hebben wij de plicht hen te beschermen.”
Volgens Brouwer verzaakt Nederland die taak nu al enige tijd. Het Rode Kruis waarschuwde naar eigen zeggen al driemaal eerder voor een tekort aan opvangplekken. Donderdag sloeg de organisatie voor een vierde keer alarm. „Waarschuwen voelt als onze morele plicht”, zegt Brouwer. „Aan het begin van het jaar klopten nog zo’n tweehonderd Oekraïners bij ons aan, om te vertellen dat ze op straat of in hun auto moesten slapen. In augustus ging het om 435 mensen. Alleen vorige week al waren het er vijftig.”
Oekraïners worden buiten het reguliere asielsysteem opgevangen. Zij moeten zelf naar de gemeente stappen om opvang te vragen. Dat is in lijn met de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB), die onlangs werd verlengd tot en met maart 2027. Deze richtlijn bepaalt dat iedere Oekraïner recht heeft op opvang, onderwijs en meteen mag werken.
Het aantal Oekraïense vluchtelingen dat zich inschrijft in de database BRP, de Basisregistratie Personen, stijgt al anderhalf jaar met meer dan honderd, soms zelfs bijna vierhonderd personen per week. Of zij direct uit Oekraïne komen, of via een ander Europees land, is niet bekend. „De registratie daarvan is vaak gebrekkig, maar we zijn het in kaart aan het brengen”, zei demissionair minister Mona Keijzer (BBB, Asielopvang) daar vorige week over.
Dit jaar groeide het aantal geregistreerde Oekraïense vluchtelingen in Nederland tussen januari en september met ruim achtduizend personen. In dezelfde periode steeg het aantal opvangplekken met zo’n zesduizend.
Inmiddels wonen er zo’n 129.000 Oekraïense vluchtelingen in Nederland, waarvan bijna 98.000 in de gemeentelijke opvang. Lang niet iedere gevluchte Oekraïner heeft een opvangplek nodig. Sommigen hebben zelf een huis gevonden, of wonen bij particulieren of familie in. Sinds het voorjaar van 2024 zijn vrijwel alle beschikbare bedden in de opvang bezet.
Niemand weet hoeveel Oekraïners in Nederland momenteel een opvangplek zoeken, omdat dit een verantwoordelijkheid is van individuele gemeenten. „Als dat niet centraal wordt bijgehouden, weet je ook niet hoeveel plekken er nodig zijn”, zegt Rode Kruis-woordvoerder Brouwer. Er was een aanmeldcentrum in de Utrechtse Jaarbeurs, waar het de bedoeling was dat Oekraïners 24 uur zouden verblijven, om dan door te gaan naar ander onderdak. Maar die locatie sloot omdat ze overvol raakte, juist door het gebrekkige aantal opvangplaatsen elders in het land.
Gemeenten klagen al maanden dat het „niet langer houdbaar is” om voor voldoende opvangplaatsen te zorgen, zegt een woordvoerder van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). „De opvang zit voor 99,99 procent vol.”
Gemeenten zoeken volgens de VNG wel naar nieuwe opvangplekken. Deze dienen dan vooral om reeds bestaande locaties te vervangen waar Oekraïners weer uit moeten, omdat een gebouw bijvoorbeeld wordt gesloopt, of de huurtermijn verloopt. „Zo zoekt Utrecht vervanging voor 1.200 plekken”, zegt de VNG. „Ze vreest dat ze maar zeshonderd plekken vindt.”
De belangenvereniging bekritiseert het feit dat de vergoeding die gemeenten per opvangplek krijgen, is teruggelopen tot zo’n 40 euro. „Dat was eerst meer dan 100 euro”, zegt de VNG-woordvoerder. „Stel dat we nu extra opvangplekken bouwen en de oorlog loopt af, dan zitten gemeenten met de kosten. Niet alle locaties zijn geschikt om later bijvoorbeeld woningen voor jongeren van te maken.”
Een mogelijke oplossing die gemeenten zien, is dat het Rijk bepaalt welke Oekraïner voorrang krijgt om op opgevangen te worden. „Zo voorkomen we dat schrijnende gevallen op straat belanden”, zegt de woordvoerder. „We vragen ons af of we ook jonge mannen die hier alleen komen om te werken, onderdak moeten bieden, of dat we voor die groep een beroep op werkgevers kunnen doen.” De VNG zegt vorig najaar al om dergelijke criteria te hebben gevraagd, maar „nooit een serieus antwoord” van het Rijk te hebben gekregen.
Opvang voor Oekraïense vluchtelingen in voormalig Haje hotel.
In reactie op de noodkreten van het Rode Kruis en de gemeenten zei demissionair minister Keijzer donderdag tegen de NOS dat ze moeders en kinderen voorrang wil geven op een opvangplek. Oekraïense mannen met een baan in Nederland wil zij weren van de gemeentelijke opvang.
Een week eerder, tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer, zei de demissionair minister nog dat hier in de Europese richtlijn „weinig ruimte voor is”. Ook de Oekraïners die volgens de minister „de boel verstieren”, kunnen gemeenten niet zomaar de deur wijzen, zei ze toen. Net als Oekraïners waarvan „je je in redelijkheid kunt afvragen of die niet zelf in hun opvang kunnen voorzien”.
Een langetermijnperspectief voor de opvang van Oekraïners is nodig, beaamde Keijzer. Maar hoe dat eruit moet zien „is nog wel even afhankelijk van de vraag of vredesonderhandelingen tot resultaten leiden”. Als er een vredesakkoord komt, is de demissionair minister er voorstander van dat Oekraïners weer terugkeren „om hun land op te bouwen”.
Sinds de aanmeldlocatie in Utrecht is gesloten, ontvangt het Rode Kruis naar eigen zeggen meer noodkreten van Oekraïners. De organisatie heeft een eigen crisisnoodopvang in het Gelderse Westervoort. „Soms laten we ze daar douchen en geven we ze een tandenborstel en wat te eten, maar ook wij zitten vol. Dat mensen bij vijf, zes, zeven gemeenten moeten aankloppen en worden weggestuurd, dat is niet hoe het hoort.”
Source: NRC